‘De Chinese arbeiders worden nu meer uitgebuit dan in 1989’

Han Dongfang Hij was de speechende spoorwegarbeider tussen de studenten tijdens de massademonstraties in 1989. Na een celstraf in China en een verblijf in de VS voert hij sinds 1994 actie voor Chinese arbeidersrechten vanuit Hongkong. „Ontevreden arbeiders, dat is heel gevaarlijk voor Xi’s positie.”

Studenten tonen de leuze ‘Democratie of de dood’ op het Plein van de Hemelse Vrede op 14 mei 1989, drie weken voordat de opstand werd neergeslagen.
Studenten tonen de leuze ‘Democratie of de dood’ op het Plein van de Hemelse Vrede op 14 mei 1989, drie weken voordat de opstand werd neergeslagen. Foto Reuters/Dominic Dudouble

Felle ogen, halflang golvend haar dat nog vrijwel helemaal zwart is: de 55-jarige Han Dongfang ziet er niet heel anders uit dan toen hij als 25-jarige spoorwegarbeider een toespraak hield op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing. Wat op 15 april begon als demonstraties tegen corruptie en tegen inflatie was uitgegroeid tot een roep om democratie, en op het hoogtepunt verzamelden zich zo’n miljoen mensen op het enorme plein.

„Ik zie me daar nog staan”, vertelt Han Dongfang in zijn sober ingerichte kantoor in Hongkong. „Op 3 juni heb ik de studenten nog verzekerd dat het leger vast en zeker geen geweld tegen het eigen Chinese volk zou inzetten. Ik kon dit weten, vond ik, ik had zelf bij het leger gezeten.”

Een paar uur later, in de nacht van 3 op 4 juni 1989, reden legereenheden van buiten Beijing met tanks de stad in. Ze maakten met geweld een einde aan de demonstraties. Hoeveel mensen erbij zijn omgekomen, is nog steeds niet bekend. Schattingen lopen uiteen van enige honderden tot enige duizenden.

Bekijk ook de fotoserie: Iconische beelden: protest op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989

4 juni 1989 was een keerpunt. De hoop dat China niet alleen economisch, maar ook politiek zou hervormen, werd de grond in geboord. De meeste Chinezen verloren hun interesse in politiek en wilden alleen nog naar zo snel mogelijk rijk worden. De buitenwereld reageerde eerst geschokt op het legeringrijpen, al snel won de hoop mee te profiteren van het economisch succes het van de verontwaardiging.

Han Donfang sprak de demonstranten toe, hij wilde dat het over meer zou gaan dan over democratie als abstract begrip. „Die studenten hadden veel boeken gelezen, konden enorme verhandelingen houden over hoe Rousseau de democratie definieerde en zo”, herinnert hij zich. Hij stelde er tegenover dat democratie het arbeidersrecht is om mee te beslissen over hun arbeidsvoorwaarden. „Ik schaamde me bijna dat ik dit zei, maar kon het niet anders zien. Ik had al die dikke boeken van de studenten niet gelezen.” Hij denkt er nog steeds zo over. Gevraagd of dat hem een sociaaldemocraat maakt, zegt hij volop ‘ja’.

Hans boodschap was veel explosiever dan die van de studenten. Wat als de opstanden, die tot dan toe vooral tot studenten beperkt waren gebleven, massaal zouden overslaan naar de arbeiders? En wat als die zich inderdaad los van de overheid zouden gaan organiseren?

Op 4 juni, de ochtend na het neerslaan van de opstand, stapte hij op zijn fiets. Hij wilde een tocht door heel China maken om te leren over het arbeidersleven in het land. Tot zijn verrassing stond hij bovenaan de lijst van meest gezochte leiders van de protesten. „Ik dacht dat die studenten veel belangrijker waren, door dat arrestatiebevel werd ik in één klap wereldberoemd. Dus: dank je, Chinese overheid”, zegt hij lachend. Hij werd opgepakt en belandde al snel in een Chinese gevangenis.

Daar liep hij tuberculose op, waarvoor hij in 1992 voor behandeling naar de VS mocht. Toen hij in 1993 terug wilde, mocht hij het vasteland niet in, en belandde in Hongkong waar hij al die tijd is gebleven. Hij richtte er in 1994 het China Labour Bulletin (CLB) op, dat zich bezighoudt met de belangen van arbeiders in China. Het CLB publiceert ook een interactieve kaart van alle stakingen die er in China plaatsvinden. Verder heeft hij een wekelijkse talkshow waarin arbeiders uit China kunnen inbellen op Radio Free Asia.

Het aantal stakingen in China neemt toe: het CLB telde er zo’n 1.700 in 2018, tegen 1.200 in 2017. Dit komt onder meer doordat de economie steeds minder hard groeit. Arbeiders merken zo dat hun lonen niet of veel te laat worden uitbetaald.

