Als oorlogsfotograaf tussen de verwende acteurs

Apocalypse Now Het oorlogsepos Apocalypse Now won veertig jaar geleden de Gouden Palm in Cannes. De Nederlandse fotograaf en avonturier Chas Gerretsen werd als fotograaf ingehuurd op de set. Hij komt nu met een expositie.

Chas Gerretsen werd als setfotograaf ingehuurd bij ‘Apocalypse Now’.
Chas Gerretsen werd als setfotograaf ingehuurd bij ‘Apocalypse Now’. Foto Chas Gerretsen / Nederlands Fotomuseum.

Marlon Brando? „Een egomaan.” Dennis Hopper? „Je lachte, je huilde, je trok je de haren uit je hoofd.” Martin Sheen? „Een religieuze burgerman met een drankprobleem.”

De Nederlandse fotograaf en avonturier Chas Gerretsen (75) zag de acteurs van Apocalypse Now van nabij: in juni 1976 werd hij als setfotograaf ingehuurd bij Francis Ford Coppola’s Vietnamepos over kapitein Willard die opdracht krijgt de losgeslagen Amerikaanse kolonel Kurtz te vermoorden. Gerretsens grote verdienste: hij had oorlogservaring als cameraman en fotograaf in Vietnam en Cambodja.

Niet veel later landde Gerretsen met vier camera’s - twee voor kleur, twee voor zwart-wit - in de Filippijnen om aan zijn proefmaand te beginnen. Coppola begroette hem met de mededeling dat hij die nacht over hem had gedroomd. „Ik hing aan jouw camerariem uit een raam op de dertigste verdieping van een wolkenkrabber.” Goed nieuws, hoorde Gerretsen: de bijgelovige Coppola hechtte aan zulke dromen en voortekens. Een maand later sprak de regisseur hem opnieuw aan. „Ik mag jou niet zo, maar je bent een goede fotograaf.” Hij mocht blijven.

Chas Gerretsen, een Groninger die in 1961 Nederland verliet, is met zijn Duitse vrouw Monika in Rotterdam om zijn fotoarchief, ondergebracht bij het Rotterdamse Fotomuseum, door te spitten. Wat ervan over is althans: 80.000 foto’s die Gerretsen voor het Franse foto-agentschap Gamma maakte zijn verdwenen, mogelijk verdonkeremaand. De setfoto’s van Apocalypse Now vallen buiten die boedel: op 22 juni exposeert hij ze in de Rotterdamse bioscoop Kino.

Oorlogsfotograaf

Gerretsen was vanaf 1968 actief als oorlogsfotograaf in Vietnam en Cambodja, legde in 1970 de catastrofale tyfoon Bhola in Bangladesh vast en in 1973 de staatsgreep tegen president Allende in Chili. Hij knipte dé iconische foto van juntaleider Pinochet, arrogant, met zonnebril, en won de prestigieuze Robert Capa Gold Medal. In plaats van een nieuwe oorlog bood agentschap Gamma hem in 1975 Hollywood aan: Gerretsen opende daar een filiaal en kon aan de slag als paparazzo.

Als niet-vakbondslid was Chas Gerretsen niet welkom op filmsets - zeer lucratief werk - tot Apocalypse Now hem illegaal inhuurde: de set was ver weg, op de Filippijnen. Voor 750 dollar per week: in Vietnam waagde Gerretsen zijn leven voor 75 dollar voor een film en 5 dollar per gepubliceerde foto. „Toch werd ik onderbetaald, hoorde ik later op de set.” Daar was de stemming beroerd: iedereen klaagde over hitte, muggen, modder of een klepperende airco.

Van film wist Gerretsen weinig, de eerste dagen banjerde hij met zijn camera zomaar shots binnen. Maar hij raakte in gesprek met cameraman Vittorio Storaro en mocht van Coppola aanschuiven bij de ‘dalies’, de ruwe opnames. „Ze wilden van mij weten of het er authentiek uitzag, ik was een van de vier of vijf Vietnamveteranen op de set. Storaro vroeg me over een barbecue die kolonel Kilgore in de film voor zijn troepen aanricht. Hoe moest hij dit in dit beeld brengen? In elk geval met schijnwerpers om de perimeter te belichten, zei ik hem.”

