Hoe de oud-rector van de UvA plagieerde in speeches en proefschrift

Plagiaat bij UvA Als rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam nam Dymph van den Boom maatregelen tegen plagiaat. Zelf nam ze die gedragsregels niet zo nauw.

Illustratie Gijs Kast

Het is 1 oktober 2007, 16.15 uur. In de aula van de Universiteit van Amsterdam (UvA) heeft hoogleraar pedagogiek Dymph van den Boom zojuist als eerste vrouw in de Nederlandse geschiedenis de ambtsketen van rector magnificus omgehangen gekregen. Ze opent haar maidenspeech met een verhaal over het surrealistische schilderij Ceci n’est pas une pomme van de Belg René Magritte. Net als de appel op dat schilderij is haar toespraak in hoogleraarstoga niet wat het lijkt, waarschuwt ze. Het betreft geen traditionele toespraak van een hoogleraar, maar een van een hoogleraar in de rol van bestuurder. Een rector magnificus bedrijft zelf geen wetenschap meer, maar bestuurt de universiteit en treedt op als haar ambassadeur.

Niet wat het lijkt is ook Van den Booms betoog over Ceci n’est pas une pomme. Haar tien openingszinnen lijken uit eigen koker te komen, maar haar gehoor weet niet dat ze zijn gekopieerd uit de openingsrede van Wil Munsters, die in 2004 op identieke wijze begon bij zijn aantreden als lector Toerisme en Cultuur aan de Hogeschool Zuyd in Maastricht. Enkele zinnen verder volgen ook nog eens veertien zinnen die de nieuwe rector, zonder de bron te noemen, letterlijk heeft overgenomen of geparafraseerd uit een artikel van de Amerikaanse sociologen David John Frank en John Meyer. Ook in de digitale versie voor andere geïnteresseerden vermeldt zij deze bronnen niet. „Wie imiteert, valt door de mand”, zegt Van den Boom een jaar later tegen Vrij Nederland in een interview over haar leefregels, maar het plagiaat in haar openingsrede (ongeveer een kwart van de tekst) valt niemand op.

Als rector magnificus vertegenwoordigde Van den Boom het bestuur van de UvA. Het plagiaat is opvallend omdat Van den Boom als rector zelf diverse maatregelen trof om plagiaat onder studenten en onderzoekers te bestrijden. Plagiaat geldt als een van de hoofdzonden in de academische wereld.

In het proefschrift uit 1988 van Van den Boom staan gekopieerde stukken tekst, net als in acht van haar tien openingstoespraken

Het plagiaat in de inaugurele rede van Van den Boom staat niet op zichzelf. Gedurende haar wetenschappelijke en bestuurlijke carrière, die dertig jaar bestrijkt, kopieert Van den Boom vaker teksten en citaten zonder duidelijk te maken dat het om werk van anderen gaat. Dat blijkt uit onderzoek van deze krant. In haar proefschrift uit 1988 trof NRC gekopieerde stukken tekst aan. In de jaren negentig is een wetenschappelijk artikel gecorrigeerd vanwege plagiaat. En in acht van de tien openingstoespraken die zij tussen 2008 en 2017 uitsprak tijdens de dies, de verjaardag van de universiteit, zijn teksten van anderen gebruikt.

Van den Boom (1951) begon haar carrière als lerares in het speciaal onderwijs voor kinderen met leer- en gedragsproblemen en ging daarna psychologie studeren in Leiden, waar ze in 1981 cum laude afstudeerde. Tijdens haar promotietraject volgde ze trainingen aan Amerikaanse universiteiten (Indiana, Minnesota en Harvard). Na haar promotie in 1988 op een proefschrift over prikkelbare baby’s werkte ze nog zes jaar in Leiden als universitair docent. In 1996 volgde haar benoeming tot hoogleraar Opvoedkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Daar nam ze steeds meer bestuurlijke taken op zich: ze werd in 1997 vice-decaan en in 2001 decaan van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. In 2007 werd ze rector magnificus, wat ze tien jaar zou blijven.