In China spreekt niemand meer over 4 juni. De arbeiders zijn vrij tevreden, want hun welvaart is sterk toegenomen.

„Zo ziet president Xi dat anders niet. Eind 2015 drong Xi aan op hervorming van de staatsvakbonden, wat veelzeggend is. De bonden moeten van Xi de belangen van arbeiders beter verdedigen, moeten daar zijn waar de arbeiders stakingen organiseren. Xi weet heel goed dat de arbeiders ontevreden zijn. Ik denk dat hij met zijn ambtenaren ook kijkt naar onze kaart met stakingen en onlusten. Er blijkt uit dat de arbeiders meer worden uitgebuit dan in 1989. Toen zorgde de staat nog voor zijn arbeiders, ze stonden in hoog aanzien. Nu hebben veel mensen geen vaste banen meer, ze worden uitgebuit door hun werkgevers. Denk aan maaltijdbezorgers die stukloon krijgen. Als de arbeiders ontevreden zijn, is dat heel gevaarlijk voor Xi’s positie. Dus moeten de staatsvakbonden ervoor zorgen dat stakingen worden opgenomen binnen het systeem. Arbeiders moeten loyaal blijven, dat is nodig voor zijn legitimiteit. Daarvoor moeten ze wel tevreden zijn.”

Hebben de vakbonden naar Xi geluisterd?

„De vakbonden vallen onder het ministerie van Propaganda. Dat wil geen zaken oplossen, maar zaken toedekken, leugens verspreiden. Bepaald geen ideaal ministerie om de vakbonden aan te sturen.”

Hoe gaat het in de praktijk? Zijn de vakbonden betrokken bij arbeidsonlusten?

„Wij bellen met de plaatselijke vakbonden als in hun gebied een staking of protest is. We vragen hoe het met die arbeiders is. Dan zeggen ze: ‘Hoe moeten wij dat in godsnaam weten? Ze komen heus niet naar ons toe’. Dan vragen we ze wat zij uit zichzelf doen voor die arbeiders. Dan zeggen ze: ‘Ja sorry, wij hebben geen capaciteit, al onze mensen zijn druk bezig met de campagne armoedebestrijding’. Eén van de kernpunten van Xi’s beleid. Dan zeggen wij: ‘Xi zegt toch dat je naast de arbeiders moet staan? Jullie zijn toch niet voor de armoedebestrijding’. Ze verwijzen ons door naar hun superieuren. Dan vragen we: ‘Wat denk je zelf dat die gaan zeggen? Die gaan ons toch ook weer doorsturen’? Dan moeten ze lachen.”

Dat schiet dus niet op.

„Nee. Wij leggen ze dan uit dat Dengs hervormingen in 1978 begonnen doordat enkele ambtenaren er heimelijk mee hadden ingestemd dat boeren in de straatarme provincie Anhui het land niet meer collectief zouden bebouwen, maar dat elke boerenfamilie dit individueel zou gaan doen. De graanoogst schoot omhoog. Deng gebruikte het dorp als voorbeeld voor hoe het platteland moest hervormen, zo begonnen zijn economische hervormingen. ‘Die ambtenaren hebben destijds een dapper besluit genomen’, zeggen we dan. ‘Jullie kunnen nu iets dappers en historisch doen door de arbeiders te steunen’. Dan zeggen ze: ‘Sorry, daarvoor zijn we niet dapper genoeg’.”

Hoe moet het dan verder?

„Deng is beroemd geworden met zijn uitspraak dat het niet uitmaakt of een kat nu wit of zwart is, als hij maar muizen vangt. Hij gaf zo in feite een vrijbrief voor corruptie. Iedereen mocht proberen rijk te worden, hoe dan ook. Eerst zouden een paar mensen rijk worden, daarna iedereen. Dat laatste is nooit gebeurd. Om de welvaart eerlijker te verdelen, moeten arbeiders het recht krijgen collectief over hun arbeidsvoorwaarden te onderhandelen. Vrije vakbonden is misschien te veel gevraagd, maar collectief onderhandelen is de enige manier om de rechten van arbeiders structureel te verbeteren.

Toch wijst niets erop dat arbeiders dat recht krijgen. Daarvoor is de overheid nog net zo bang als dertig jaar geleden.

„Ik stel me altijd voor hoe het moet zijn voor mijnwerkers die onder de grond vastzitten omdat de toegang is ingestort. Hoe kun je mensen in zo’n hopeloze situatie helpen? Donker, vochtig en naar. Je ziet geen licht en geen uitweg. Moet ik tegen hen zeggen dat het daar donker en naar is? Hebben ze niets aan. Dan bied ik ze liever hoop dat ze straks wel weer licht te zien krijgen.”