China heeft weinig wapens in strijd met VS

Handelsoorlog Minder zeldzame aardmetalen uitvoeren, dumping van Amerikaanse staatsschuld, de renminbi verzwakken? Bij veel anti-VS-maatregelen treft China ook zichzelf.

Als China Amerikaanse staatsleningen gaat dumpen schiet het land zichzelf ook in de voet, omdat het enorme koersverliezen zal moeten accepteren.
Als China Amerikaanse staatsleningen gaat dumpen schiet het land zichzelf ook in de voet, omdat het enorme koersverliezen zal moeten accepteren. Foto: AP

Welke wapens heeft China nog in de handelsoorlog met de Verenigde Staten? Nu de regering Trump de druk blijft opvoeren, lopen ook de speculaties op over de mogelijke vergeldingsmaatregelen die Beijing achter de hand heeft.

Op papier zijn de opties beperkt: China exporteert meer naar de VS dan andersom, ook al is in de mondiale productieketens niet altijd even duidelijk wat nu precies waar vandaan komt.

Technologisch gezien is China nog altijd afhankelijker van de VS dan vice versa. De restricties die Trump afkondigde op de overdracht van technologie, raken bedrijven als Huawei diep. Zonder updates van Googles besturingssysteem voor telefoons komen er problemen. Zelf chips fabriceren wordt lastiger als de ontwerpen afkomstig blijken van het Britse bedrijf ARM, dat zich vanwege zijn Amerikaanse connecties angstvallig aan het sanctieregime van het Witte Huis zal houden.

Zeldzame aardmetalen

China beschikt wel over wapens, maar ze zijn stuk voor stuk problematisch. Deze week zinspeelde Beijing op een beperking van de export van zogenoemde zeldzame aardmetalen. Deze zeventien stoffen zijn van cruciaal belang voor de vervaardiging van hoogwaardige technologie: van windmolenturbines tot elektrische auto’s tot sterke magneten. China is de grootste exporteur van deze grondstoffen. Maar hoe vaak kan je dit wapen inzetten?

In 2010 liep een conflict tussen China en Japan uit de hand over een aantal eilandjes tussen Taiwan en Japan. Deze Senkaku-eilanden – China noemt ze Diaoyu-eilanden – zijn onder meer van belang vanwege de territoriale claims die ze voortbrengen.

Als sanctie beperkte China de export van zeldzame aardmetalen naar Japan. Maar Tokio begon daarna direct winning van deze grondstoffen elders in de wereld te financieren. Volgens Bloomberg liep het mondiale aandeel van China in de aardmetalen mede daardoor terug, van 97 procent naar 71 procent nu.

Dump de schuld

Een mogelijke andere strategie betreft de Amerikaanse staatsschuld, die deels in handen is van China. Volgens gegevens van het Amerikaanse ministerie van Financiën gaat het om 1.120 miljard dollar. Daarmee is China, nog voor Japan, de grootste buitenlandse bezitter. Op papier zou het land Amerikaanse schuld kunnen dumpen. Dat zou de koers van Amerikaanse staatsobligaties drukken. De rente zou daardoor oplopen, en dit zou de VS in de financiële problemen kunnen brengen. Maar hoe machtig is China op dit punt?

China is goed voor 27 procent van de 4.069 miljard dollar aan Amerikaanse schuld die in buitenlandse handen is. Maar van de 15.749 miljard aan totale staatsschuld die alle beleggers in binnen- en buitenland samen bezitten (de zogenoemde debt held by the public) is het Chinese aandeel slechts 7,1 procent. De volledige schuld van de Amerikaanse overheid is nog groter, en omvat bijvoorbeeld ook de sociale fondsen. Van de brutoschuld van ruim 22.000 miljard is het Chinese aandeel maar 5,1 procent.

