Recensie

Recensie Muziek

Wonderschone operacyclus van Stockhausen met heli-strijkkwartet en tonggeklak

Aus Licht, Holland Festival Zestien uur muziek, bijna 700 medewerkers, vier helikopters: weinig aan Stockhausens multi-muziektheaterwerk aus LICHT, het evenement van het culturele jaar, is níet megalomaan. Drie NRC-critici over de driedaagse première.

Blazers op steigerconstructies in de Gashouder in Amsterdam bij de voorstelling ‘aus LICHT’
Blazers op steigerconstructies in de Gashouder in Amsterdam bij de voorstelling ‘aus LICHT’ Ruth & Martin Walz ©2019
    • Mischa Spel
    • Joep Stapel
    • Joep Christenhusz

De onderdompeling begint al bij de kassa. Met een felgekleurd bandje om je pols waan je je festivalganger of all-inclusive-toerist en, zo bevestigt de medewerker van het Holland Festival, dat ben je als toeschouwer van Stockhausens Gesamtkunst-opera aus LICHT in wezen ook.

„Het is een all-inclusive-beleving voor de zintuigen”, verzekert ze. En daarmee is meteen al veel gezegd, want hoe veel slimme of domme bedenkingen je ook kunt hebben bij Stockhausens zestien uur durende magnum opus (13 uur van het origineel bleven voor deze opvoeringsreeks uit praktische bezwaren op de plank liggen), het gevoel onderdeel te zijn van een uniek ritueel overheerst alles.

Om te beginnen is er de muziek. Die is soms behoorlijk lang en incidenteel zelfs tenenkrommend, maar net zo vaak geniaal in haar ongehoorde kleurenrijkdom en de eigenzinnigheid. Het effect is regelmatig wereldvreemd, vaker ontroerend door speelse, onaardse onschuld. Opvallend goed ook: de klankregie. Wat je ook hoort (en het aantal opstellingen, kleuren en timbres beslaat een kleurenpalet waar je oren doorgaans in een decennium niet aan toe komen), het klinkt allemaal even subliem.

Bekijk ook: de in beeld met foto’s van de spectaculaire ‘aus LICHT’ voorstelling

Dan de locatie. Superlatieven slijtage dreigt, maar: ook die is niet te overtreffen. In de enorme, ronde Gashouder op het Westergasfabriekterrein (een van de grootste in Europa) komen lange, statige muzikale kooroptochten (Mädchen en Engel-Prozessionen) ideaal tot hun recht. Er passen ook tientallen meters hoge stellages voor blaasorkest (Luzifers Tanz), en musici kunnen er fraai ruimtelijk worden opgesteld, bij voorbeeld als de benen van een kompas (Michaels Abschied), om zo sferisch tegen elkaar in te blazen.

En ook voor het lichtontwerp van Urs Schönebaum is de Gashouder een droomplek. Wie tijdens de Unsichtbare Chöre, toetje van dag één van de cyclus, rondwaart door de duistere koepel, waant zich pelgrim door een Bijbels ondermaanse; turend naar betoverende sterrenstelsels van licht, aangevallen door lichtstraalfalanxen die uit de hemel vallen. Uit de luidsprekers rondom zingen onzichtbare koren hun Babylonische, bezwerend aandoende klanken: een bedwelmend geheel. (MS)

Trompetmuziek ‘Michaels Reise um die Erde’ in 'aus LICHT’ tijdens Holland Festival première van Stockhausen operacyclus. Ruth & Martin Walz ©2019

Deel 1 Michael

Terug op aarde. Schwärmerisch schrijven over Stockhausen is gemakkelijk, helder blijven veel moeilijker. De zeven naar de dagen van de week vernoemde delen waaruit de opera is opgebouwd, zitten zelf immers al zo tjokvol raadselen en symbolen dat alleen de doorgelezen Stockhausen-kenner alles zal begrijpen en duiden.

Michaels Jugend is het deel waarmee het eerste deel begint. Om de voorstellingencyclus behapbaar en uitvoerbaar te houden, zijn de oorspronkelijke zeven avonden hier teruggebracht tot drie. Om ervan te kunnen genieten moet je allereerst je menselijk-talige reflex het gezongen Duits te willen kunnen verstaan loslaten. Taal is ondergeschikt. Taal functioneert ook niet altijd als taal, want vaak worden syllaben verhaspeld tot stotterspraak, of verliezen de tongen van de zangers zich zomaar in zinnelijk tonggeklak – een effect dat in de Unsichtbare Chöre uit tientallen monden klinkt als een tropische regenbui.

