Amsterdamse politie gebruikte omstreden undercovermethode

De zogeheten Mr Big-methode werd gebruikt in een onderzoek naar de verdwijning van Patrick van Dillenburg. De politie wilde de verdachte een bekentenis af laten leggen.

Foto Koen van Weel/ANP

De Amsterdamse politie heeft een omstreden undercovermethode gebruikt om een verdachte een moord te laten bekennen te laten bekennen. De verdachte in kwestie Ad K. werd in februari opgepakt en zit al drie maanden in de cel in afwachting van zijn proces, maar ontkent nu dat hij betrokken is bij de moord op Patrick van Dillenburg. Dat meldt EenVandaag dinsdag, die het strafdossier heeft ingezien.

De zogeheten Mr. Big-methode, overgewaaid uit Canada, is een undercovertechniek die de Nederlandse politie soms gebruikt om verdachten zware delicten te laten bekennen. De verdachte wordt in een crimineel (nep)milieu geïntroduceerd en daarna door ‘de grote baas’ onder psychische druk tot een bekentenis verleid - vaak in ruil voor geld of aanzien. De techniek is omstreden omdat de bekentenis vaak niet betrouwbaar is. Ook mensen die niet schuldig zijn, kunnen bekennen.

Lees ook: Mr Big laat ook een onschuldige bekennen

Drugshandelaar

In het cold case-onderzoek naar de verdwijning van drugshandelaar Patrick van Dillenburg in 2002 maakte de Amsterdamse politie gebruik van deze techniek. Zo legde verdachte K. een bekentenis af voor de moord aan een vriend, in ruil voor veel geld. Die vriend bleek later echter een undercoveragent. Nu zegt K. daarover dat hij de agenten „gewoon een broodje aap” heeft verkocht. „Ik heb hem absoluut niet vermoord. Ik zit onschuldig vast voor een moord die nooit heeft plaatsgevonden.”

Van Dillenburg verdween op 2 januari 2002 op 38-jarige leeftijd toen hij bij zijn vriendin was in de Willemstraat in de Amsterdamse Jordaan. Hij werd gebeld, liep even naar buiten en is daarna nooit meer teruggekomen. De politie denkt dat hij mogelijk verwikkeld is geraakt in een conflict over cocaïne met Surinaamse drugshandelaren.