Aantrekkingskracht Oranje zit eredivisie vrouwen in de weg

Eredivisie vrouwen Twee jaar na de oprichting werd de Coöperatie Eredivisie Vrouwenvoetbal opgeheven. Een reconstructie over ingetrokken subsidies, botsende belangen en te hoge ambities.

Joelle Smits van FC Twente (links) in duel met Aniek Houwen van PSV. Boegbeelden zijn onhoudbaar voor de eredivisie.
Joelle Smits van FC Twente (links) in duel met Aniek Houwen van PSV. Boegbeelden zijn onhoudbaar voor de eredivisie. Foto Edwin van Zandvoort/Soccrates

Wedstrijden spelen zich af op amateurcomplexen, ze moeten hun speelsters 350 euro vragen om op trainingskamp te gaan en als hun wedstrijden op tv komen, dan is dat op zaterdagavond rond middernacht. Nee, de eredivisie voor vrouwen is geen sterrencompetitie. Geld is er nauwelijks. Glitter en glamour al helemaal niet.

Het is het voorjaar van 2017 en de eredivisieclubs beseffen dat ze de negatieve spiraal moeten doorbreken. Dit kan zo niet langer. Hun oplossing: een Coöperatie Eredivisie Vrouwenvoetbal. Een eigen belangenclub waarvoor niet de minsten worden gestrikt. Barbara Barend is een van de bekendste vrouwelijke sportjournalisten van Nederland. Nicole Edelenbos is oud-directeur bij Feyenoord, NEC en NAC Breda. Maureen Schlejen-Peeters en Jacqueline Smit hebben een voorname positie in het zakenleven. Allemaal topvrouwen.

De opdracht van de coöperatie is simpel: geld verdienen. En dat lijkt goed te gaan lukken als het Nederlandse team enkele maanden later het EK in eigen land wint. Liefst 4,1 miljoen mensen zitten die avond voor de televisie, een dag later kleurt het Utrechtse Park Lepelenburg oranje voor de huldiging. Hoe groot vrouwenvoetbal is, hoeven de coöperatiebestuurders niemand nog uit te leggen. Welk bedrijf wil nou niet meeliften met de snelst groeiende sport van Nederland?

Nu, twee jaar later, blijken er amper stappen te zijn gemaakt. Clubs zijn nog even kwetsbaar, de coöperatie is alweer opgeheven. De belangenclub benaderde tientallen potentiële sponsoren, maar op enkele bescheiden contracten na bleef het grote geld achterwege en kunnen clubs nog altijd niet zonder subsidie van de KNVB. Bedrijven investeren liever in het nationale team, dat inmiddels in steeds vollere stadions speelt, honderden toeschouwers heeft bij trainingen en deze maand als een van de kanshebbers voor de titel aantreedt op het WK in Frankrijk.

Terwijl Oranje voor goud gaat, wacht de eredivisieclubs een nieuw jaar om te overleven. Zullen ze allemaal het hoofd boven water kunnen houden? Kunnen ze ooit nog zonder subsidie? Zoals een betrokkene zegt: „We komen niet verder met zijn allen. Het blijft aanmodderen.”

Zonder subsidie geen team

Voor een fatsoenlijk eredivisie-elftal is minimaal twee tot drie ton per jaar nodig. Een schijntje in vergelijking met de begroting van mannenteams. Toch willen clubs vaak maar een gering bedrag in hun vrouwenteam investeren. Meestal zijn vrouwen ondergebracht in aparte stichtingen, die zelf op zoek moeten naar sponsoren. De rest is afkomstig uit subsidie van de KNVB. „Het is financieel een uitdaging”, zegt Niels Redert, bestuurslid van Excelsior Barendrecht.

Excelsior heeft in 2017 met amateurclub Barendrecht een vrouwentak opgezet. Hun debuutwedstrijd speelden de vrouwen in uitshirts van het mannenelftal; er was nog geen hoofdsponsor. Die kwam er uiteindelijk wel, een jaar na oprichting. Vanaf volgend seizoen is de hoofdtrainer er de eerste die fulltime betaald krijgt, wat zonder steun van de KNVB niet gelukt was. Redert: „We hebben nog minimaal anderhalf jaar nodig om op eigen benen te staan.”

