In de versplinterde gemeenteraad duurt vergaderen lang en is het debat verhard

Versplintering gemeenteraden Het aantal partijen in gemeenteraden is toegenomen. Zucht de lokale politiek onder de nieuwe verhoudingen? NRC vroeg het de raadsgriffiers.

De gemeenteraadsleden van gemeente Enschede.
De gemeenteraadsleden van gemeente Enschede. Foto Vincent Jannink / ANP

De 39 zetels van de gemeenteraad in Enschede waren al een paar jaar verdeeld over tien partijen. En toen werden het er na de raadsverkiezingen van 2018 en een voortijdige afsplitsing nog meer. Dertien partijen telt de raad nu, waaronder vier partijen met één zetel.

Maar versplinterd? Dat woord gebruikt raadsgriffier Rolf Jongedijk liever niet. Het heeft, schrijft hij, „een negatieve associatie”, terwijl de veelheid aan partijen „juist ook gezien kan worden als een verdere versterking van de vertegenwoordiging van de opvattingen in een lokale gemeenschap in de raad”.

Het was na de raadsverkiezingen vorig jaar hét woord dat rondzoemde: versplintering. In een groot deel van de gemeenten waren na de verkiezingen méér partijen in de raad gekomen, het aantal zetels van de grootste partij lag gemiddeld lager dan voorheen. De vrees voor onbestuurbaarheid en polarisatie klonk alom.

Lees ook Trage formaties en meer wethouders: zo vormden de gemeenten hun college

Hoe staan de zaken er een jaar later voor, wilde NRC weten. Zucht de lokale politiek inderdaad onder de nieuwe verhoudingen? Alle 355 griffiers van gemeenteraden in Nederland kregen daartoe een korte vragenlijst toegestuurd. Ongeveer 69 procent (242 griffiers) vulde de enquête in, van wie een klein deel anoniem.

De gevolgen van de versplintering lijken op het eerste gezicht mee te vallen. Een meerderheid van de griffiers van gemeenteraden waar het aantal partijen is toegenomen, ziet geen grote veranderingen in de mores in de gemeenteraad of het type onderwerpen dat behandeld wordt. Alleen duren de vergaderingen iets langer, schrijven velen. Verder is het business as usual.

Punt maken voor de pers

Toch ziet een minderheid van de griffiers van een ‘versplinterde’ raad wel degelijk dat andere onderwerpen aan de orde komen (38 procent) of de mores in de raad veranderd zijn (40 procent). Zo merkt de griffier in Schiedam, waar vijftien partijen 35 zetels verdelen, dat er vaker gedebatteerd wordt naar aanleiding van de actualiteit: „Ook over thema’s die niet specifiek voor de eigen gemeente gelden.” De griffier in Gorinchem – elf partijen, 25 zetels – ziet vaker dat partijen „in vergaderingen en sessies proberen hun punt te maken voor de pers”.

Meerdere griffiers schrijven dat de langere duur van vergaderingen ook de gang van zaken in de raad beïnvloedt. „Door de hoeveelheid fracties loopt het besluitvormingsproces vast”, schrijft griffier Judith Goossens van Maastricht, waar het soms niet lukt om alle veertien fracties binnen de geplande tijd het woord te laten voeren. „Bij tien fracties is het lastiger overeenstemming te vinden dan bij vier”, merkt griffier Patrick Peters in de gemeente Lingewaard (Gelderland).

48 griffiers (20 procent) merken dat de politiek in de gemeenteraad gepolariseerder is geraakt. „Het debat is verhard, er is minder bereidheid tot compromissen en zaken worden niet op de inhoud maar op de persoon gespeeld”, ziet de griffier in de Zeeuwse gemeente Kapelle. „Politieke en persoonlijke verhoudingen staan meer op scherp”, merkt de griffier in een kleine Brabantse gemeente. En in Hilversum: „Minder vertrouwen, meer wantrouwen, meer integriteitsmeldingen.”

Ook de opkomst van lokale partijen viel vorig jaar op: in veel gemeenten nam het aantal zetels voor lokale partijen toe. Een kwart van de griffiers in gemeenten waar dat gebeurde, zegt hun invloed duidelijk te zien. Bijvoorbeeld omdat lokale partijen zich prominenter presenteren op sociale media of meer lokale thema’s agenderen.

Moties over kleine dingen

In de raad gaat het over „meer concrete problemen van kleine groepen inwoners”, schrijft een griffier van een kleine gemeente. Een ander, van een middelgrote gemeente, signaleert: „Via moties heel kleine dingen aan de orde stellen en niet meer naar het algemeen belang kijken.”

De griffier van de gemeente Reimerswaal (Zeeland) ziet „meer strikt lokale issues en lokale belangenbehartiging”. „Lokale partijen”, ziet Rolf Jongedijk in Enschede, „lijken vaker het geluid uit de samenleving mee te nemen in de discussies in de raad, waardoor er vaker gesproken wordt over onderwerpen die mensen direct raken: de dagelijkse woon- en leefomgeving”.

Een ding zien vrijwel alle griffiers: de toegenomen aandacht voor klimaat. Bijna 90 procent geeft aan dat het in de raad veel vaker over klimaat, energie en duurzaamheid gaat. Omdat het prominent in het collegeakkoord is gezet, omdat het bij alle besluiten „standaard wordt meegenomen” (Hellevoetsluis), omdat er discussie is over een biomassacentrale (Diemen) of over de plaatsing van velden met zonnepanelen (Voorst, Gelderland).

In sommige gemeenten is het klimaat een twistpunt. „De tegenstellingen lopen hier net zo uiteen als dat landelijk het geval is”, merkt een griffier in een grote gemeente. Hans Scherpenzeel, griffier in Schiedam: „Het college heeft grotere ambities op dit vlak en daarmee neemt de positie van de tegenstanders ook toe.”