Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Is fractiediscipline wel het echte probleem?

Tom-Jan Meeus

Na de kwestie-Özdil las je veel over de ongemakkelijke gehoorzaamheid die fractiediscipline vergt, en daar zit natuurlijk veel in. Het Kamerlidmaatschap is ondankbaarder dan het lijkt: ze selecteren je op basis van authenticiteit, ze verwachten slaafsheid.

Toch kreeg je niet de indruk dat progressieve (oud-)politici die minder fractiediscipline bepleiten, mede uit solidariteit met Özdil, altijd doorzien waarvoor ze ijveren. Ik noem maar iets: als alle fractiediscipline nu zou verdwijnen, kan de Kamer morgen een restrictiever vreemdelingenbeleid en minder vergaand klimaatbeleid invoeren. Ik baseer me hierbij op de verkiezingsprogramma’s van VVD, PVV, CDA, SGP en FVD, die samen 77 zetels hebben.

Fractiediscipline, ik zeg het maar even, heeft in de meeste gevallen een matigende invloed op het beleid.

Maar eerlijk gezegd weet ik niet of je fractiediscipline als geïsoleerd verschijnsel moet bekijken. De grote trend in de politiek is versnippering: in 1989 haalden negen partijen zetels in de Tweede Kamer, in 2017 dertien. En kiezers worden natuurlijk niet zomaar kieskeuriger: ze verwachten zéér specifieke stellingnamen van hun partij. Dus de vraag is hoe zij zich behandeld voelen als Kamerleden óók kieskeuriger worden en zich niet aansluiten bij hun fractie. Mogelijk vinden kiezers dit logisch, maar het kan ook dat ze denken: krijg ik nóg niet waarop ik stemde.

Evengoed beperkt juist versnippering individuele Kamerleden. Dat werkt zo. Naarmate je meer fracties hebt, komen fractievoorzitters minder snel in de media. Maar omdat naambekendheid, door diezelfde versnippering, voorwaarde voor electoraal succes is geworden (zie het Timmermans-effect), zetten fracties alles op media-aandacht voor hun leider – waardoor andere fractieleden zich vooral waterdrager voelen. Dit gebeurt met Klaver bij GroenLinks, maar wie oplet weet: zo gaat het bijna bij alle fracties.

Dan heb je de machtsvorming. Gesteld dat fracties alle fractiediscipline loslaten, en de vrijdenkende verlangens van individuele Kamerleden voorop stellen, zijn ze voor andere fracties, in coalitie én oppositie, geen berekenbare partner meer. Dat zal nooit werken.

Het gaat verder. Versnippering maakt coalitievorming ingewikkelder. Ingewikkelde coalities vorm je met gedetailleerde afspraken die pas staande blijven als iedereen ze nakomt, ofwel: juist versnippering verergert de fractiediscipline.

Ergo: alléén klagen over fractiediscipline is zoiets als kijken naar Laurel zonder Hardy. Fractiediscipline is in ons stelsel het product van machtsvorming, en verergert al decennia door de gevolgen van versnippering. Maar op de een of andere manier praten (oud-)politici over dit laatste minder graag.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.