Kortingsdreiging legt druk op onzeker pensioenoverleg

Pensioenfondsen Een paar uur voor nieuwe pensioengesprekken waarschuwde toezichthouder DNB voor korting bij 60 procent van de fondsen.

Werkgeversvoorzitter Hans de Boer voorafgaand aan het pensioenoverleg: „Ik ben van nature een optimistisch man, maar nu durf ik het echt niet meer te zeggen.”
Werkgeversvoorzitter Hans de Boer voorafgaand aan het pensioenoverleg: „Ik ben van nature een optimistisch man, maar nu durf ik het echt niet meer te zeggen.” Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Je zou het perfecte timing kunnen noemen. Maandagavond begonnen premier Mark Rutte en minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) weer aan nachtelijke onderhandelingen met de vakbonden en werkgevers over een pensioenakkoord. En slechts een paar uur daarvoor kwam De Nederlandsche Bank met nieuws dat de noodzaak van zo’n akkoord benadrukte.

Bijna 60 procent van de pensioenen loopt het risico om in de komende twee jaar gekort te worden, meldde de toezichthouder op de pensioenfondsen. Pensioenfondsen moeten korten als hun financiële gezondheid vijf jaar op rij slechter is dan de wettelijk bepaalde ondergrens. Voor de twee grote metaalpensioenfondsen PMT en PME is dat cruciale, laatste meetmoment op 31 december van dit jaar. Als hun situatie dan onvoldoende is verbeterd, moeten ze de uitkeringen van gepensioneerden en de opbouw van werknemers korten.

Zulke kortingen willen het kabinet, werkgevers en vakbonden juist voorkomen door in een akkoord nieuwe regels af te spreken voor de aanvullende pensioenen, waar werknemers voor sparen bovenop het ‘basispensioen’, de AOW-uitkering.

De vakbonden eisen zelfs dat de nieuwe regels ertoe moeten leiden dat fondsen weer op grote schaal pensioenverhogingen kunnen uitdelen, na jaren van stilstand.

Die eis lijkt moeilijk waar te maken. Na een akkoord zal het pensioengeld misschien op een andere manier verdeeld worden, maar de fondsen zullen nog steeds dezelfde economische problemen blijven tegenkomen.

Sleutelen aan ‘rekenrente’

Fondsen hebben vooral last van de almaar dalende rente. Die gebruiken ze om uit te rekenen hoeveel geld ze nú nodig hebben om in de toekomst alle pensioenuitkeringen te kunnen betalen. Als de rente zakt, moeten ze ervan uitgaan dat hun vermogen langzamer in waarde stijgt. Dus moeten ze nu al meer geld in kas houden.

In april werd goed zichtbaar hoe funest zo’n dalende rente kan zijn. De vier grootste fondsen (ABP, Zorg en Welzijn, PMT en PME) meldden alle vier dat zij in de eerste drie maanden van dit jaar maar liefst 8 procent beleggingswinst hadden geboekt. Maar die winsten werden bijna volledig teniet gedaan door de rentedaling.

De vakbonden FNV, CNV en VCP pleiten daarom nu voor het sleutelen aan de zogenoemde rekenrente van pensioenfondsen. Die moet omhoog, vinden zij. Als fondsen met een hogere rente mogen rekenen, zal hun financiële situatie direct verbeteren – op papier althans. Minister Koolmees is daar principieel tegen, net als toezichthouder De Nederlandsche Bank. Zij vrezen dat pensioenfondsen zich op die manier onterecht rijk rekenen, waardoor er te weinig geld overblijft voor jongere generaties.

Verdeling tussen generaties

Er is nóg een probleem dat de kans op pensioenverhogingen verkleint. Het is de bedoeling dat het nieuwe pensioen andere verdeelregels heeft tussen jong en oud, waardoor vooral mensen van grofweg 40 tot 50 jaar er eenmalig op achteruitgaan. Pensioenfondsen moeten hen compenseren en dat gaat waarschijnlijk veel geld kosten.

De vakbonden willen dat het kabinet de pensioenfondsen financieel te hulp schiet die moeite hebben om deze compensatie te betalen. Tot nu toe weigerde het kabinet zo’n toezegging te doen.

Lees ook: De vier knelpunten in het pensioenoverleg

Eén aanpassing is redelijk onomstreden bij de vakbonden, omdat die de pensioenverhogingen wél dichterbij brengt. Pensioenfondsen zouden volgens de nieuwe regels geen grote financiële reserves meer aan hoeven te houden, zoals nu. Beleggingswinsten kunnen direct gebruikt worden om de pensioenen te verhogen, verliezen leiden meteen tot kortingen.

In theorie brengt dat pensioenverhogingen op de korte termijn dichterbij. Maar betrokkenen vragen zich af hoeveel soelaas dit biedt, gezien de problemen met de lage rente en de compensatie van veertigers.

Veel onzekerheid

En dan moet er óók nog worden onderhandeld over de aanvullende eisen van de vakbonden: een trager stijgende AOW-leeftijd, mogelijkheden tot vroegpensioen voor mensen met een zwaar beroep en een pensioenplicht voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

Die onzekerheid werd samengevat door werkgeversvoorzitter Hans de Boer, toen hij maandagavond rond half negen aankwam op het ministerie van Sociale Zaken, waar onderhandeld werd. Op de vraag of een akkoord nabij is, antwoordde hij: „Ik ben van nature een optimistisch man, maar nu durf ik het echt niet meer te zeggen.”

Na afloop, tegen drie uur ‘s nachts, sprak Koolmees over „goede gesprekken” waarin „alle moeilijke onderwerpen” aan bod zijn gekomen. Deze dinsdag is er overleg in de Tweede Kamerfracties en zullen de vakbonden hun achterban raadplegen. Daarna komen de onderhandelaars weer bij elkaar.