Recensie

Recensie Beeldende kunst

'La LUNE' toont de maan in (bijna) al haar gestalten

Beeldende kunst De expositie ‘La LUNE’ eert het vijftigjarig jubileum van de maanlanding. De maan als kaas, liefde, troost en intrige. Alleen de dreiging van de maan op het witte doek ontbreekt.

De tentoonstelling ‘La LUNE’ toont de reactie van kunstenaars op de maanlanding in deze zaal, met werk van filmmaker Georges Méliès tot beeldend kunstenaar Sylvie Fleury.
De tentoonstelling ‘La LUNE’ toont de reactie van kunstenaars op de maanlanding in deze zaal, met werk van filmmaker Georges Méliès tot beeldend kunstenaar Sylvie Fleury. Foto Grand Palais
    • Joyce Roodnat

„Money!” zingt Pink Floyd in het Grand Palais in Parijs bij de garderobe, de kassa en de koffie. Hoezo? O ja. Dat staat op hun album Dark Side of the Moon: die plaat is buiten de zalen het geluidsdecor voor de grote zomertentoonstelling La LUNE. De aanleiding is het vijftigjarig jubileum van de maanlanding, waarbij Neil Armstrong en Buzz Aldrin als eerste mensen de maan betraden, terwijl Michael Collins er in de Apollo 11 omheen cirkelde.

Maar géén aanleiding was ook goed geweest. De maan is een geweldig thema. De maan intrigeert alle mensen en andere kunstenaars. Populaire songs barsten van het maanlicht. Moon River. Fly Me to the Moon. „Au clair de la lune, mon ami Pierrot...” „Siehst du den Mond über SoHo? Ich sehe ihn, Lieber” (Brechts Dreigroschenoper). De maan is goed voor de liefde. De maan troost. De maan maakt van menig mens een lunatic. De maan helpt nachtelijke reizigers met zijn van de zon geleende licht – lees Tonke Dragts De brief voor de koning er maar op na.

En o ja, de maan is van kaas. Zelfs dat komt aan de orde in deze grandioze tentoonstelling.

Mysterieuze maankiekjes

Uiteraard is de eerste zaal gewijd aan de 50-jarige maanlanding zelf. Er zijn schaalmodellen, documenten en spullen te zien. De handschoen van Aldrin, het scheergerei van Armstrong, de helm (klein!) van Collins. Instagrammers kunnen hun eigen giant leap for mankindnaspelen op een stukje nagemaakte maanbodem met de beroemde voetafdruk op de maan. En dan al die foto’s. De eerste menselijke slagschaduw. De starre Amerikaanse vlag. De opkomst van de aarde aan de horizon. De glimlach van Neil Armstrong als hij weer binnen is. Gemaakt als kiekjes, maar zo geladen en mysterieus dat ze hier vanzelf kunst worden.

Een voetstap van Buzz Aldrin op de maan, gefotografeerd op 20 juli 1969, ongeveer een uur nadat Aldrin en Neil Armstrong op het maanoppervlak waren gestapt. Foto NASA

Deze zaal besluit met de reactie van kunstenaars op maanreizen, zoals de film van Mélies uit 1902 waarin de maan een raket in zijn oog krijgt, Hergé’s Kuifje-album Raket naar de maan (1953), het drie meter hoge, roze First Spaceship on Venus (2018) van Sylvie Fleury en de geniale video Journey to the Moon van William Kentridge, met een koffiepotje als raket en een espressokopje als telescoop.

Daarop volgen zalen met de geschiedenis van de maanstudie (vol romantische wetenschappelijke instrumenten, schetsen en etsen), en van de maanreligie wereldwijd. Telkens leveren kunstwerken beschouwing en commentaar. De mooiste zaal, halfrond als de wassende maan, is gewijd aan (pre-)historische maanbeelden. De maan is een sikkel in de uitgestrekte armen van een Punische godin (3e eeuw voor Christus). Een bootje op het hoofd van een dood Romeins meisje van tien (1e eeuw). Een bolletje tussen de handen van een 19e eeuws Japans priester. Een enorm Afrikaans masker met slaapogen.

Het laatste deel behandelt de schoonheid van de maan - met beeldend kunstenaars die collectief maanziek lijken, zo gretig wordt de maan geschilderd, gebeeldhouwd, gevideoot. Bij Chagall is de maan een sardientje, bij Meret Oppenheim een ingezwachteld hoofd.

De maan is een valkuil

Al bij al is al duidelijk: de maan is voor de kunstenaar een valkuil. Zij trekt meertjes strak en baart gemakzuchtige schoonheid op stuitende quasi-meesterwerken.

First Spaceship On Venus. Sylvie Fleury

Tenzij de schilder haar pluchen gloed en moederlieflijke vorm weet te overmeesteren. Dat lukte Édouard Manet, tastend met zijn kwasten in de haven van Boulogne. En Hendrik Breitner, die rolde het maanlicht op tussen de wolken. En zelfs Jean-François Millet – ook al liep hij gevaar met schaapjes op de heide onder een mysterieuze maan, hij houdt het pathos eronder.

Deze expositie zou volmaakt geweest zijn, als zij niet een kans had laten liggen: de film. In de cinema speelt de maan een cruciale rol, maar niet door mooi of lief te zijn, of smaakvol of diepzinnig. In de film zegt ze gevaar aan. Komt er een volle maan in beeld dan worden de gekken nog gekker en slaan de weerwolven toe. Een beetje meer ‘Bad Moon Rising’ had geen kwaad gekund. Of juist wel.