Scheringa vraagt, maar stuit bij DNB op ‘geheugenverlies’

DSB Bank Dirk Scheringa acht de staat schuldig aan de val van DSB Bank. Op jacht naar een giga-schadevergoeding verhoort hij getuigen.

Scheringa in 2009, enkele dagen nadat de noodregeling was aangevraagd.
Scheringa in 2009, enkele dagen nadat de noodregeling was aangevraagd. Foto Robin Utrecht/ANP

Precies op het moment dat Joanne Kellerman in de rechtbank Den Haag belooft de waarheid te spreken, maakt het Pensioenfonds Zorg en Welzijn via een persbericht wereldkundig dat ze een nieuwe bestuursvoorzitter heeft „die uitgebreide kennis en bestuurlijke ervaring in complexe situaties meebrengt”. Die nieuwe baas van ’s lands tweede pensioenfonds? Voormalig directielid van De Nederlandsche Bank (DNB) Joanne Kellerman.

In Den Haag wordt ze onder ede verhoord vanwege een van die complexe situaties waar ze in haar DNB-tijd mee te maken kreeg: de val van DSB Bank in oktober 2009.

Dirk Scheringa, naamgever van de fel bekritiseerde bank, kijkt Kellerman anderhalf uur lang aandachtig aan terwijl zijn advocaat Geert-Jan Knoops haar ondervraagt over de laatste dagen van DSB Bank. „Op welk moment was er besloten om de noodregeling aan te vragen?” En: „Wanneer hoorde u voor het eerst dat de Volkskrant een artikel publiceerde over de noodregeling en DSB?”

Eind 2017 maakte Scheringa bekend dat hij met zijn, door bevriende ondernemers gefinancierde, stichting DS Claim de Nederlandse staat voor 830 miljoen euro aansprakelijk wil stellen voor het DSB-faillissement. Het getuigenverhoor van Kellerman is bedoeld om munitie te verzamelen voor die bodemprocedure.

Noodregeling

Scheringa verwijt DNB een lakse en foute handelswijze. Op zondagavond 11 oktober 2009 vroeg DNB bij de rechtbank Amsterdam voor DSB Bank de noodregeling aan: een zelden ingezet instrument uit de Wet op financieel toezicht. Het is bedoeld voor een bank die in de problemen zit nadat alle reddingspogingen zijn mislukt. Rekeningen worden bevroren en een bewindvoerder treedt aan om de bank te saneren.

Bij DNB was men destijds al dagen bezig met de voorbereidingen voor zo’n noodregeling. Er was zelfs al extra callcenterpersoneel geregeld en bestuursvoorzitters van andere banken waren op de hoogte gebracht. De uitspraak van de rechtbank zondagnacht rond één uur, kwam dan ook nogal onverwacht. De rechtbank wees de regeling af: de uitstroom van geld van rekeninghouders vertoonde volgens de rechter alweer een duidelijk dalende trend.

Desondanks opende de Volkskrant die maandagmorgen met het nieuws dat de noodregeling was aangevraagd. Dat (achterhaalde) nieuws hoorde geheim te blijven en de publicatie bleek voor DSB de doodsteek. Rekeninghouders namen die ochtend massaal geld op en om 11.15 uur sprak de rechter bij het tweede verzoek van DNB wél de noodregeling uit.

Lees ook: Bos blijft erbij: DSB was niet meer te redden'

De Rijksrecherche onderzocht eerder het noodregelingslek en kwam tot de conclusie dat 500 mensen op de hoogte waren of konden vermoeden dat de regeling was aangevraagd.

Geheugenverlies

Kellerman was op dat moment de eindverantwoordelijke bij DNB voor de communicatie. Met het verhoor maandag wilde Scheringa bewijs verzamelen om te tonen dat de toezichthouder verwijtbaar laks handelde rond de noodregeling, met een bankrun tot gevolg.

Kellerman kon zich maandag van het ‘noodregelingsweekend’ echter weinig concreets voor de geest halen. Ze antwoordde vooral „dat weet ik niet” en „daar heb ik geen herinnering aan”. Kellerman stelde bovendien dat zij niet de eindverantwoordelijke was voor de communicatie, DSB Bank lag op het bord van een speciale projectgroep. Het meest opvallende wat nog wél op haar netvlies stond was dat de DNB-persvoorlichters dat weekend „hun telefoon hadden uitgezet” omdat „ze spreken met journalisten wilden vermijden”.

Scheringa sprak na afloop van „een geheugenverlies dat je niet voor mogelijkheid houdt”. Vanwege zijn zaak tegen de staat mocht hij eerder onder meer oud-topambtenaar Gita Salden (ministerie van Financiën) en voormalig DNB-directeur Lex Hoogduin horen. Kellerman zou het laatste getuigenverhoor zijn in opmaat naar de schadevergoedingszaak. Maar omdat zij maandag communicatieverantwoordelijkheid afschoof op toenmalig DNB-president Nout Wellink, wil Scheringa nu ook hem ondervragen.

Volgens Scheringa had DNB een „meer reddende grondhouding” moeten hebben richting zijn bank, net als bij ABN Amro en ING. De voormalig eigenaar van voetbalclub AZ en het Scheringa Museum voor Realisme verwijst naar de cijfers van de door de bewindvoerders opgerichte DSB-rechtsopvolger Finqus. Die heeft een balanstotaal van 1,4 miljard euro. Genoeg om alle schuldeisers af te betalen en – zo zegt Scheringa desgevraagd – ook de gedupeerden van woekerpollissen te compenseren. „Het faillissement was gewoon niet nodig geweest.”

Lees ook dit opiniestuk van Sweder van Wijnbergen over de val van DSB