En toch is er wel iets van een verhaallijn in aus LICHT. Je zou het een deels biografische deels spirituele verhaallijn kunnen noemen, maar wie liever andere bijvoeglijk naamwoorden uit de toverdoos kiest (kosmisch, utopistisch) zit er ook niet per se naast.

Michaels Jugend valt samen met Stockhausens eigen jeugd, waarin zijn moeder voor zijn ogen werd weggevoerd in het kader van de door de nazi’s nagestreefde eugenetica: psychische patiënten werden vermoord. Zijn vader, die stierf aan het front, zien we hier eerst met de jonge Michael jagen, om later in een ritueel meervoudig herhaalde sequens zelf steeds opnieuw neergeschoten te worden: een vader mag in vlees en bloed maar één keer sterven, in het hart van zijn zoon sterft hij talloze malen.

Michaels Jugend duurt zeventig minuten en eerlijk is eerlijk: veel toeschouwers beginnen na een half uur te draaien, hoe uitstekend er ook wordt gezongen, gespeeld en gedanst door de drie protagonisten en hun musicerende en dansende alter ego’s. Misschien is de hybride mix van concreet trauma (oorlog en conservatorium-toelatingsexamen) en grillige fantasie het struikelblok. Meegaan in leed is één, maar vervolgens met Stockhausen opstijgen in zijn pantheïstische droom over Michael die verliefd wordt op „Mondeva – mees – Luneva – zilverbek”: lastig.

Een slimme troef van regisseur Pierre Audi is dat hij elk van de drie avonden vooraf laat gaan door een jeugdjournaalachtig stukje documentaire, waarin we Amsterdamse basisschoolkinderen zien knutselen op basis van Stockhausens fantasie. Al doende vertellen ze waar de opera’s over gaan. Zo wordt de „plot” losjes geïntroduceerd én direct van zijn pretentieuze angel ontdaan („Lucifer is een soort duivel die ook soms goed is. Blijkbaar.”). En is ook meteen duidelijk dat Stockhausens denkwereld inderdaad - deels - begrepen kan worden vanuit de kinderlijke fantasie.

De conclusie na het zien van deel één blijft de rest cyclus van kracht: Stockhausens muziektheater (vaak is het trouwens meer theatermuziek, zonder zang) werkt het sterkst waar de verhaallijn het zwakst is. Dan kan de rituele kracht van de muziek bloeien zonder dat een concrete „handeling” je terug op aarde trekt. Het geweldige trompetconcert Michaels Reise um die Erde, met de razend virtuoze solist Jerome Burns als een zonnekoning opgesteld temidden van het orkest, is een uitstekend voorbeeld. Je hoort invloeden uit alle windstreken langswaaien (jazz, gamelan), maar uiteindelijk domineert Stockhausens eigen wereld en klinken talloze nieuwe, ongehoorde geluiden en effecten – van de enorme gong die inventief wordt beklopt en bespeeld tot een ruftend duet tussen trombone en tuba. (MS)

Vingervervende koorknapen treden uit de stalen vulva in ‘aus LICHT’ Ruth & Martin Walz ©2019

Deel 2 Lucifer & Eva

Over rituele kracht gesproken: neem Kathinkas Gesang, overgeheveld uit de tweede LICHT-opera Samstag en gewijd aan de kwade genius Lucifer. Je zou de scène een surrealistische rite rond dood en wederopstanding kunnen noemen: een fluitist mediteert op 24 bezwerende melodische formules en wordt daarin bijgestaan door een zestal slagwerkers annex marsmannetjes. Gekleed in zilverkleurige pakjes en behangen met zelf gekluste percussie-instrumenten brengen ze een keur aan zoem-, gons- en vogelgeluiden voort (koekoek!).

Knots? Jazeker. Wat het allemaal betekende? Geen flauw benul. Maar wat is de muziek wonderschoon. Vooral als de kwikzilverachtige fluitriedels, kwarttoonbuigingen en raspklanken zo sensueel tot leven worden geblazen als door de weergaloze Marta Goméz Alonso.

Ook uit Samstag, maar van een heel andere orde is Luzifers Tanz, een vijftig minuten durende brok muziek van de monolithische soort. Noem het een ‘big band from hell’, de tachtig hout- en koperblazers, die onder de dreigende stentorstem van Luciferbas Damien Pass een reeks ‘Augenbrauen- und, Oberlippentänze’ in gang zetten. Met een duivelse piccolosolo tekende fluitist Davide Baldo voor een wervelende ‘Zungspitzentanz’. Op projectieschermen wordt intussen het computergeanimeerde gelaat van acteur Johan Leysen uit de plooi getrokken.

Gouden greep van Audi en lichtontwerper Schönebaum: het idee om het blaasorkest op een metershoge steigertribune te plaatsen.

