DNB: korting dreigt bij 60 procent van de pensioenen

Het risico op verlaging van de pensioenen blijft onverminderd groot, volgens toezichthouder De Nederlandsche Bank. Het nieuws zet extra druk op het pensioenoverleg dat maandagavond begint.

De dreigende korting kan voor gepensioneerden oplopen tot enkele tientallen euro’s per persoon per maand.
De dreigende korting kan voor gepensioneerden oplopen tot enkele tientallen euro’s per persoon per maand. Foto Remko de Waal/ANP

Bijna 60 procent van de pensioenen dreigt in 2020 of 2021 gekort te moeten worden, door de slechte financiële positie van de pensioenfondsen. Dat meldde De Nederlandsche Bank, de toezichthouder op de pensioenfondsen, maandag. Het nieuws leidt tot extra druk op de onderhandelingen voor een pensioenakkoord.

Maandagavond gaat minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) weer formeel onderhandelen met de vakbonden FNV, CNV en VCP en de werkgeversverenigingen VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland. Ze proberen overeenstemming te vinden om de pensioenregels te veranderen en hopen zo de pensioenkortingen grotendeels te kunnen voorkomen.

Lees ook: De vier knelpunten in het pensioenoverleg

De dreiging van korting betreft de aanvullende pensioenen, waar werknemers via pensioenfondsen voor sparen bovenop het ‘basispensioen’: de AOW-uitkering. De AOW-uitkering stijgt wel; die groeit mee met het wettelijk minimumloon.

Ondergrens

Pensioenfondsen moeten de pensioenen korten, volgens de huidige regels, als hun financiële gezondheid vijf jaar op rij slechter is dan de ondergrens die de overheid heeft vastgesteld. Er wordt daarvoor gekeken naar hun dekkingsgraad: de verhouding tussen hun vermogen nú en de toekomstig uit te betalen pensioenen. De ondergrens is een dekkingsgraad van ruim 104 procent. De fondsen waar korting dreigt zitten daar al drie of vier jaar onder.

Bij een korting wordt niet alleen de uitkering van gepensioneerden verlaagd, maar ook de pensioenopbouw van werknemers. De korting is onherroepelijk en kan voor gepensioneerden oplopen tot enkele tientallen euro’s per persoon per maand. Wel mag de korting worden uitgesmeerd over maximaal tien jaar. Onder de fondsen in de gevarenzone bevinden zich de grootste vier: ABP (overheid en onderwijs), PFZW (zorg) en de twee metaalfondsen PMT en PME.

Voor de twee metaalfondsen is het cruciale, laatste, meetmoment op 31 december van dit jaar. Als de dekkingsgraad dan onder de 104 procent zit, moeten ze korten. Voor vrijwel alle andere fondsen is het laatste meetmoment een jaar later, eind 2020. Bij elkaar gaat het om bijna 10 miljoen van de in totaal 17 miljoen pensioenen in Nederland. Sommige mensen hebben meerdere pensioenen, omdat ze bij meerdere werkgevers hebben gewerkt en daarom bij verschillende fondsen zijn aangesloten.

Onverdedigbaar

In 2018 hebben de meeste fondsen hun financiële positie amper weten te verbeteren. Halverwege het jaar zag het ernaar uit dat ze zich konden herstellen, maar in de laatste maanden daalden de beurskoersen. Pensioenfondsen maakten grote beleggingsverliezen en zagen hun dekkingsgraden weer wegzakken.

Slechts 33 van de ruim tweehonderd pensioenfondsen mogen de pensioenen dit jaar zo ver verhogen dat ze volledig meestijgen met de inflatie. Dat mag pas bij een dekkingsgraad van boven de ongeveer 123 procent. Deze 33 vooral kleinere fondsen beheren 2,4 procent van alle pensioenen.

Lees ook: Korting móét voorkomen worden, zeggen pensioenfondsen

Pensioenfondsen dringen al lange tijd aan op hervorming van het pensioenstelsel. Zij vinden het onverdedigbaar als ze moeten korten in tijden van economische groei. „De huidige afspraken en regels werken niet meer”, zei Peter Borgdorff, directeur van pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) onlangs. „Een pensioenakkoord is nu dringender nodig dan ooit.”