Opinie

    • Paul Scheffer

De vrijdenker is geen volksvertegenwoordiger

Paul Scheffer

Het advies was kort en welgemeend: „Niet doen.” Ik was op bezoek bij Schelto Patijn, commissaris van de koningin in Zuid-Holland. Hij was ook voorzitter van de commissie die namens de PvdA kandidaten selecteerde voor de verkiezingen van 1994. Ik had een romantisch idee over vrijdenkers in de politiek: na lange jaren van kritiek wilde ik verantwoordelijkheid dragen.

Patijn zag me zijn statige kamer binnenkomen met een bovengemiddelde bos haar, gekreukeld linnen jasje en een dik boek onder mijn arm. Hij monsterde het verwaaide geheel: „Als ik je zo zie – in alles adem je ongebondenheid. Weet je wel zeker dat je in een fractie wil zitten?” Hij zag mijn teleurstelling: „Als je het echt wil, zal ik je steunen.”

Ik moest terugdenken aan zijn vriendelijke woorden toen ik de troebelen rond Zihni Özdil volgde. Het woord dat het meest opdook was ‘fractiediscipline’. Die had hij ervaren als een keurslijf. Al lezend door de vele berichten over zijn gedwongen vertrek kreeg ik de indruk dat Özdil zijn afscheid niet heel erg betreurde – zelfs als bevrijdend zag.

Lees ook onze reconstructie: Opkomst en ondergang van een bevlogen Kamerlid

De politieke cultuur staat inderdaad niet open voor onafhankelijke denkers. Ze worden soms met enthousiasme binnengehaald, maar al snel botst het individu dat zijn eigen spoor wil trekken met de collectiviteit die machtsvorming beoogt. Dat kun je betreuren, toch kan de vrijdenker geen volksvertegenwoordiger zijn.

Fractiediscipline is natuurlijk een probleem voor iemand die eigen ideeën wil ontwikkelen. In een fractie word je woordvoerder op een specifiek gebied, over al het andere moet je in het openbaar zwijgen. De woordvoerder landbouw mag niets over onderwijs zeggen. Maar vrijdenken gaat juist over grensoverschrijding. Wie het grotere geheel wil begrijpen moet zich niet laten vangen in een specialisme.

Je kunt in het parlement nu eenmaal geen macht vormen zonder een behoorlijke mate van eensgezindheid. Partij kiezen gaat niet samen met onafhankelijkheid. Die onafhankelijkheid bestaat namelijk uit de wil om dwars over scheidslijnen heen te blijven kijken en eerdere inzichten te heroverwegen.

H.J.A. Hofland omschreef ooit de individuele denker of doener als een „eenpersoonsstaat”. Iemand die wil regeren over een lege bladzijde of een leeg doek of een lege ruimte is ongeschikt om deel uit te maken van een groter geheel. Juist de meest eigenzinnige geesten zijn niet altijd de grootste democraten.

Het vereist oefening om onafhankelijk te blijven. Zo ontstaan wetenschappelijke inzichten, nieuwe ondernemingen of grote romans. Politiek is dan ook niet de plek waar sociale of culturele veranderingen in gang worden gezet. Zo zijn de jaren zestig vooral in de muziek en de literatuur begonnen.

Maar de politiek moet wel een omgeving zijn waarin zulke veranderingen worden opgenomen. Ook die gevoeligheid vraagt om oefening: vele jaren ervaring zijn nodig om een goed politicus te worden. Dat vermogen om maatschappelijke ontwikkelingen waar te nemen en vorm te geven ontbreekt momenteel te vaak.

Kortom, we hebben volksvertegenwoordigers én vrijdenkers nodig. En die genres moeten niet te veel worden vermengd. Dat doet beide geen recht. Tussen verbeelding en macht staan immers wetten in de weg en praktische bezwaren – en ook weemoedigheid die niemand kan verklaren. Dat hoort allemaal bij democratie.

Hoe het afgelopen is met mijn parlementaire ambities? Ik sloeg het advies van Schelto Patijn in de wind en kwam uiteindelijk op plaats 23 terecht. In een tijd dat de PvdA nog 49 zetels had was dat niet slecht. Maarten van Traa stond een plaats hoger. Het idee was dat we samen het buitenland zouden doen. Ik kon goed met hem overweg, al verschilden we van mening over kwesties als een kernwapenvrij Europa.

Toch sloeg de twijfel toe vlak voordat de lijst bekend zou worden gemaakt. Nu slaat bij mij altijd de twijfel toe, maar ik zag steeds minder hoe ik mijn eigen houding trouw zou kunnen blijven en trok me terug. Patijn belde. Zijn toon was plotseling een stuk minder vriendelijk: „Als je er nu vanaf ziet krijg je nooit meer een positie in de partij – welke dan ook.” Ik dacht: zo zou het ook zijn gegaan als ik me tegen de stroom in had bewogen.

Lees ook de afscheidsbrief van GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil

Het verlangen naar onaangepaste mensen in de politiek is begrijpelijk. Dat romantische idee heeft me nooit helemaal verlaten. Het blijft een beetje knagen. Ik had Zihni Özdil graag nog wat langer in de Kamerbankjes willen zien. Toch loopt het bij vrijwel alle partijen op een mislukking uit. Sinds mijn halfbakken poging heb ik meer begrip voor de wetten van de politiek.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.