Excelsior Barendrecht trad de afgelopen jaren als een van de weinige clubs tot de eredivisie toe. Ook dat is een knelpunt: het aantal deelnemers blijft schommelen. Het ene jaar doen zeven clubs mee, het andere negen, volgend seizoen zijn het er acht. Zeven van de vijftien clubs hebben het niet gered. Drievoudig landskampioen AZ stopte in 2011 na vier jaar; FC Utrecht ging in 2014 tussentijds failliet; sc Heerenveen maakte begin mei voor de tweede keer ternauwernood een doorstart.

Veel clubs weten: zonder KNVB-subsidie geen teams. Maar wat ooit begon als een handreiking van 125.000 euro per club per seizoen, is medio 2016 afgebouwd tot 50.000 euro. Vanaf zomer 2019 wil de KNVB zelfs helemaal geen subsidie meer verstrekken. Terwijl de champagne vloeit na het gewonnen EK, laat de KNVB weten de subsidiekraan dicht te gaan draaien. En dat terwijl de bond circa één miljoen euro aan het toernooi heeft verdiend.

Feit is wel dat de KNVB dat besluit al enkele maanden voor het toernooi heeft genomen. De clubs moeten zelf hun verantwoordelijkheid gaan nemen. „We wisten al heel lang dat de subsidie een keer zou stoppen”, zegt Kees Punt, voorzitter van de vrouwentak van ADO Den Haag. „We moeten zelfredzaam worden.”

Op zoek naar geld

De hoop is dat dit lukt via de in 2017 opgerichte Coöperatie Eredivisie Vrouwenvoetbal – samen op zoek naar sponsoren en geld. De bond vindt het goed. „We hoopten dat er een commerciële groei zou komen waar de clubs van konden meeprofiteren”, aldus een woordvoerder. Zo kan de KNVB zich voortaan alleen nog richten op het organiseren van de competitie en opleiden van trainers.

De coöperatie wordt zwaar ingestoken. Er worden met Paul ten Hag (0,2 fte) en Frank Kolsteeg (0,6 fte) twee betaalde directieleden aangesteld, waarna even later een vrijwillige raad van commissarissen (RvC) in functie treedt, waarvan Nicole Edelenbos de voorzitter is.

Eerste kwestie voor de RvC is de subsidie. Want de commissarissen zien direct dat het veel te riskant is om die zo snel stop te zetten. Edelenbos: „We vonden die 50.000 euro al verschrikkelijk weinig. Clubs kunnen niet in zo’n korte periode op eigen benen staan. Zeker niet met zo weinig geld.”

De coöperatie probeert de KNVB ervan te overtuigen dat clubs nog niet zonder kunnen. Maar onderhandelingen voor twee jaar extra liepen op niets uit. Onbegrijpelijk, vinden de commissarissen. Vindt de KNVB de competitie dan wel belangrijk?

Binnen de RvC vragen de commissarissen zich af wat ze eigenlijk nog kunnen betekenen. Hebben ze nog wel nut? In juni 2018, na zo’n tien keer bij elkaar te hebben gezeten, stappen Edelenbos, Barend, Schlejen-Peeters en Smit uit de coöperatie. Niet omdat de bestuurders zich niet meer willen inzetten voor de eredivisie. Integendeel. Maar niet op deze manier. „Clubs hebben de constructie veel te zwaar opgetuigd”, aldus Edelenbos. „Ze waren helemaal niet gewend om het zo formeel te doen.”

Clubs willen hun zaakjes liever zelf regelen. Zo zitten ze zelf rond de tafel met de NOS om samenvattingen van hun wedstrijden op tv te krijgen. Dat blijkt lastiger dan verwacht. Terwijl de expertise al bij de KNVB ligt, proberen vrijwilligers van eredivisieclubs zonder de bond het wiel opnieuw uit te vinden. „We wilden een rol hebben die we als clubs nog niet konden waarmaken”, aldus ADO-voorzitter Punt. „We waren te vooruitstrevend.”

Onderling lopen de clubs tegen elkaar aan. Negen clubs, negen verschillende belangen. Ze blijken weinig solidair en hebben altijd wel iets op elkaar aan te merken. Heeft Ajax niet te veel voorsprong? Is het wel handig dat Excelsior Barendrecht uit twee clubs bestaat?