Dat Stockhausen zich bij iedere nieuwe compositie tot doel stelde om van de grond af aan een compleet nieuwe klankwereld op te trekken, bleek andermaal uit de scènes uit Montag, de dag van oermoeder Eva. Hier geen helse fanfares, maar zinnelijke bassethoornsolo’s, een futuristisch synthesizerorkest en drie kinderkoren.

Magisch was de mise-en-scène van Mädchenprozession. De kraakheldere, serene stemmen van het Nationaal Kinderkoor en Nationaal Jeugdkoor kwamen op in een stoet van witte gewaden en flakkerend kaarslicht. Wat zich daarna op de bühne voltrok was niet minder toverachtig. Pianist Ivan Pavlov bevruchtte met zinnelijk klavierspel een stalen vulva, waaruit zeven loepzuiver zingende knaapjes tevoorschijn kwamen.

In Der Kinderfänger betoverde een fenomenale Felicia van den End (fluit en zang) Eva’s kroost in een even hallucinant als humoristisch vraag-antwoord-spel om ze in Entführung in een lange optocht mee te voeren naar een utopisch Jenseits. (JC)

Magisch: de ‘Mädchenprozession’ in ‘aus LICHT’ van Karlheinz Stockhausen tijdens het Holland Festival Ruth & Martin Walz ©2019

Deel 3 Samenwerking en het openen van de ruimte

Wanneer je na drie dagen aus LICHT de Gashouder uit stommelt, de schemering van het Westerpark in, kijk je rond in een slaapdronken verwondering. Alles is vreemd. Alleen de maan lijkt vertrouwd – een gewiekst effect uit de koker van lichtontwerper Urs Schönebaum, ongetwijfeld. Misschien is dat wel het grootste compliment dat je de makers van aus LICHT kunt maken: dat zij de nalatenschap van Stockhausen hebben omgevormd tot een theateruniversum met zo’n krachtige innerlijke logica dat het je blik op de werkelijkheid verandert.

Wat betreft plotafwikkeling en andere operaconventies: op de derde dag doen alleen de echte fanaten nog een poging de narratieve eindjes aan elkaar te knopen. In deze collage uit Dienstag, Mittwoch en Sonntag raken de drie protagonisten Michael, Eva en Lucifer definitief uit beeld, ook al staat de uiteindelijke verlichting in Engel-Prozessionen in het teken van de mystieke eenwording van Michael en Eva. We wonen een Babylonisch Welt-Parlament bij, heerlijk gesist en gezongen door het Nederlands Kamerkoor, en de audities van twaalf instrumentalisten voor het hemelorkest (Orchester-Finalisten). Het begon een stuk aardser, toen rond het ziedend hete middaguur de hel losbarstte met Invasion-Explosion, een veldslag midden in het publiek tussen de trompetterende blauwhelmen van Michael en de trombonetroepen van Lucifer. Het stuk is veel te lang, een euvel waaraan wel meer Stockhausen-werken lijden. De piëtascène halverwege is minder indrukwekkend dan bij de preview vorig jaar. Maar de realistische krijgsverbeelding clasht op intrigerende wijze met de surreële setting. En zoals regelmatig tijdens aus LICHT loopt het stuk uit in een magisch afsluitend bühnebeeld. Het cumulatieve effect van al die tableaus is een van de talrijke genoegens van de cyclus.

Opmerkelijk is dat een van de muzikaal minst interessante stukken, het Helikopter-Streichquartett, tegelijk een van de meest gezichtsbepalende is. Briljante noten te over in Stockhausens oeuvre, maar het visioen van vier strijkers in vier heli’s hoog boven de stad raakt aan de kern van zijn scheppingsdrift: steeds anders, verder, nieuwer, groter. De enscenering is hier wederom een gouden greep: in een surrealistische, maar ook aandoenlijke live-reportage volgen we de jongedames van het Pelargos Quartet van de Gashouder naar hun cockpits en terug. Meer dan een compositie is dit strijkkwartet een show, en de scheut reality-tv injecteert Stockhausens losgezongen universum met de broodnodige luchtigheid.

Het contrast met Engel-Prozessionen kan nauwelijks groter zijn. Voor dit ritueel is het publiek in een cirkelopstelling gezeten, omringd door een drone-koor, terwijl zeven kleine koren in ruisende pijen door de Gashouder schrijden, badend in koel blauw licht. Stockhausens herhalingsmanie bewerkstelligt hier het tegenovergestelde van langdradigheid: hij zet de tijd stil, wast je oren en, vooruit, ook je ziel. (JS)

Beelden van het strijkkwartet uit de helikopter, onderdeel van ‘aus LICHT’ ©2019 Ruth & Martin Walz