Opinie

China was pionier van het autoritaire kapitalisme

Het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 toont hoezeer China het autoritair kapitalisme wilde behouden, schrijft .

Foto Catherine Henriette/ EPA

In de zomer van 1989 werd in China massaal gedemonstreerd. De protesten vonden in veel Chinese steden plaats, maar de bekendste was op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing. In de nacht van 4 op 5 juni onderdrukten tanks en machinegeweren van het Volksbevrijdingsleger bruut de vreedzame acties tegen corruptie en voor politieke hervormingen. In een jaar van democratische triomfen was het Chinese protest de opstand die mislukte.

De Sovjet-dictatuur, die al aan het wankelen was gebracht door Michail Gorbatsjovs perestroika (hervormingen), zou spoedig instorten. In Oost-Europa vielen de communistische dominostenen gestaag: eerst Polen, daarna Tjechoslowakije, Oost-Duitsland, Bulgarije, Hongarije, en ten slotte, op niet erg democratische wijze, ook Roemenië.

Geweldloze revoltes

Enkele jaren eerder zorgden min of meer geweldloze revoltes voor een democratische lente in Noord- en Zuidoost-Azië. Het leek allemaal zo mooi. Francis Fukuyama was niet de enige Amerikaan die geloofde in de eeuwige triomf van de liberale democratie. Een alternatief voor de veronderstelde symbiose tussen kapitalisme en de open samenleving was niet meer denkbaar. Democratie was het onherroepelijke resultaat van de vrije economie.

Veel westerse samenlevingen, de VS voorop, vonden het na de zege in de Koude Oorlog ook niet meer zo nodig om de economische vrijheid met veel regels te beteugelen. Zo luidde ook de boodschap van de missionarissen van het neoliberalisme die hun best deden om het vrijemarktevangelie in de post-communistische landen te verbreiden.

Kijken: Iconische beelden: protest op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989

China leek de grote uitzondering. Daar, en alleen daar, behalve dan in wat achtergebleven landjes als Cuba en Noord-Korea, had het communisme standgehouden. Het is inderdaad waar dat China na 4 juni 1989 nog steeds werd geregeerd door de Communistische Partij. Maar betekende dat werkelijk een overwinning van het communisme? Ik denk het eigenlijk niet. Duizenden onbewapende studenten en burgers werden neergemaaid om iets heel anders te beschermen: het autoritaire kapitalisme van Deng Xiaoping, de Chinese leider.

Ideologie met harde hand beschermd

Deng kreeg in de jaren tachtig veel bijval in het Westen door te breken met het idee van maoïstische zelfredzaamheid. China deed weer zaken met de buitenwereld. Dengs visie op het herleefde Chinese kapitalisme kwam tot uiting in zijn beroemde leuze: „Het is goed dat sommige mensen eerst rijk worden” – precies dit was de ideologie die met harde hand moest worden beschermd tegen studentenprotesten. De onderdrukking was wreed, maar zoals een Chinese partijleider opmerkte: „Ik maak me helemaal geen zorgen dat buitenlanders hier niet meer zullen investeren. Buitenlandse kapitalisten willen geld verdienen, en ze zullen een wereldmarkt zoals China nooit links laten liggen.”

Hij had gelijk. Over de bloedbaden werd niet meer gepraat – dat is in China dan ook streng verboden. De Chinese economie ging met sprongen vooruit. En de hoogopgeleide stedelijke elites, waartoe de demonstrerende studenten ook behoorden, ging het steeds beter. Er werd een soort overeenkomst met hen gesloten, die lijkt op een informeel systeem dat ook in Singapore, en zelfs enigszins in Japan, bestaat: het is uit met de protesten, jullie aanvaarden de autoriteit van de éénpartijstaat, en wij zorgen ervoor dat jullie rijk kunnen worden.

De meeste jonge Chinezen weten haast niets meer over wat er zich in China afspeelde in de zomer van 1989. En buitenlanders die erover beginnen stuiten ook bij mensen die er kennis van hebben vaak op een defensief soort nationalisme, alsof elke referentie aan het bloedbad zou getuigen van een anti-Chinese houding. Ik vermoed soms dat dit wijst op een sluimerend schuldgevoel van mensen die best beseffen dat zij hebben geprofiteerd van een groezelige deal.

Lees ook: ‘De Chinese arbeiders worden nu meer uitgebuit dan in 1989’

In 2001, een jaar nadat Vladimir Poetin aan de macht kwam, vloog ik van Beijing naar Moskou om een artikel over beide steden te schrijven. Mijn betoog was dat het met Rusland beter was gesteld dan met China, omdat in Rusland eerder democratische hervormingen waren ingevoerd. Dit was ook zo, maar ik had duidelijk ongelijk in mijn verwachting dat Rusland een democratie zou worden. Rusland begon juist meer te lijken op het China van Deng Xiaoping. Sommige mensen werden steenrijk, niet altijd op oorbare wijze. In delen van Moskou leek een Gouden Eeuw te zijn aangebroken.

Iets dergelijks heeft ook in Oost-Europa plaatsgevonden. De bekendste voorvechter van ‘illiberale democratie’ – een autoritair regime waarbij het kapitalisme goed gedijt – is Viktor Orbán, premier van Hongarije. Andere rechtse volksmenners, ook in West-Europa en de VS, lijken zijn voorbeeld te willen volgen. Behalve in Polen wordt Poetin door hen warm bewonderd.

De kop ingedrukt

Wie had dit dertig jaar geleden zien aankomen? De meeste mensen in het Westen vonden het vanzelfsprekend dat democratie en het kapitalisme aan elkaar verbonden waren als Siamese tweelingen. We weten nu beter. Een vrije ondernemer, maar ook een doorsnee consument, kan heel goed leven in een eenpartijstaat waar politieke vrijheden de kop in worden gedrukt.

We hadden dit eigenlijk al moeten weten: onder generaal Pinochet was Chili ook zo’n staat; Pinochet werd zeer gewaardeerd door Margaret Thatcher. Ook Singapore was een model voor het moderne China. Maar het voorbeeld van Singapore maakte weinig indruk: het was maar een kleine stadstaat, en bovendien waren ‘Aziaten’ niet in democratie geïnteresseerd. Dit werd ons althans voorgehouden door de leiders van dat land.

De Chinese demonstraties in 1989 maakten duidelijk dat een groot aantal ‘Aziaten’ wel degelijk geïnteresseerd is in politieke vrijheid. Daar ging het de studenten juist om: vrijheid van meningsuiting, vrijheid om te stemmen, enzovoorts. De bloedige onderdrukking van deze aspiraties wijst op een andere waarheid. China was helemaal geen uitzondering in 1989. Autoritair kapitalisme blijkt nu een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit te oefenen op autocraten over de hele wereld. China was er alleen als een van de eersten bij.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.