Toga’s en gasten

Een rector magnificus is binnen het universiteitsbestuur portefeuillehouder onderwijs en onderzoek en heeft naast bestuurlijke ook representatieve taken. De belangrijkste academische bijeenkomst onder leiding van de rector is de dies van de universiteit. Dit is een feestelijk gebeuren in klassieke sfeer, in een aula vol hoogleraren in toga en prominente gasten, met een rede door een gerenommeerd wetenschapper en de uitreiking van eredoctoraten aan wetenschappers en burgers die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor wetenschap of maatschappij. De rector opent deze dies traditioneel met een erudiete toespraak, die meestal aansluit bij actuele ontwikkelingen in de academische wereld.

Maar ook in deze openingsredes van een klein kwartier neemt Van den Boom het herhaaldelijk niet zo nauw met bronvermeldingen, zo wijst onderzoek van deze krant uit. Het gaat niet om incidentele slordigheden, maar om een patroon. De uitgesproken redes (met uitzondering van die van 2010 en 2011) bevatten diverse passages uit bronnen waarnaar niet of incorrect wordt verwezen, waardoor de toehoorders de indruk hebben dat het eigen woorden van de rector betreft. De digitale versie bevat voetnoten, maar omdat aanhalingstekens rondom letterlijk overgenomen passages steeds ontbreken, blijft onduidelijk waar de rector zelf nog aan het woord is en waar andermans woorden beginnen en eindigen.

In 2012 duikt er bijvoorbeeld weer een schilderij op in de openingsrede, van de Franse schilder Paul Gauguin dit keer. De gedachten daarover heeft Van den Boom opnieuw niet van zichzelf: deze zijn zonder bronvermelding overgenomen uit het boek Kleine geschiedenis van de vooruitgang van de Canadese schrijver Ronald Wright. Ook in de digitale versie van de rede met voetnoten wordt niet verwezen naar dit boek.

Illustratie Gijs Kast

De rede van 2014, met als thema het vergroten van vertrouwen en het indammen van bedrog in de wetenschap, bevat 37 regels uit bronnen die Van den Boom niet benoemt in de aula; de voetnoten in de digitale versie maken ook niet duidelijk dat zij omvangrijke stukken tekst heeft gekopieerd.

Nog een voorbeeld. In 2016 begint Van der Boom haar rede in de aula met het voorlezen van de eerste anderhalve pagina uit het boek Reinventing discovery van de Amerikaanse wetenschapsschrijver Michael Nielsen, zonder hem ook maar één keer te noemen. In de leesversie op de UvA-website, vermeldt zij Nielsen in de voetnoten weliswaar drie keer als bron, maar zonder ook maar ergens met aanhalingstekens aan te geven dat het om gekopieerde tekst gaat.

In 2004 pleitte Paul van der Heijden, Van den Booms voorganger als rector magnificus van de UvA, voor de invoering van een universitaire gedragscode ter bewaking van de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek, nota bene in zijn diesrede.

Universiteitenvereniging VSNU stelde meteen een werkgroep in onder leiding van Van der Heijden. Datzelfde jaar nog was de gedragscode klaar, met daarin onder meer deze bepaling over plagiaat: „Door correcte bronvermelding wordt duidelijk gemaakt dat er niet wordt gepronkt met andermans veren.” In 2014 werd in de herziene inleiding van de gedragscode beklemtoond dat deze geldt voor alle medewerkers, óók bestuurders.

Ook Van den Boom maakt tijdens haar rectoraat werk van integriteitsbeleid voor studenten en medewerkers van de UvA. Maar haar eigen kopieergedrag staat haaks op regels die zij zelf helpt invoeren. Tussen 2008 en 2010 komt bijvoorbeeld een strenge nieuwe fraude- en plagiaatregeling voor studenten tot stand, die nauwkeurig omschrijft wat onder plagiaat wordt verstaan, onder meer: „Het gebruik maken dan wel overnemen van andermans teksten, gegevens of ideeën zonder volledige en correcte bronvermelding.” En: „Niet duidelijk aangeven in de tekst, bijvoorbeeld via aanhalingstekens of een bepaalde vormgeving, dat letterlijke of bijna letterlijke citaten in het werk werden overgenomen, zelfs indien met een correcte bronvermelding.” Het is in een notendop Van den Booms werkwijze in de meeste redes.

Ook wordt onder Van den Booms hoede vanaf 2014 elk UvA-proefschrift voortaan verplicht gescand op plagiaat. Daarnaast komt er een Werkgroep Antiplagiaat. Verder stelt de rector dat jaar een Werkgroep Wetenschappelijke Integriteit in, die het College van Bestuur moet adviseren over beleid om integere wetenschapsbeoefening aan de UvA te bevorderen.