Wat het ook ingewikkeld maakt is dat Ajax en PSV wel bij de overleggen zijn maar formeel niet zijn aangesloten bij de coöperatie. Met die twee moeten telkens aparte afspraken worden gemaakt. „Dan ben je marketing aan het bedrijven met een mank been”, aldus Frank Kolsteeg, de commercieel directeur van de coöperatie. „De belangen van Ajax zijn niet te vergelijken met bijvoorbeeld die van VV Alkmaar. Maar je moet wel naar een gezamenlijke visie die iedereen omarmt.”

De raad van commissarissen vertrekt geruisloos. Zo luid als hun komst in de zomer van 2017 werd aangekondigd, zo stil blijft het bij hun vertrek. In een jaar tijd hebben de topvrouwen niets kunnen betekenen voor de eredivisie.

De Oranjevrouwen zijn sportief en commercieel klaar voor het WK

Niet te verkopen

Intussen benadert de coöperatie de ene na de andere potentiële sponsor. Vaak zonder succes. Bedrijven stoppen hun geld liever in voetballers als Lieke Martens en Vivianne Miedema, spelers die de eredivisie al lang geleden hebben verlaten. Net als inmiddels bijna alle andere internationals. In het buitenland kunnen ze leven van hun sport, in Nederland nauwelijks. In de eredivisie moeten veel spelers blijven werken om hun huur te kunnen betalen. En als ze al op trainingskamp willen, bijvoorbeeld naar Engeland, moeten speelsters 350 euro meebetalen.

Het leidt tot frustrerende momenten. Zo zitten afgevaardigden van de coöperatie om de tafel met Unilever, dat kort daarna niet met de eredivisie maar met de KNVB in zee gaat. Kolsteeg wil bevestigen noch ontkennen dat hij met de multinational heeft gesproken, maar erkent dat het vinden van sponsoren lastig was. „Toen de coöperatie werd opgericht, kon bijna niemand twee namen van eredivisiespeelsters opnoemen. De eredivisie was niet te verkopen.”

Toen de competitie in 2007 werd opgericht, was met supermarkt Plus juist snel een hoofdsponsor gevonden en konden er zelfs voetbalplaatjes van de speelsters verzameld worden. Priscilla Janssens, betrokken bij de oprichting van de eredivisie, denkt dat juist nu de aandacht voor het vrouwenvoetbal groeit, er sponsoren te vinden moeten zijn.

Volgens commercieel directeur Kolsteeg moeten er boegbeelden in de eredivisie spelen wil de competitie financieel aantrekkelijk worden. De helft van de internationals zou in Nederland moeten spelen. Daarvoor zijn begrotingen van circa twee miljoen euro nodig. Het logische probleem: er is nog steeds geen geld.

Terug naar de KNVB

In juni 2018 denkt Kolsteeg de oplossing te hebben. De eredivisie krijgt met Vedetta een eigen mediaplatform. Daar zullen bedrijven hun geld wel in willen stoppen, is dan het idee. Kolsteeg verkondigt hoge ambities in vakblad MarketingTribune. De eredivisie gaat behoren tot de topdrie van Europa, er komt jaarlijks een eredivisieclub in de kwartfinale van de Champions League en binnen drie jaar zijn alle speelsters (semi)prof. Het kan niet op.

Vedetta komt er niet. De lancering van het mediamerk kost 170.000 euro en daar wil de KNVB aan bijdragen, mits alle clubs hun steun betuigen aan het plan. Sommige clubs durven het niet aan. Kolsteeg: „Dan moet je naar een alternatief plan.”

Dat is: terug naar de KNVB. Daarom is de coöperatie op 1 mei 2019 formeel ontbonden. De bond neemt, op aandringen van de clubs, de regie weer in handen en presenteerde afgelopen zaterdag een nieuwe langetermijnvisie: Vrouwenvoetbal 2018-2022. „We zien bij de Oranje Leeuwinnen de gigantische potentie aan commerciële waarde (…) Dit willen we doortrekken naar ons hoogste nationale niveau.” In de kern is dat wat ook twee jaar geleden werd voorgenomen, maar toen niet lukte. De betrokken partijen lijken kortom terug bij af.

De KNVB laat de 50.000 euro aan subsidie voorlopig nog maar intact. De bond weet: zonder subsidie geen eredivisie.