Dennis Hopper

Zijn belangrijkste bijdrage aan Apocalypse Now zit hem in de rol van acteur Dennis Hopper: hij speelt een gedrogeerde hippie annex oorlogsfotograaf, de hofnar van kolonel Kurtz. „Hopper zou eerst de rol van overloper luitenant Colby spelen. Maar Coppola wilde een journalist in zijn film, hij had een hekel aan de pers.” Zeker in 1976, toen wilde verhalen circuleerden over de decadentie en anarchie op de set van Apocalypse Now. Newsweek was niet welkom op de set, maar schreef een stuk over prostituees die uit Los Angeles werden invlogen. Gerretsen: „Alsof daar ter plekke een gebrek aan was.”

Lees ook: Apocalypse Now’ wás Vietnam

Na een gesprek met Gerretsen besloot Coppola van die journalist een fotograaf te maken. „Dat waren in Vietnam de meest geschifte types.” Gerretsen moest zijn camera’s als rekwisieten bij Dennis Hopper inleveren, die de rol kreeg „Ik vloog naar Hong Kong om nieuwe te kopen.” Gerretsens kledingadviezen werden niet altijd gevolgd. Coppola praatte Hopper uit het hoofd om filmrolletjes als een soort geweerpatronen aan zijn camera-riem te bevestigen. „Zoiets onhandigs zou een fotojournalist nooit doen.” Wel hield Hopper vast aan een gebarsten zonnebril, om zijn gefragmenteerde perceptie te symboliseren.

Gerretsen: „Dennis Hopper was zo weerloos dat je niet boos op hem kon worden. Hij arriveerde om tien uur op de set, een uur te laat, stoned en bezopen. Coppola huurde een lijfwacht in om hem nuchter te houden, toen arriveerden ze samen om tien uur, stoned en bezopen. Ze vlogen Hoppers vriendin binnen om hem wat te kalmeren, dat weekeind stak Dennis zijn matras in brand en barricadeerde daarmee de deur van zijn hotelkamer.”

Elke tekst werd bij Hopper gebrabbel. „Hij onthield niets en werd een keer zo razend op zichzelf dat hij de camera’s van zijn nek wilde rukken, verstrikt raakte in de riemen, in paniek wegrende en plat in een modderpoel viel. Onvergetelijk.”

Prima donna Brando

Aan acteur Marlon Brando had Gerretsen een hekel: hij moest hem om permissie vragen bij elke foto. Coppola had de carrière van deze prima donna gered door hem de rol van Vito Corleone te gunnen in The Godfather. Gerretsen: „Brando was toen een nobody in Hollywood, zijn comeback had hij aan Francis te danken. Misschien dat hij hem daarom zo haatte.”

Ondanks een salaris van 3,5 miljoen dollar voor vier weken werk arriveerde Brando moddervet en onvoorbereid op de set. Gerretsen: „Brando schudde direct ieders hand. ‘Hello, my name is Marlon Brando.’ maar hij keek dan straal langs je, dus stond hij vijf minuten later weer voor je. ‘Hello, my name is Marlon Brando.’ Hij was totaal niet in je geïnteresseerd.”

De obese Brando liet zich alleen in de schaduw filmen, gehuld in afkledend zwart: er was ook een slanke stand-in. De eerste week werd verspild aan gekissebis met Coppola over script, personage en motivatie. „Terwijl 150 man cast en crew zaten te niksen. Het duo herschreef Brando’s teksten, waarna hij gewoon mompelde wat er in hem opkwam.”

Toen Coppola de acteur na al zijn chicanes een dagje extra nodig had, eiste Brando 65.000 dollar. Jaren later jubelde Coppola in een documentaire nog altijd over de ‘natuurkracht Brando’, een „monumentaal karakter die worstelt met de extremiteiten van zijn ziel”. Gerretsen: „Dat is in Hollywood een tweede natuur. Acteurs hou je te vriend, zelfs als ze dood zijn. Want zij hebben de macht.”

Na Apocalypse Now dwong Gerretsen lidmaatschap van de vakbond af en werkte hij tot 1989 als celebrity- en setfotograaf, om daarna in een zeiljacht met zijn vrouw Monika toeristen rond te varen in Azië. Eigenlijk zou een overzichtsexpositie van zijn werk niet misstaan, denkt hij. „Ik fotografeerde oorlogen, staatsgrepen, rellen en natuurrampen, honderden filmsets en alle Hollywoodsterren uit de jaren zeventig en tachtig. Welke fotograaf kan mij dat nazeggen?”

De Rotterdamse bioscoop Kino opent op 22 juni de expositie ‘Dutch Angle: Chas Gerretsen & Apocalypse Now’ van Chas Gerretsens setfoto’s. Er verschijnt dan tevens een documentaire.