Nederlanderschap afpakken van Syriëganger blijkt ondanks wet lastig

Jihadgangers In het buitenland strijdende Syriëgangers kunnen sinds 2017 hun Nederlanderschap verliezen zonder dat zij al strafrechtelijk zijn veroordeeld. Maar in de praktijk gebeurt dat zelden. Hoe kan dat?

IS-strijders en hun familie na hun overgave in het dorp Baghouz, het laatste jihadistische bolwerk. Baghouz viel in maart van dit jaar.
IS-strijders en hun familie na hun overgave in het dorp Baghouz, het laatste jihadistische bolwerk. Baghouz viel in maart van dit jaar. Foto Rodi Said/Reuters

Minister Stef Blok (VVD) had in januari 2017 een vooruitziende blik. In Syrië zal een „situatie” ontstaan, zei de toenmalig minister van Veiligheid en Justitie in de Tweede Kamer, waarin „IS geen grondgebied meer heeft”. Daarna zal er „grote druk ontstaan” op Nederlandse IS-strijders om „zich te verplaatsen en voor een deel ook om terug te gaan naar Nederland”.

Bloks voorspelling is inmiddels realiteit geworden. Terreurbeweging IS heeft geen grondgebied meer en een groot deel van de Nederlandse jihadgangers zit vast in Koerdische kampen – en wil terugkeren. Het kabinet weet niet wat het ermee aan moet. Er is met Irak gesproken over een vrije terugkeer van jihadgangers. Tegelijkertijd pleit het kabinet voor een tribunaal in Irak waar ze berecht zouden moeten worden.

Lees hier een interview met de vader van uitreiziger Helen

Tijdens het Kamerdebat in 2017 had Blok nog een andere oplossing: het wijzigen van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Daarmee kan de nationaliteit worden afgepakt van Nederlanders die in het buitenland vechten voor een terreurbeweging zoals IS. Het zou hun terugkeer naar Nederland voorkomen, hield Blok de Kamer voor: „Wat deze wet mogelijk maakt, is dat deze mensen Nederland niet kunnen bereiken.” Volgens Blok kon hij na goedkeuring van de wet „van tevoren” tegen IS-strijders met terugkeerplannen zeggen: „Wij laten u Nederland niet meer in omdat u hebt deelgenomen aan verschrikkelijke terroristische activiteiten en wij het gevaar voor de Nederlandse samenleving enorm vinden.”

De nieuwe wet is sinds maart 2017 van kracht. Terroristen konden daarvoor ook al hun nationaliteit verliezen, het verschil is dat daar nu geen strafrechtelijke veroordeling meer voor nodig is. De minister kan zélf het Nederlanderschap intrekken.

Maar er is twee jaar na de wetswijziging nog weinig terechtgekomen van het beleid. Dertien jihadstrijders in het buitenland zijn hun nationaliteit kwijt, op een totaal van 310 Nederlanders die in de afgelopen jaren naar Syrië zijn gereisd en 135 die er nog steeds verblijven. De Kamer heeft al verschillende keren gevraagd aan het kabinet waarom het aantal intrekkingen zo laag blijft.

Als Blok in 2017 de eerste Syriëganger het Nederlanderschap afpakt, twittert Geert Wilders (PVV): „Maar 1 jihadist raakt zijn NL-se paspoort kwijt?? Wat een superslap kabinetsbeleid. Geen een jihadist verdient het Nederlander te zijn!!”

Halverwege 2018, de teller staan dan op vier, wil Arno Rutte (VVD) weten waarom het toch zo „stil” blijft rondom die intrekkingen. CDA’er Ferdinand Grapperhaus, die dan het ministerschap van Blok heeft overgenomen: „Ik kan eigenlijk alleen maar zeggen dat ik hierop met mijn ministerie echt actief beleid voer.” Hij belooft te kijken of er meer nationaliteiten kunnen worden ingetrokken.

Nauwelijks medewerking

Wat minister Grapperhaus niet aan de Tweede Kamer vertelt, is dat zijn beleid niet van de grond komt omdat het Openbaar Ministerie (OM) en inlichtingendienst AIVD er nauwelijks aan meewerken. De minister mag dan het formele besluit nemen om iemands Nederlanderschap af te nemen, hij moet dat besluit kunnen onderbouwen met behulp van openbare bronnen of informatie van de AIVD of het OM. Zo staat het omschreven in de memorie van toelichting op de wetswijziging.

De twee diensten moeten dus informatie aanleveren waaruit blijkt dat de Syriëgangers vechten voor een terroristische groepering en daarmee een ‘gevaar voor de nationale veiligheid’ vormen. Maar die rapportages blijven uit. De AIVD heeft slechts twee keer een ambtsbericht verstuurd waarmee een nationaliteit kon worden ingetrokken, blijkt uit gegevens die NRC opvroeg bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het OM verstrekte helemaal geen informatie. Volgens gegevens komt dat onder meer omdat het delen van informatie door het OM strafrechtelijke onderzoeken zou doorkruisen. Gevolg: de minister trekt vrijwel alléén nationaliteiten in van jihadisten die bij verstek zijn veroordeeld door de rechter. Dit terwijl de nieuwe wet juist was bedoeld om de nationaliteit te kunnen afpakken zónder voorafgaande veroordeling.

Waarom zijn er zo weinig rapportages? Het vinden van een onderbouwing om het Nederlanderschap in te trekken blijkt lastiger dan vooraf gedacht. Aangetoond moet worden dat een Syriëganger ná invoering van de wet in 2017 nog actief is geweest voor een terroristische organisatie. Daar heeft het OM van lang niet iedere Syriëganger informatie over. En als de AIVD die informatie wel heeft, is die vaak niet bruikbaar. Bijvoorbeeld omdat het herleidbaar is naar een bron of omdat de informatie van een buitenlandse inlichtingendienst komt en dus niet zomaar kan worden gedeeld.

Volgens ingewijden speelt ook mee dat justitie en de veiligheidsdienst weinig prioriteit geven aan de maatregel. Het OM zou IS-strijders liever vervolgen dan weren uit Nederland, terwijl de AIVD eerder kijkt naar de dreiging die uitgaat van Syriëgangers. Die is niet verdwenen zodra zij formeel geen Nederlander meer zijn. Ook met valse papieren kunnen zij immers Nederland bereiken.

Elf vragen over hoe je teruggekeerde jihadgangers berecht

Terugkeer

Wat is dan het lot van de Syriëgangers die hun nationaliteit wél zijn kwijtgeraakt? Ook zij kunnen terugkomen. Omdat het op twee uitzonderingen na gaat om veroordeelden, staan zij internationaal gesignaleerd. Op het moment dat deze Syriëgangers bijvoorbeeld bij de Turkse grens opduiken, zal blijken dat zij nog een straf hebben uit te zitten. Hoewel deze Syriëgangers zichzelf officieel geen Nederlander mogen noemen, mogen ze hier wel hun straf komen uitzitten. Daarna moet nog blijken of zij uitzetbaar zijn.

Het OM en de AIVD willen beide niet reageren. Minister Grapperhaus zegt dat hij het intrekken van de nationaliteit nog steeds ziet als „een belangrijk onderdeel van de strijd tegen de terroristische dreiging”. „Ik zie er op toe dat dit middel waar nodig wordt ingezet”, aldus de minister.