‘Nooit meer gelukkig’ na onopgeloste moord

Stille tocht Nabestaanden vragen aandacht voor de circa 1.000 onopgeloste moorden in Nederland. ‘Het is een constante last die je met je meedraagt.’

Met foto’s van geliefden vragen nabestaanden aandacht voor circa 1.000 onopgeloste moorden.
Met foto’s van geliefden vragen nabestaanden aandacht voor circa 1.000 onopgeloste moorden. Foto Niels Wenstedt/ANP

Ook na dertig jaar springen bij Rob Hogenkamp direct de tranen in zijn ogen. Praten over de moord op Simone de Laat, de moeder van zijn kinderen, is nog altijd bijna onmogelijk. Net als zo’n honderd andere nabestaanden van slachtoffers van onopgeloste moorden is hij zaterdag naar Almere gekomen voor een stille tocht. In zijn linkerhand draagt Hogenkamp, nu 59 jaar, een bord met haar foto erop. ‘Simone de Laat geb. 1959 overl. 1989’, staat eronder.

De Laat werd gewurgd gevonden, thuis in het Friese Ferwerd, waar zij woonde met een van de twee kinderen die ze kreeg met Hogenkamp. Ze hadden op dat moment een lat-relatie, hij woonde ergens anders. Een dader is nooit gevonden. Met afgezakte schouders, het bord ondersteboven, doet Hogenkamp zijn verhaal. „Het is een constante last die je met je meedraagt”, zegt Hogenkamp.

Aandacht en tips

De tocht is georganiseerd door de Almeerse Wicky van der Meijs, wiens vader in 2002 op 72-jarige leeftijd werd vermoord. Het doel is aandacht te vragen voor de ongeveer 1.000 onopgeloste moordzaken in Nederland en mensen ertoe te bewegen met tips naar de politie te stappen. Rond vijf uur ’s middags begeeft de groep zich eerst naar een podium in stadslandgoed De Kemphaan waar enkele nabestaanden vertellen over de ramp die hen is overkomen.

„Moordenaar, ik wil je iets vragen. Waarom moest Jan dood? Waarom laat je al 29 jaar niets van je horen?” Om beurten lezen de drie zussen van Jan de Niet voor uit een brief die ze voor deze gelegenheid hebben geschreven „Een heel gezin heb jij kapot gemaakt. Mijn moeder loopt al 29 jaar rond met pijn in haar hart.” De Niet werd in 1990 gevonden in het Haagse Bos. Hij was met messteken om het leven gebracht.

Bloeddruppel zo groot als 50 eurocent

Aart Garssen, hoofd cold cases bij de politie, vertelt dat er wel degelijk succes wordt geboekt in de onderzoeken. Nieuwe dna-technieken maken een groot verschil. „Waar vroeger een bloeddruppel nodig was ter grootte van een muntstuk van vijftig eurocent is een aanraking nu soms al genoeg”, vertelt hij de nabestaanden. Sinds 2015 moeten alle tien regionale eenheden van de Nationale Politie een coldcaseteam hebben met minimaal drie medewerkers. Volgens Garssen valt moeilijk te zeggen hoeveel zaken er nu meer worden opgelost dan voorheen, maar het zijn er ongetwijfeld meer.

Na de toespraken loopt de groep een tocht door het landgoedachter een spandoek met daarop de tekst ‘Zwijgen over moord blijft ongehoord!’. Ook Sandra Bindi loopt mee. Haar oma werd 14 jaar geleden, op 93-jarige leeftijd, thuis in Utrecht om het leven gebracht. „Families vallen uiteen, dat hoor je overal”, vertelt Bindi over de gevolgen voor nabestaanden wanneer een dader niet wordt gepakt. „Iedereen heeft zijn eigen gedachten over wat er is gebeurd. Ook al wil je dat niet, je gaat toch speculeren. Hebben de buren het gedaan, was het de thuiszorg, of iemand nog dichterbij? Je wilt er niet aan denken, we hebben allemaal een schoon blazoen, maar het gaat toch door je hoofd”, zegt Bindi.

Zij vindt dat de politie in het geval van oma Bindi goed haar best heeft gedaan, maar door gebrek aan mankracht en continuïteit werden er veel fouten gemaakt. Dat gebeurt vaker. Zo moest de eveneens aanwezige moeder van de in 2017 gemartelde en vermoorde Esther Paul vrijdag via de media vernemen dat een verdachte in die zaak niet wordt vervolgd.

Onderbemand of overbelast

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries, zwaar beveiligd vanwege bedreigingen uit het criminele milieu, verwoordt de onvrede bij de onthulling van een monument voor de nabestaanden. „Ik maak te vaak mee dat coldcaseteams onderbemand zijn, of overbelast. Daardoor worden getuigen soms niet gehoord. Ik doe hierbij een appèl op de overheid om meer geld beschikbaar te stellen.”

Criminoloog Jasper van der Kemp van de Vrije Universiteit bevestigt dit beeld. „De recherchecapaciteit in Nederland is in het algemeen veel te beperkt. Er is veel geïnvesteerd in meer blauw op straat. Dat is goed voor noodhulp, voor incidenten, maar om criminaliteit op te lossen heb je recherche nodig.”

In Almere pakken nabestaanden elkaar vast als na de tocht de klanken van een harp klinken. Tranen worden weggeveegd. „Ik heb nooit meer gelukkig kunnen zijn”, zegt Rob Hogenkamp over zijn leven na de moord op Simone de Laat. Dertig jaar later is hij weer in therapie om te proberen het onacceptabele toch te accepteren.

Lees ook dit achtergrondverhaal over een coldcaseteam dat in Rotterdam onderzoek deed naar 85 onopgeloste moorden op prostituees