Vorige maand werd bekend dat China 20 miljard aan Amerikaanse staatsobligaties had verkocht. Dat werd toen gezien als een omineus voorteken voor het dumpen van staatsleningen en het opdrijven van de rente door China. Maar de macro-economische krachten zijn veel machtiger. Nieuws over het mogelijke afzwakken van de Amerikaanse economie, lage inflatiecijfers en toenemende speculatie over een renteverlaging door de Amerikaanse centrale bank deden beleggers juist vluchten in Amerikaanse staatsschuld: de koersen van staatsobligaties ging omhoog. En de rente op tienjaars-staatsleningen is hierdoor inmiddels gedaald van ruim 2,6 procent begin dit jaar naar 2,16 procent op vrijdag: het laagste punt in 20 maanden.

Bovendien: mocht China écht tot dumpen overgaan, dan moet het zelf enorme koersverliezen incasseren op zijn bezit aan Amerikaanse staatsleningen. Schiet het zichzelf daarmee dan niet in de voet?

Verzwak de munt

De forse Chinese investeringen in Amerikaanse staatsleningen helpen om de wisselkoers van de renminbi, de Chinese munt, in toom te houden. Het dumpen van deze leningen zorgt daarentegen voor een aanbod van dollars en een vraag naar renminbi, die daardoor zou kunnen stijgen. Dat komt, met alle handelstarieven die China toch al dwarszitten, de export niet ten goede. Een koersdaling van de dollar is wel het laatste dat China op dit moment zou willen.

Hiermee komen we op het derde mogelijke vergeldingswapen: het devalueren van de renminbi zelf. De koers van de Chinese munt is losjes gekoppeld aan een mandje van internationale valuta, waarvan de dollar vermoedelijk nog steeds de grootste is. In de zomer van 2015 liet de Chinese centrale bank de munt plots met tegen de 4 procent depreciëren. Dat lijkt niet veel, maar beleggers hadden er nét vertrouwen in gekregen dat China een stabiele, voorspelbare munt nastreefde. De reacties op de financiële markten waren dan ook hevig.

Tot op de dag van vandaag zit het voorval uit 2015 China dwars in het streven om van de renminbi een toonaangevende internationale reservemunt te maken die op termijn kan wedijveren met de dollar. Want een opkomende supermacht wil ook het privilege dat de zittende macht Amerika sinds 1944 met de dollar heeft: overal lenen en betalen in je eigen munt.

Het is maar de vraag of China dit lange-termijnplan in de waagschaal wil stellen door de renminbi in te zetten in de handelsoorlog met de VS. De koers van de Chinese munt is dit jaar al opvallend gedaald: van 6,71 renminbi per dollar naar 6,93 per dollar afgelopen vrijdag. Dat kon straffeloos. Maar op de financiële markten hanteren handelaren en beleggers een informele grens: bij meer dan zeven renminbi per dollar zullen zij alarm slaan. Zo zwak is de Chinese munt sinds 2008 niet geweest. Zelf tijdens de ophef van 2015 en 2016 werd de grens van 7 niet doorbroken. Zo bezien heeft China, met de huidige koers van 6,93, al bijna de grens bereikt van hoe ver het met de verzwakking van de eigen munt kan gaan.

‘Nucleaire’ opties

Van Amerikaanse kant lijkt er ook reden om de wisselkoersen met rust te laten. Hoewel China woensdag wel voorkwam op een Amerikaanse lijst met landen die mogelijk de eigen valuta manipuleren, is die status niet erg bijzonder. Duitsland staat er bijvoorbeeld ook op. De lijst moet meer worden gezien als een waarschuwing. Minister van Financiën Mnuchin weigerde woensdag China als daadwerkelijke valutamanipulator te kenschetsen.

Nu zegt de mening van de Amerikaanse minister van Financiën niet alles: er is ook nog Trump zelf. Die kondigde donderdag plotseling een reeks van oplopende handelstarieven tegen Mexicaanse import aan – beginnend bij 5 procent en eindigend op 25 procent – als Mexico de migratiestroom naar de VS niet indamt.

Bij zoveel onvoorspelbaarheid is het voor China zaak het hoofd koel te houden. Als Beijing zijn geduld verliest, loopt het zelf ook schade op. De ‘nucleaire opties’ op de valuta- en obligatiemarkt kunnen makkelijk eindigen in een soort van mutually assured destruction (Mad).