Burgers Idlib klem aan grens met Turkije

Oorlog in Syrië De strijd in Idlib wordt steeds feller. Ziekenhuizen worden gebombardeerd en vluchtelingen schuilen in boomgaarden.

Een satellietfoto van de verwoestingen in Hbit, in de provincie Idlib
Een satellietfoto van de verwoestingen in Hbit, in de provincie Idlib Foto Maxar Technologies/Reuters

Honderden Syriërs hielden afgelopen vrijdag een betoging bij de grensovergang Atmeh tussen Turkije en Syrië. Ze eisten een einde aan de bombardementen door het Syrische regeringsleger en Rusland in de Syrische provincie Idlib. Ook wilden ze dat Turkije de grens zou openen voor mensen die op de vlucht zijn voor die bombardementen.

De betoging maakte duidelijk in welke wanhopige situatie de burgerbevolking in Idlib, geschat op zo’n drie miljoen, zich bevindt. Volgens de Verenigde Naties zijn meer dan 300.000 mensen op de vlucht voor het jongste offensief van de Syrische regering, dat een maand geleden begon.

Lees ook: In het laatste grote Syrische rebellenbolwerk Idlib wordt sinds begin mei fel gevochten. Is dit het slotoffensief, waarvoor Turkije vreesde?

Zij belanden in plaatsen als de noordelijke stad Atmeh, waar de kampen voor het offensief al vol zaten. Volgens Abou al-Nour, een verantwoordelijke van een kamp in Atmeh, slapen meer dan 20.000 families nu in een boomgaard vlakbij de Turkse grens. „Zij hebben geen onderdak of water. Wij doen wat wij kunnen maar dit gaat ons vermogen te boven”, zei al-Nour tegen het persagentschap Reuters.

Volgens het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten in Groot-Brittannië zijn sinds het begin van het offensief al meer dan 500 mensen gedood, van wie 58 burgers. Die cijfers zijn niet verifieerbaar.

Niet voor het eerst zijn ook ziekenhuizen gebombardeerd: 25 volgens artsen in Idlib. Wrang genoeg waren de coördinaten van negen van die ziekenhuizen via de VN doorgegeven aan Rusland en het Syrische regime – in de hoop dat deze zo gespaard zouden blijven. De ngo’s die werkzaam zijn in Idlib zijn nu gestopt met het doorgeven van coördinaten.

In een open brief hebben zestig artsen wereldwijd deze week een oproep gedaan te stoppen met het bombarderen van ziekenhuizen. Een van de ondertekenaars is Denis Mukwege, de Congolese arts die vorig jaar de Nobelprijs voor de vrede won.

Velden platgebrand

Een nieuw element is dat in Idlib ook veelvuldig velden in brand worden gestoken. Volgens het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN zijn al duizenden hectaren landbouwgrond en oogst verloren gegaan. „Het is onaanvaardbaar dat voedsel als oorlogswapen wordt gebruikt”, zei Herve Verhoosel van het WFP dinsdag op een persconferentie in Genève.

Lees ook deze column van Carolien Roelants: met Assad gaat het goed – maar met Syrië helemaal niet

De provincie Idlib is de laatste in Syrië die nog geheel in handen is van de gewapende oppositie. De voorbije jaren heeft het Syrische regeringsleger, met de hulp van Rusland, Iran en de Libanese shi’itische militie Hezbollah, het meeste grondgebied heroverd. Het noordoosten van het land wordt wel nog gecontroleerd door Koerden die de steun van de Verenigde Staten hebben, terwijl het uiterste noordwesten, ten noorden van Idlib, in handen is van door Turkije gesteunde rebellen.

Toch lijkt dit nog niet het langverwachte slotoffensief te zijn. De recente gevechten in Idlib begonnen in de eerste plaats uit onvrede over de deal die Turkije en Rusland in september vorig jaar sloten. Beide landen zouden toezien op de de-escalatie van de vijandelijkheden, onder meer door gezamenlijke patrouilles langsheen de frontlijn.

Maar een belangrijk onderdeel van het akkoord was het ontwapenen van Hayat Tahrir al-Sham, de opvolger van Al Qaeda in Syrië die een sterke aanwezigheid heeft in Idlib. Alleen Turkije, dat grote invloed heeft op de Syrische rebellen, was in staat dat te doen. Maar het tegenovergestelde lijkt te zijn gebeurd: Hayat Tahrir al-Sham heeft van het akkoord geprofiteerd om rivalen uit te schakelen en zijn positie in Idlib juist te versterken.

Rusland heeft dinsdag gezegd dat het voorlopig doorgaat met het bombarderen van wat Kremlin-woordvoerder Dmitry Peskov omschreef als „een hoge concentratie van terroristen en militanten die aanvallen uitvoeren op ongewapende burgers en Russisch militair personeel”. Met dat laatste bedoelt Peskov de recente aanvallen tegen de Russische luchtmachtbasis Hmeimim in Syrië, waarvoor het Hayat Tahrir al-Sham verantwoordelijk houdt.

Peskov reageerde hiermee ook op een tweet van de Amerikaanse president Trump zondag. „Ik hoor dat Rusland, Syrië, en in mindere mate Iran volop aan het bombarderen zijn in de provincie Idlib en dat zij daarbij willekeurig veel onschuldige burgers doden. De wereld kijkt toe bij deze slachtpartij. Wat is de bedoeling? Wat willen jullie hiermee bereiken? STOP!”, schreef hij.

Chemische wapens

De kans dat Trump militaire actie onderneemt in Idlib is gering. In het verleden hebben de VS alleen actie ondernomen wanneer chemische wapens in het spel waren, en dan nog met beperkte luchtaanvallen op militaire doelen.

Het verdere verloop van de gevechten in Idlib zal eerder bepaald worden door de relatie tussen Rusland en Turkije. Volgens het Kremlin is het de verantwoordelijkheid van Turkije om te zorgen dat de beschietingen door Hayat Tahrir al-Sham ophouden. Ankara is op zijn beurt bevreesd dat de Russische bombardementen een nieuwe vluchtelingengolf naar Turkije op gang brengen.

Turkije en Rusland zijn de laatste jaren dichter tot elkaar gekomen, terwijl de relatie van Turkije met de VS is verslechterd door de Amerikaanse steun aan de Syrische Koerden. Ook speelt de beloofde Turkse aankoop van Russische S-400-raketten.

Om die redenen lijkt president Poetin voorlopig niet bereid een grootschalig offensief in Idlib te steunen, hoe graag Damascus dat ook zou willen. „Rusland”, zei de Russische Midden-Oosten-expert Kirill Semenov tegen persbureau Associated Press, „is niet bereid zijn relatie met Turkije op het spel te zetten omwille van Idlib.”