‘Naar Nigeriaanse standaarden was dit een prima oliedeal’

Rechtszaak Shell Na maanden afwachten nam Shell dinsdag het woord in de rechtszaak over mogelijke omkoping bij het onontgonnen Nigeriaanse olieveld OPL245.

Illustratie Stella Smienk

Zaal 7, waar de grootste corruptiezaak in de Nederlandse bedrijfsgeschiedenis wordt uitgevochten, barst uit zijn voegen. Het is warm en rumoerig en de beschikbare stoelen zijn ’s ochtends vroeg al vergeven aan zeker 25 Italiaanse advocaten, hun schare aan assistenten en de aanklagers. De overige toehoorders – Shell-vertegenwoordigers, activisten, belangstellenden – staan en zitten noodgedwongen achterin, of hokken in twee betraliede cellen aan weerszijden van de rechtszaal waar normaliter gedetineerde verdachten hun vonnis afwachten.

Het kolossale Palazzo di Giustizia in Milaan, een toonbeeld van fascistische architectuur, is een passend decor voor de megazaak waarin Shell en het Italiaanse oliebedrijf Eni al maanden zijn verwikkeld. De hal, de gangen, de trappenhuizen, de vele rechtszalen: alles is er groot en ondoorgrondelijk.

Datzelfde geldt voor de corruptiezaak. Voor het veronderstelde smeergeldbedrag – honderden miljoenen euro’s. Voor het onontgonnen olieveld buiten de Nigeriaanse kust waar het allemaal om draait – OPL245, dat goed zou zijn voor, naar schatting, in totaal meer dan 9 miljard vaten olie. En voor de statuur van de betrokken Italiaanse juristen – één van de advocaten in de zaak is een voormalige Italiaanse minister van Justitie, terwijl aanklager Fabio de Pasquale faam maakte als de officier van justitie die ex-premier Silvio Berlusconi veroordeeld kreeg vanwege belastingontduiking.

Bij alle grote namen ontbrak er de afgelopen maanden één: Shell zelf. Het concern hield zich in de media en in de rechtszaal in Milaan tot nu toe op de vlakte. Alsof de rechtszaak niet over een in Den Haag uitgedacht masterplan gaat, waarbij Shell en Eni met astronomische bedragen – smeergeld, volgens de aanklagers – de Nigeriaanse politiek bespeelden. Alsof we naar een bedrijfsongeval kijken, een fout gelopen oliedeal waarbij de Italianen van Eni Nigerianen geld toestopten en Shell per ongeluk betrokken is geraakt.

Shell is aan de beurt

Dat komt deels door het ritme van de rechtszaak. De afgelopen maanden ging het in Milaan vooral over de Italiaanse kant van de zaak en werden deskundigen gehoord die optraden namens Eni. Maar vanaf deze dinsdag is ook Shell aan de beurt. Dat begint met het horen van vier deskundigen die op uitnodiging van Shell het woord voeren in de Milanese rechtbank, schuin onder een enorme fresco van Vrouwe Justitia. Vanaf eind juni worden ook de verdachten ondervraagd – als ze tenminste komen opdagen, wat niet verplicht is in Italië.

De eerste deskundige van het Nederlands/Britse-kamp is de Nigeriaanse advocate Funke Adekoya. Zij verschijnt, zo staat het in de rechtbankstukken, op verzoek van „Royal Dutch Shell plc” en vier verdachte oud-Shell-werknemers die met naam en toenaam worden genoemd in de Italiaanse dagvaarding. Dat zijn twee voormalige Britse geheim agenten, door Shell ingehuurd als oliemannetjes wiens voornaamste taak het was om de ondoorgrondelijke Nigeriaanse politiek beter inzichtelijk te maken. En twee hoge Shell-managers: oud-directielid Malcolm Brinded en voormalig Afrika-directeur Peter Robinson. Het viertal zou nauw betrokken zijn geweest bij het voorbereiden van de smeergeldbetalingen, zo luidt de verdenking.

Maar Adekoya laat in Milaan een ander licht schijnen op de mogelijke misdragingen van Shell en het viertal. Zij legt in de rechtszaal uit dat het contract waar het allemaal om draait, een lijvig schikkingsdocument uit 2011, de toets der kritiek prima kan doorstaan. Dat deze omstreden schikking naar Nigeriaanse standaarden een prima oliedeal was. En niet het ingenieuze omkoopcontract waar de Italiaanse aanklagers het voor houden. Er is „niets illegaals aan”, benadrukt Adekoya in het Engels, waarna deze opmerking door de tolk naast haar wordt vertaald in het Italiaans.