Voordat deze werkgroep haar rapport afrondt, heeft Van den Boom haar afscheidsrede als rector al gehouden op 9 januari 2017. Net als bij haar aantreden in 2007 opent ze met een betoog over Magrittes Ceci n’est pas une pomme, dit keer in het Engels, en vermeldt, net als in 2007, niet dat de Maastrichtse lector Wil Munsters de bron is van de 12 regels gekopieerde tekst.

Van den Boom neemt in haar laatste rede nog veel meer passages over zonder correcte bronvermelding, in totaal 97 van de 166 regels zijn met knippen en plakken bij elkaar verzameld. Daarvan komen er 57 uit het boek The university in the twenty-first century van de Joegoslavische historicus Yehuda Elkana en politicoloog Hannes Klöpper, waaruit Van den Boom lappen tekst letterlijk voorleest zonder dit duidelijk te maken. Wel prijst ze het boek tenslotte aan als „must read”. Ook in de digitale versie geeft ze niet aan dat ze op grote schaal tekst heeft gekopieerd.

Lees ook: Wetenschappers krijgen nieuwe integriteitscode

Koninklijk lintje

Bij deze dies is ook minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussenmaker aanwezig, om Van den Boom te benoemen tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. De minister spreekt een lofrede uit waarin zij tot tweemaal toe Van den Booms bovengenoemde leefregel „Wie imiteert, valt door de mand” citeert, als contrast met de authentieke persoonlijkheid van de rector, die zij „een vrouw uit één stuk” en een „Macher” noemt voordat zij haar het koninklijke lintje opspeldt.

NRC stuurt Van den Boom (tot vorige week interim-decaan van de Erasmus School of History, Culture and Communication in Rotterdam) in april een eerste overzicht van problematische bronvermeldingen uit de redes. Er volgt een open gesprek. Van den Boom relativeert het belang van diesredes en zegt dat er andere regels voor gelden dan voor wetenschappelijke publicaties. Ze zijn volgens haar te vergelijken met zogenaamde ‘policy briefs’, beleidsnotities, waarin veel losser zou mogen worden omgegaan met bronvermeldingen. Een handleiding van de International Centre for Policy Advocacy (ICPA) zou dat duidelijk maken. Ook beweert Van den Boom dat rectores van andere universiteiten op vergelijkbare wijze omgaan met bronnen in hun dies-toespraken. Bovendien hebben er tekstschrijvers meegeschreven aan de dies-toespraken, zegt Van den Boom.

De universiteit laat desgevraagd weten dat er geen tekstschrijvers hebben meegeschreven aan de toespraken, anders dan het voeren van redactie, zoals verduidelijking van een zin of het schrappen van een alinea. Van den Boom kan geen documenten overleggen waaruit blijkt dat anderen aan haar toespraken hebben meegeschreven.

De ICPA-handleiding over ‘policy briefs’ waar Van den Boom naar verwijst, blijkt niets te bevatten over afwijkende regels voor omgang met andermans teksten in beleidsteksten. Wel staat daarin dat de lijst met geraadpleegde bronnen onder een beleidstekst een beknopte opsomming mag zijn van de bronnen die in de tekst worden genoemd. Maar nergens staat dat in een beleidstekst passages zouden mogen worden overgenomen zonder aan te geven dat het citaten van anderen betreft.

Twee rectoren van andere universiteiten geven aan dat ze hechten aan correcte bronvermelding in toespraken en diesredes. De woordvoerder van de Leidse rector Carel Stolker laat weten dat hij zijn diesredes zelf schrijft. „Het zijn geen wetenschappelijke stukken met voetnoten, maar ze voldoen in de geest aan de regels voor wetenschappelijke integriteit. Onze rector doet altijd aan bronvermelding als hij iemand aanhaalt. Een citaat leidt hij in en uit.”

Oud-rector van de Universiteit Utrecht Bert van der Zwaan benadrukt dat hij geen commentaar geeft op de redes van Van den Boom en dat bij gesproken redes grotere vrijheden gelden voor de omgang met bronnen. „Maar betekenisvolle elementen moeten wel herleidbaar zijn tot de auteur van wie het gedachtegoed of de statements zijn.” Van der Zwaan beschouwt de dies als een belangrijke academische gelegenheid. „Het is geen theekwartiertje. De gedragscode van de universiteiten geldt onverkort voor elk handelen dat met de beroepsuitoefening te maken heeft. De rector magnificus heeft een voorbeeldfunctie.”

