Opinie

    • Peter de Bruijn

Een carrière van Elvis naar Netflix

Peter de Bruijn

Wie al meer dan vijftig jaar in Hollywood meeloopt, heeft verhalen te vertellen. Dat doet de 88-jarige, nog steeds zeer actieve producer Irwin Winkler met smaak in zijn onlangs verschenen memoires A Life in Movies. Winkler heeft de filmindustrie in die tijd natuurlijk zien transformeren. Zijn eerste film als producent was Double Trouble in 1967; een vehikel voor Elvis Presley. Winkler vertelt dat Elvis bij aankomst bij de MGM-studio altijd door zijn entourage werd bedekt met een deken. Zo zou hij onopgemerkt zijn fans bij de ingang kunnen passeren. Maar er stonden eind jaren zestig geen fans van The King meer bij de studiopoort.

Winklers meest recente deal is voor The Irishman, de langverwachte nieuwe gangsterfilm van zijn vriend Martin Scorsese met hoofdrollen voor Robert De Niro en Al Pacino. Die film komt dit najaar uit op Netflix. In zijn boek rekent Winkler voor waarom dat voor The Irishman de beste optie is. De traditionele studio’s zijn in de greep van superheldenfilms, waarvan alleen de marketingkosten al kunnen oplopen tot honderd miljoen dollar. Daarmee kan The Irishman – een karakterstudie die wordt gedragen door De Niro – niet concurreren. Netflix biedt daarentegen geld én 125 miljoen abonnees wereldwijd met zeer bescheiden, zo niet geheel ontbrekende marketingkosten.

In The Irishman zullen de personages van De Niro, Pacino en Joe Pesci te zien zijn als tachtigjarigen en – in flashbacks – als zestigjarigen, vijftigjarigen, veertigjarigen en dertigjarigen. Die digitale trucage is tijdrovend en kostbaar, maar levert inmiddels geloofwaardige resultaten op. Nog een tipje van de sluier: voor de film zijn 340 scènes gedraaid – het dubbele van een gemiddelde film. De film van Scorsese zou dus weleens een uur of vier kunnen gaan duren. Ook dat is op Netflix veel minder onoverkomelijk dan wanneer de film alleen traditioneel in de bioscoop zou worden uitgebracht.

Brave New World? Tot op zekere hoogte. Want Winkler is in al die jaren eigenlijk ook altijd hetzelfde blijven doen: veelbelovend materiaal zoeken, een script ontwikkelen, regisseur en crew contracteren en – het lastigste volgens hem – een filmster zo ver zien te krijgen dat hij zich aan een film verbindt. Met Scorsese en De Niro maakt hij al films sinds de geflopte musical New York, New York in 1977. In de tussentijd tekende hij onder meer voor Raging Bull en The Wolf of Wall Street. Zijn andere grote succes zijn de Rocky-films. Halverwege de jaren zeventig besloot hij met zijn zakenpartner Bob Chartoff een gok te wagen met het script van een volslagen onbekende acteur; Sylvester Stallone. Met de succesvolle spin offs in de Creed-films gaat dat succes nog steeds door.

Blunders waren er natuurlijk ook. Begin jaren zeventig bewoog een jonge regisseur, Francis Ford Coppola, hemel en aarde om de misdaadfilm The Gang That Couldn’t Shoot Straight voor Winkler te mogen regisseren. ,,Maar er was geen reden om aan te nemen dat Coppola een gangsterfilm zou kunnen regisseren. Geen enkele reden.’’ Winkler koos voor James Goldstone. Twee jaar laten kwam The Godfather uit.

Peter de Bruijn is filmrecensent.