In het schikkingsdocument regelden Shell, Eni, de Nigeriaanse overheid en een aantal Nigeriaanse (oud-)politici in één klap alle juridische en financiële problemen die in het decennium daarvoor waren ontstaan rondom het OPL245-veld. De kosten voor de oliebedrijven: 1,2 miljard euro. Dit bedrag werd later in grote en kleine porties verdeeld onder een groot aantal Nigeriaanse politici, ambtenaren en tussenpersonen. De opbrengst voor Shell en Eni: het recht om tegen extreem gunstige condities het veld tot in de lengte der dagen te mogen leegpompen.

Lees hier meer over de Nederlandse rechtszaak tegen Shell

Zes uur lang bevragen aanklager De Pasquale en de Italiaanse Shell-advocaten Adekoya. Aan het eind van de zitting blijkt dat ze zich niet op alle vragen een adequaat antwoord heeft. Maar haar voornaamste boodschap blijft ze uitdragen. Het contract uit 2011 is „volledig transparant”, „conform de Nigeriaanse wet” en bovendien goed uit te leggen, omdat het een oplossing bood voor de tientallen problemen die acht jaar geleden rond het olieveld hingen.

Ze heeft ook slecht nieuws voor het Nigeriaanse parlement. Dat probeert het ongunstige oliecontract open te breken en schadevergoeding te krijgen van Shell en Eni, via procedures en onderzoeken in Nigeria en in Londen. Maar een recente rechtszaak van Shell in Nigeria had als uitkomst dat het parlement helemaal niet bevoegd is om een onderzoek naar corruptie bij het toekennen van het veld te starten, zegt zij.

En zo worden in Milaan de contouren van de verdedigingsstrategie zichtbaar: betalingen en contracten in Nigeria moet je in de lokale context zien. En bovendien, zegt Shell in een schriftelijke reactie: „We geloven op basis van het dossier in Milaan niet dat er grond is om Shell of haar voormalige werknemers te veroordelen.” Als er al geld is doorgeschoven naar ambtenaren of politici, „dan is dat gebeurd zonder kennis, toestemming of opdracht” van Shell.

Niettemin is de bewegingsruimte voor het bedrijf klein: in Nederland viel de FIOD in 2016 binnen op het hoofdkantoor en lijkt een strafzaak vanwege corruptie aanstaande, er dreigen celstraffen voor (oud-)medewerkers en concurrenten kijken verlekkerd naar OPL245.

Instructies van het hoofdkantoor

In de rechtszaal zakt de ernst van de zaak gaandeweg de dag weg. Een enkeling knikkebolt, de meeste advocaten bestuderen hun mobiele telefoon. De ondervraging heeft lang genoeg geduurd, besluit de rechter in de loop van de middag. De volgende expert op de lijst, een Britse hoogleraar energierecht die ooit in Leiden doceerde en achterin de zaal op zijn beurt wacht, wordt naar volgende week doorgeschoven.

De man zal dan onder meer verklaren dat het helemaal niet gek is dat Shell in Nigeria nauwelijks belasting hoefde te betalen, nadat het een deal had gesloten met de toenmalige machthebbers. En dat zaken nou eenmaal zo lopen, in politiek instabiele en olierijke landen.

Dan stroomt zaal 7 leeg. De tientallen advocaten en hun assistenten klitten nog samen in de hal van de rechtbank. Volgende week zullen zij er weer zijn, net als de weken daarna. Op een granieten bankje praten de vier advocaten van Shell na over de zitting. Ze mogen geen vragen van journalisten beantwoorden, zeggen ze. Instructies vanuit het hoofdkantoor.

Dat geldt niet voor de Britse advocaat Simon Airey, die één van de voormalig geheim agenten die bij Shell in dienst was bijstaat. Mijn cliënt, zegt hij, is er met de haren bijgesleept. „Hij is een voormalig hoofd van de Britse geheime dienst MI6, maar bij Shell in Nigeria echt niet meer dan een junior-medewerker. Ze hebben hem er gewoon bijgehaald in het dossier omdat dat zo’n mooi detail is en zo goed in hun verhaal past.”

Na afloop in de broodjeszaak naast de rechtbank oogt aanklager Di Pasquale zichtbaar tevreden met het feit dat hij de expertise van de Nigeriaanse Shell-deskundige in twijfel heeft weten te trekken. Het is een enorm en complex dossier, zegt hij. „Er wordt in Italië nauwelijks over deze corruptiezaak bericht, zo groot zijn de belangen. Kijk maar wie er de grote advertenties in de kranten betaalt. Maar dat hoort allemaal bij het spel.”

„Laten we hopen dat het goed komt”, zegt hij daarna lachend, en dan loopt hij met gekruiste vingers de broodjeszaak uit.