Recensie

Recensie Film

‘Camino’ is vooral een egoportret

Documentaire Is je eigen hoofd voldoende voor een bioscoopfilm? De wandeldocumentaire ‘Camino’ van Martin de Vries die alleen naar Santiago de Compostella wandelt, richt zich alleen op hem.

‘Camino’ zit vol wandelanekdotes.
‘Camino’ zit vol wandelanekdotes. Beeld uit de film.

De wandeldocumentaire van de 63-jarige Martin de Vries heeft als ondertitel ‘a feature length selfie’. Enkele jaren geleden zou je er automatisch van uitgaan dat dit ironisch is bedoeld. Tegenwoordig is dat geen evidentie; er bestaan cursussen die vijftigplussers stimuleren om vooral niet achter te blijven bij de vloggende tieners en twintigers die eindeloos filmpjes online posten over zichzelf, hun make-uproutines of de games die ze spelen.

Ironie lijkt ook grotendeels afwezig in Camino. We volgen De Vries terwijl hij begint aan de pelgrimsroute richting Santiago de Compostella, zonder al te veel voorbereiding. Die heb je volgens hem niet nodig, want doe je tijdens de wandeltocht zelf wel op. We zien hem vanaf Le Puy-en-Velay in Midden-Frankrijk naar Noord-Spanje wandelen, terwijl hij zichzelf dagelijks filmt en mijmert over fysieke kwaaltjes en hoe mooi het landschap is.

‘De Camino’ wandelen lijkt de afgelopen jaren populairder dan ooit: in 2017 liepen er meer dan 300.000 mensen de route en afgelopen decennium verscheen de ene na de andere film over het onderwerp, waarin wandelaars om uiteenlopende redenen aan de tocht beginnen. De Vries zelf heeft geen idee waarom hij wandelt, die reden hoopt hij onderweg te ontdekken. Als kijker hoop je vooral te ontdekken waarom je zou blijven kijken naar De Vries’ wandelanekdotes, zoals een euforisch relaas over een onderweg kwijtgeraakt en weer teruggebracht zonnehoedje. De film werd dit jaar voor IFFR geselecteerd omdat hij volgens festivaldirecteur Beyer „een anti-selfie” is, cinema gaat volgens hem over tijdsbeleving en deze film toont volgens de festivaldirecteur perfect wat eindeloos lang lopen betekent. Het heeft inderdaad iets meditatief, op het ritme van De Vries hobbelen over de zonovergoten wandelpaden en door lommerrijke bosjes. En zoals in het echte leven duiken er geestige momenten op; zoals De Vries die al pratend in de camera over zijn levensangsten zichzelf vastwerkt in wat prikkeldraad.

Maar is dat voldoende? De Vries kiest ervoor om de camera – op shots van de vaak prachtige omgeving na - volledig op zichzelf te richten. De meeste makers van egodocumentaires brengen zichzelf in beeld in de hoop via een persoonlijk verhaal de kijker mee te nemen in een grotere kwestie. Van familietrauma’s en zwarte pagina’s in de geschiedenis tot grote maatschappelijke problemen. Dit soort grotere inzichten of thema’s ontbreken in Camino, ook op momenten dat De Vries kort meer serieuze onderwerpen ter sprake brengt. Maar misschien is juist dat veelzeggend: een deel van de wandelaars die op zoek zijn naar grootse inzichten, komt waarschijnlijk niet veel verder dan mijmeringen over hun hoofddeksel. En anders is Camino simpelweg een onderhoudende illustratie dat een populair onderwerp én je eigen hoofd niet per se voldoende zijn om een bioscoopfilm of vlog te maken die lang bijblijft? Of je nu twintiger, veertiger of zestiger bent.