Recensie

Recensie Film

‘Apocalypse Now’ wás Vietnam

Apocalypse Now Francis Ford Coppola won veertig jaar geleden met oorlogsepos Apocalypse Now de Gouden Palm in Cannes. Hij kon zich nooit meer losmaken van de film. Dit jubileumjaar komt hij met een wat kortere ‘final directors cut’.

Martin Sheen in ‘Apocalypse Now’. Tijdens de opnames was hij vijf weken uitgeschakeld door een hartaanval.
Martin Sheen in ‘Apocalypse Now’. Tijdens de opnames was hij vijf weken uitgeschakeld door een hartaanval. Foto Chas Gerretsen / Nederlands Fotomuseum.
    • Coen van Zwol

Veertig jaar geleden, in mei 1979, won Francis Ford Coppola’s oorlogsepos Apocalypse Now de Gouden Palm in Cannes. In de zaak klonk verspreid boegeroep: een enkeling vond de film bombastisch en pretentieus. Inmiddels is het de klassieke film over het Amerikaanse echec in Vietnam, met ‘evergreens’ als de helikoperaanval met Wagners Walkurenrit en „I love the smell of napalm in the morning”.

Scripschrijver John Milius schreef eind jaren zestig het basisscenario naar Joseph Conrads koloniale roman Heart of Darkness, over de zoektocht naar ivoorhandelaar Kurtz, ooit met hooggestemde idealen de Congorivier opgevaren maar in de jungle veranderd in een monsterlijke tiran. Die analogie - verder de rivier op, dieper de jungle in - paste volgens Milius wonderwel bij de Vietnamoorlog.

In Apocalypse Now krijgt de getraumatiseerde kapitein Willard (Martin Sheen) opdracht de Nung-rivier op te varen om Walter Kurtz (Marlon Brando) te elimineren, een losgeslagen kolonel die een bizar koninkrijkje heeft opgericht. Onderweg passeert zijn patrouilleboot taferelen die oorlogswaanzin illustreren: een bizarre Playboy Bunny-show in de jungle, de als kerstboom verlichte Do Luong-brug waar niemand het bevel voert.

In 1970 wilde George Lucas de film in Vietnam opnemen, met echte militairen. Francis Ford Coppola, die de film zou produceren, nam het project over toen Lucas de handen vol had aan Star Wars. Het Pentagon werkte ook niet mee, de Filippijnse dictator Ferdinand Marcos wel, al vlogen diens ingehuurde helikopters tijdens de opnames regelmatig weg om te strijden tegen een communistische guerrillastrijders.

De opnames van Apocalypse Now liepen uit de hand. Er waren 17 weken voor uitgetrokken, voor sterren als Clint Eastwood, Steve McQueen, Al Pacino, Jack Nicholson of Robert Redford al teveel. Het werden tenslotte 238 draaidagen in 1976 en 1977. De ambitie van Apocalype Now groeide met de week, Coppola herschreef al filmend het script. Er was zware tegenslag: tyfoon Olga vaagde op 26 mei 1976 de filmsets weg. Zwaar over budget, stak Coppola zijn eigen kapitaal en huis in de film: een flop was zijn bankroet geworden.

Ook de acteurs bezorgden hem hoofdpijn. Harvey Keitel werd als kapitein Willard na twee weken ontslagen en vervangen door Martin Sheen, die door een hartaanval vijf weken werd uitgeschakeld. Marlon Brando arriveerde moddervet, slonzig en onvoorbereid op de set, Dennis Hopper was continu stoned en dronken.

Lees ook het interview met de Nederlander Chas Gerretsen, setfotograaf bij ‘Apocalypse Now’

Maar de geruchten dat Apocalypse Now een fiasco was, werden weerlegd toen Coppola een onvoltooide versie in Cannes vertoonde. „Onze film gaat niet over Vietnam, onze film wás Vietnam”, orakelde hij. „Wij waren in de jungle met teveel mensen, teveel apparatuur, teveel geld. Stukje bij beetje werden wij gek.”

Apocalypse Now verdiende een voor die tijd zeer behoorlijke 150 miljoen dollar.

Coppola kan er nog steeds niet helemaal afscheid van nemen. Hij liet een geruchtmakende setdocumentaire monteren uit opnames van zijn echtgenote Eleanor (Heart of Darkness, 1991), monteerde in 2001 de 49 minuten langere ‘Redux’-versie, en in dit jubileumjaar een wat kortere ‘final directors cut’.

Zo deelde Coppola in 1979 ook zijn onzekerheid over de finale van zijn film: in Cannes huurde hij een bioscoop af om Apocalypse Now met een alternatief einde te vertonen. Daarin wordt Kurtz’ tempel met napalm gebombardeerd. Het gevolg was dat de hele filmpers meende dat het einde van Apocalypse Now niet deugde. Het werd inderdaad Coppola’s Vietnam: na een optimistisch begin kon hij zich er nauwelijks meer uit losmaken. Als filmmaker haalde hij nooit meer hetzelfde niveau.