Recensie

Recensie Film

Niemand is veilig voor Szumowska’s barse satire

Drama Regisseur Malgorzata Szumowska observeert en portretteert in haar film het Poolse stadje Swiebodzin. Maar de film gaat vooral over de kleinburgerlijke bijziendheid van Polen.

‘Mug’ balanceert tussen serieusheid en onderkoelde ironie.
‘Mug’ balanceert tussen serieusheid en onderkoelde ironie. Beeld uit de film.
    • Dana Linssen

Sommige films zweven als een blok beton boven je hoofd. Vervaarlijk. Maar ook fascinerend. De zwaartekracht tartend. Mug is zo’n film. Er wordt in de nieuwe film van Malgorzata Szumowska die vorig jaar in Berlijn de Grand Prix van de jury ontving ook letterlijk nogal wat beton de lucht in gehesen. Plaats van handeling is het Poolse stadje ŚSwiebodzin waar in 2010 het grootste Christus-beeld ter wereld wordt opgetrokken. Hoger nog dan de beroemde Christus de Verlosser in Rio de Janeiro. Heiligheid is nu eenmaal een wedstrijd. Van binnen is het hol, als een chocoladekonijn, en toneel van een verschrikkelijke ramp. Inmiddels staat het record trouwens alweer op een andere naam.

Tegen de achtergrond van de bouwwerkzaamheden maken we kennis met metalhead Jacek, de vrolijke en vriendelijke schrik van een tamelijk verder sacherijnig dorp waar iedereen zich miskend en tekortgedaan voelt en ondertussen de ander de maat neemt. Als Jacek na een ongeluk een gezichtstransplantatie moet ondergaan komt hij erachter hoe Christelijk, barmhartig en menslievend zijn buren en familieleden werkelijk zijn. Al hadden we dat misschien al kunnen zien aankomen, gezien het alledaagse gemak waarmee antisemitische en islamofobe opmerkingen vermomd als grappen hun mond uit rollen.

Mug is een weerbarstige film. Soms loopt hij het risico zichzelf te verpletteren onder z’n eigen serieusheid, dan weer heeft hij ongekende momenten van onderkoelde ironie. Alleen al de openingsscène waarin een meute hebberige consumenten in slow motion in hun ondergoed LCD-televisies uit een winkel zeult is een korte film op zich. Het is een dan vol imperfecte lichamen en perfect kapitalisme. Die Roy Andersson-achtige prelude is dan ook de perfecte opmaat voor een film die fel realisme mixt met vervreemdende, strak gestileerde en bijna abstracte momenten. Dat het Szumowska ernst is blijkt wel uit het muzikale motto dat ze voor de film koos. ‘Hardwired’ van Metallica knalt uit de speakers: „We’re so fucked / Shit outta luck / Hardwired to self-destruct.” En dat, voor de goede orde, gaat niet over Jacek, maar over het Polen dat Szumowska in haar film observeert en portretteert. De kleinburgerlijke bijziendheid van de dorpelingen wordt nog eens extra aangezet door het gebruik van ouderwetse lenzen met weinig scherptediepte, waardoor slechts kleine delen van het frame in focus zijn. Niet alleen de mensen, ook het filmbeeld zelf lijkt gecorrumpeerd door een overdosis aan schijnheiligheid en hypocrisie. Niemand is veilig voor Szumowska’s barse satire. Ze tart god en gebod.