Staalproducenten buigen onder de handelsstorm

Deze rubriek belicht iedere maandag ontwikkelingen op de beurs. Deze keer: de staalindustrie.

RL

Slecht nieuws op slecht nieuws op slecht nieuws. 2019 is tot nu toe geen feestjaar voor ArcelorMittal, ’s werelds grootste staalproducent.

Begin mei: aankondiging van een productiebeperking. Jaarlijks rolt voortaan drie miljoen ton staal minder uit de ArcelorMittal-fabrieken. Vervolgens: kwartaalcijfers, met de laagste winst sinds 2016. Vorige week: nóg een productiebeperking. Niet drie miljoen ton, maar vier miljoen ton staal kort de fabrikant voorlopig op zijn jaarproductie.

Beleggers vinden het allemaal maar niks. Toen ArcelorMittal woensdag de tweede productiebeperking in een maand tijd verkondigde, dook de koers van het AEX-bedrijf. Een min van 7 procent. In drie jaar tijd is de prijs van een aandeel ArcelorMittal niet zo laag geweest.

Van alle fondsen die een notering aan het Damrak hebben, presteerde de staalfabrikant dit jaar veruit het slechtst: een min van 24 procent (op afstand volgt Ahold met een daling van 5 procent). En dat terwijl de AEX in dezelfde tijd met 11 procent pluste.

ArcelorMittals geploeter staat niet op zichzelf. ThyssenKrupp AG, Voestalpine AG, Klöckner & Co: aandelen van Europese staalbedrijven gingen dit jaar allemaal onderuit. Dat is om twee redenen zorgwekkend. Eén: beleggers anticiperen op ontwikkelingen in de markt. Dalen koersen van staalmakers, dan verwachten zij een daling in de vraag naar staal. Twee: van huizen tot auto’s tot tv’s, staal zit overal in. Loopt de vraag terug, dan duidt dat op economische verkoeling.

En de vraag wordt inderdaad minder, zei ArcelorMittal Europa-topman Geert van Poelvoorde vorige week. Een wereldwijd staaloverschot is één van de redenen dat zijn bedrijf de productie terugschroeft. Een verstandige beslissing, zeiden analisten van beurshuis Jefferies tegen persbureau Bloomberg. Het is alleen de vraag of het genoeg is. De ovens van China produceerden in april intussen een recordhoeveelheid staal.

Wat de Europese staalbedrijven verder raakt, is de penibele staat van de Duitse auto-industrie, zegt Hans Oudshoorn van BinckBank. Die drijft niet alleen de economie van onze oosterburen, maar is tevens van belang voor de Europese economie in brede zin – en Europa is net waar ArcelorMittal het grootste deel van zijn ruim 76 miljard dollar omzet genereert. Dieselschandalen. Brexitchaos. Strengere CO2-regels. Een teruglopende vraag vanuit zowel de Verenigde Staten als China naar Volkswagens en Mercedessen. De Duitse auto-industrie kwakkelt, en dus kwakkelt ArcelorMittal mee.

Waar je volgens Oudshoorn ook niet omheen kan: „De handelsstorm.” Sinds die begon, ongeveer vorig jaar maart, zette ArcelorMittals koers de weg naar beneden in. Bij de twisten tussen Trump en Xi is staal vaak het doelwit. De invoer ervan in de VS is sinds vorig jaar belast met een tarief van 25 procent. Na Europa haalt ArcelorMittal het grootste deel – ruim 20 procent – van zijn verdiensten uit de VS. Oudshoorn: „De internationale handel wordt onzekerder. En dan zijn beleggers al gauw geneigd het aandeel ArcelorMittal eruit te donderen.”

Wat het bedrijf verder onder druk zet, is de toenemende uitvoer van goedkoop staal naar Europa. De vraag mag dan wel afnemen, het staal dat er gekocht wordt, is steeds vaker afkomstig van buiten de Europese Unie.

Volgens brancheorganisatie Eurofer steeg de inkoop van staal van buiten de EU vorig jaar met 12 procent. Het meeste ervan komt uit Turkije. Om de industrie te beschermen, voerde de Europese Commissie in februari nieuwe tarieven op staal van buiten de EU in. Niet hoog genoeg, zei ArcelorMittal-topman Van Poelvoorde vorige week. Aan de dalende koers te zien geven beleggers hem gelijk.