Het is opvallend dat Van den Boom eerder in de problemen kwam door onzorgvuldig bronnengebruik toen zij nog wetenschappelijk publiceerde als ontwikkelingspsycholoog. In 1995 moesten Van den Boom en haar co-auteur J. Hoeksma een artikel corrigeren in het blad Child Development: er waren daarin 23 regels zonder bronvermelding gekopieerd uit de conclusies van een artikel van de Amerikaanse psycholoog Marilyn Riese.

Plagiaat in proefschrift

Ook in Van den Booms proefschrift Neonatal irritability and the development of attachment uit 1988 over prikkelbare baby’s zijn gekopieerde stukken tekst te vinden, blijkt uit onderzoek van deze krant. Voor dit proefschrift kreeg Van den Boom in 1989 de allereerste, jaarlijks uitgereikte Outstanding Dissertation Award van de American Psychological Association (APA), de beroepsvereniging die ook de internationaal gangbare richtlijnen voor bronvermeldingen publiceert: de APA-stijl. Het bekroonde proefschrift was de opmaat naar haar benoeming tot hoogleraar.

Het NRC-onderzoek van Van den Booms proefschrift levert alleen al op de eerste 42 pagina’s 38 voorbeelden op van gekopieerde teksten met incorrecte bronvermelding, totaal 580 regels, ongeveer een derde van de tekst. De omvang varieert van 3 tot 111 regels. Het is een lappendeken van knip- en plakwerk uit overzichtsartikelen, waarin eerdere studies van andere wetenschappers zijn samengevat. Het omvangrijkst is gekopieerd uit een artikel van de Duitse psycholoog Norbert Bischof (111 regels). Ook verderop bevat het proefschrift twee grote gekopieerde tekstblokken van 22 en 17 regels. Soms wordt in het geheel geen bron vermeld; in andere gevallen maakt het noemen van een bron niet duidelijk dat er zonder aanhalingstekens tekst is gekopieerd. Het patroon is hetzelfde als in de redes.

Luiter ook podcast NRC Vandaag: Hoe de oud-rector van de UvA plagiaat pleegde

Van den Boom stelt, daarmee geconfronteerd, dat promovendi in die tijd nog niet goed werden geschoold in correcte bronvermelding. Ze zegt daar ook nooit opmerkingen over te hebben gekregen van haar toenmalige Leidse promotor Dolph Kohnstamm, die ze bovendien maar twee keer zegt te hebben gesproken over haar proefschrift in wording.

Kohnstamm (emeritus hoogleraar Ontwikkelingspsychologie) reageert verontwaardigd op Van den Booms verweer. „Het is grote onzin om te beweren dat wij het in de jaren tachtig op onze afdeling in Leiden niet zo nauw namen met bronvermeldingen.” Kohnstamm vindt niet dat hij tekort is geschoten in de controle. „Mijn vertrouwen in de originaliteit van haar studie was veel te groot en mijn respect voor haar kennis van zaken ook.”

Ook de Utrechtse emeritus hoogleraar Ontwikkelingspsychologie Willem Koops, lid van de promotiecommissie van Van den Boom, is in 1988 niets opgevallen aan de teksten van de promovenda. „Ik heb indertijd vooral de experimenten bekeken: origineel en hoogwaardig onderzoek! Maar deze lijst met gekopieerde passages vind ik verschrikkelijk en verpletterend. Zo slordig met teksten omspringen heette ook toen al plagiaat.”

Emeritus hoogleraar psychologie Willem Heiser zegt dat er in de jaren tachtig nog geen apart onderwijs werd gegeven over correct citeren in Leiden en dat dit de verantwoordelijkheid was van individuele scriptie- en proefschriftbegeleiders.

Correcties. 4 juni: In een eerdere versie van dit stuk stond dat Dymph van der Boom hoogleraar psychologie aan de UvA was. Dat is verbeterd in hoogleraar pedagogiek. 5 juni: Yehuda Elkana werd een Duitse historicus genoemd, maar hij was Joegoslaaf. Dit is verbeterd.

Overzicht redesproefschrift

Het complete overzicht van de passages in toespraken en proefschrift van Van den Boom die afkomstig zijn uit andere bronnen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.