Ze dacht Princess zelf te kunnen redden

Wie: Simone (58)

Kwestie: Hond te laat naar dierenarts gebracht Waar: Politierechter Haarlem

‘Bullshit”, mompelt haar moeder als de beschuldiging tegen Simone (58) in de rechtszaal wordt voorgelezen. Simone heeft volgens de officier van justitie haar hond Princess te laat naar de dierenarts gebracht, waardoor die onnodig pijn heeft geleden.

Simone is een lange, wat hoekige vrouw met slordig opgestoken grijs haar. Ze vertelt met geëmotioneerde uithalen hoe Princess op 2 januari in het bos zomaar door een andere hond werd „gepakt”. Eerst in haar nek, daarna nam de hond de kop van Princess in de bek en schudde die heen en weer. Eenmaal los zakte Princess direct door haar poten. Simone tilde haar op en bracht haar naar huis. Om bloed en modder af te spoelen, zette ze haar onder de douche. Ze zag een verwonding bij haar oor. „Ik dacht: dat wordt een bloedoor, en schrompelt dan na een paar dagen weer leeg”, legt ze uit aan de politierechter in Haarlem.

Ze zegt dat ze de dierenarts gebeld heeft, maar dat die haar niet wilde helpen omdat ze geen geld had. „Ik mocht niet op rekening omdat ik onder bewind sta.” Bij de dierenarts is geen telefoontje geregistreerd van Simone. Ze vertelt de rechter dat ze Princess zelf „gelijk op antibiotica heeft gezet en op prednison en hoog op pijnstillers”. In het verleden heeft ze als dierenartsassistente gewerkt, dus ze „weet er wel iets vanaf”.

„Hoe komt u aan die medicijnen?”, vraagt de rechter. „Er zijn groepen op internet, waar mensen medicatie aanbieden als hun hond overleden is.”

Simone zegt dat ze niet in de gaten had hoe ernstig het was met Princess, maar postte nog dezelfde avond een bericht op Facebook waarin ze aangaf de eigenaar van de andere hond te willen opsporen. Tijdens de aanval was die nergens te bekennen. In de post schreef ze dat Princess helemaal verlamd was en dat haar hele oor open leek. Ook zei ze dat een bezoek aan de dierenarts haar 600 euro had gekost.

„Maar u was niet naar de dierenarts geweest”, zegt de rechter.

„Nee, maar ik kan niet op Facebook zetten dat de dierenarts mij niet wil helpen omdat ik geen geld heb.”

De officier zegt: „Het is mijn ervaring dat ze zo’n gewond dier niet wegsturen.” Simone: „Het is mijn woord tegen dat van hun en ik kan nooit tegen ze op.” Simone leeft van een WAO-uitkering. Ze staat onder toezicht omdat ze schulden heeft.

Vijf dagen na de aanval belt Simone naar de dierenarts. „Ik zag aan Princess dat ze het had opgegeven.” Bij het telefoontje doet ze zich voor als haar moeder en geeft aan dat ze pas twee weken later zal kunnen betalen. Ze mag komen. Maar het gaat dan al zo slecht met Princess dat de arts niets anders meer kan doen dan haar laten inslapen. Onder haar oor zit een groot gat, met een zwarte rand van afstervend vlees. De dierenarts concludeert dat de hond „verschrikkelijke pijn” moet hebben doorstaan.

Simone vindt het moeilijk dat zij als mishandelaar wordt weggezet, zegt ze. „Dat zijn mensen die honden slaan.” Maar de officier legt uit dat ze niet voor mishandeling wordt vervolgd, maar voor verwaarlozing. Simone heeft ook nog een hond en een kat. De dierenarts kent haar en zegt dat ze wel „hart voor dieren” heeft maar vaak komt „als het al te laat is”. Het is niet duidelijk of het de dierenarts was, die de zaak aanhangig heeft gemaakt.

De officier vraagt of het wel „verstandig is zo veel dieren te nemen” als je moet rondkomen van 45 euro leefgeld per week. „Nee”, zegt Simone, „maar ze weten me altijd te vinden met zwerfbeessies.”

Ze moet leren om ‘nee’ te zeggen, vindt de officier. „Ja”, zegt Simone, „maar dat is moeilijk als je in die oogies kijkt.”

Simone heeft Princess’ toestand „vreselijk onderschat”, concludeert de officier. Ze eist een taakstraf van 60 uur waarvan de helft voorwaardelijk, omdat ze wil voorkomen dat Simone nog eens te laat met één van haar dieren naar de arts gaat. De rechter legt de geëiste straf op. „Ik denk dat u de ernst wel al op de dag van de aanval inzag. U had eerder naar de dierenarts moeten gaan. Er is geen dierenarts die u had geweigerd, dat mogen ze niet.”