Michael Chang won in 1989 Roland Garros.

Foto Lionel Cironneau/AP

Michael Chang: ‘Ik praat met Ivan Lendl nooit over 1989’

Interview | Michael Chang Voor altijd zal de Amerikaan Michael Chang (47) herinnerd worden om de onderhandse service op Roland Garros, 30 jaar geleden.

Met flitsende zonnebril, witte pet, gele tennisschoenen en een shirt met lange mouwen staat Michael Chang in de brandende zon op een van de trainingsbanen nabij het park van Roland Garros. Het is zaterdagmiddag, Chang slaat een balletje met zijn vrouw en hun oudste dochter, Lani (8). Zijn schoonmoeder kijkt langs de baan toe, met een parapluutje tegen de zon.

Chang, de legendarische Roland Garros-winnaar van dertig jaar geleden, laat zijn dochter zien hoe je klaar moet staan bij de return: actieve houding, lichaam naar voren gebogen, druk op het voorste deel van de voeten, het racket klaar om te slaan. Even later: „Nice Lani, great shot!

Hij is in Parijs als coach van de Japanse topspeler Kei Nishikori. Chang heeft een vrije dag maar wil zelf wat trainen omdat hij deze week in het seniorentoernooi van Roland Garros speelt. „Het is altijd speciaal om terug te zijn”, zegt Chang (47), in een kort interview na de training.

Leert u uw dochter ook de onderhandse service?

Chang, grijnzend: „Ze weet ervan. Ze houdt van tennis, begrijpt het spel goed. Ze kijkt bij de wedstrijden van Kei, of het nou drie of vijf sets duurt.”

Voor altijd zal hij herinnerd worden om een van de meest iconische momenten in de tennisgeschiedenis. Een vol Court Philippe Chatrier, 5 juni 1989, de vierde ronde. Michael Chang, een dan 17-jarig Amerikaans talent van Chinese afkomst, tegen de twaalf jaar oudere Tsjechoslowaak Ivan Lendl, de nummer één van de wereld en drie keer winnaar in Parijs. Bijna niemand geeft Chang, die het door zijn geringe lengte vooral moet hebben van zijn fenomenale verdediging, een kans.

In een schitterend, slopend gevecht doet hij iets wat niet eerder op zo’n podium is vertoond. Chang slaat een onderhandse service, bij 4-3 en 15-30 in de vijfde set. Een snelle, katachtige beweging, met wat spin. Lendl retourneert, komt naar het net, Chang slaat een forehandpassing waarop Lendl kansloos is. „Extraordinaire!”, roept de Franse tv-commentator.

De stoïcijnse Lendl is mentaal gebroken. Op matchpoint slaat hij een dubbele fout, als Chang bij zijn tweede service dreigend ver in de baan staat. „Goliath was verslagen”, schrijft Chang in zijn boek Holding Serve: Persevering on and Off the Court (2002). In de finale wint hij van de Zweed Stefan Edberg. Met 17 jaar en 110 dagen is Chang nog altijd de jongste grandslamwinnaar bij de mannen.

Had u de onderhandse service geoefend?

„Nee. Ik sloeg hem bij de junioren soms wel voor de lol. Toen ik het deed tegen Ivan, schoot het misschien twee seconden daarvoor door mijn hoofd. Ik was zo aan het worstelen met mijn service. Mijn eerste service ging nog maar 75 miles per hour [120 kilometer per uur]. Het was een plotse ingeving. Ik zou mijn service weer verliezen en bedacht een manier om het punt te winnen.”

Was het niet onsportief?

„In dertig jaar is er nooit iemand geweest die dat tegen mij gezegd heeft. Dat kwam denk ik deels omdat mensen de omstandigheden kenden. Ze wisten dat ik ernstige kramp had. Ze wisten dat ik mijn normale service niet kon slaan.”

U zag Lendl kort daarna op Wimbledon. Hoe verliep die ontmoeting?

„Ik was een beetje nerveus, omdat ik niet wist wat hij zou gaan zeggen. We passeerden elkaar, hij liep op mij af, keek mij recht aan in de ogen, stak zijn hand uit, en zei: ‘Michael, ongelofelijke job op Roland Garros, gefeliciteerd’.”

„Ik heb altijd goed kunnen opschieten met Ivan, ik ben nog steeds bevriend met hem. Ik stuur hem soms een berichtje, we praten over familie, kinderen, golf, tennis. Maar we praten nooit over Roland Garros 1989. Van mij hoeft het niet, en ik weet zeker dat hij het ook niet nodig vindt om er met mij over te spreken.”

Verveelt het nooit om met anderen steeds over dat moment te praten?

„Nee. Het is nog steeds een van de meest levendige herinneringen die ik heb aan mijn carrière. Door de manier waarop ik won, de emoties, alles wat eromheen gebeurde.”

Chang debuteerde al op zijn vijftiende op de internationale tour. Zijn moeder Betty gaf haar baan op en reisde met hem mee. In het jaar dat Chang Roland Garros won, deelde hij nog de hotelkamer met haar. Tijdens het toernooi was op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing de massale studentenopstand gaande, die door de machthebbers werd neergeslagen. Chang zat veel voor de tv om het nieuws te volgen.

Michael Chang is tegenwoordig coach van de Japanse topspeler Kei Nishikori.

Foto David Gray/AFP

U was nog een kind, hoe ging u om met alle roem?

„Het jaar nadat ik Roland Garros had gewonnen, was waarschijnlijk een van de moeilijkste. Om een balans te vinden in verwachtingen, in prioriteiten, in aandacht, en qua sponsors. Alles veranderde.”

Wat zou u uzelf nu adviseren als u nog 17 was?

„Mijn tijd op de tour ging zo snel, ik zou zeggen dat ik er een beetje meer van moet genieten. En ik zou mijn blessures anders benaderen, daar heb ik in de latere fase van mijn carrière veel last van gehad. Je ziet nu dat topspelers de tijd nemen om te herstellen. Ik zou willen dat ik dat ook had gedaan.”

De grondlegger van de onderhandse service ziet dat zijn trucje nu weer regelmatig gebruikt wordt. Met name door Nick Kyrgios. Alexander Bublik sloeg er afgelopen week drie in partij tegen de Dominic Thiem – twee keer won hij het punt.

Wat vindt u ervan dat ze dat doen?

„Tegenwoordig staan spelers als Nadal en Thiem zo ver achter de baseline, bijna tegen de lijnrechters aan. Je moet dan veel baanruimte afdekken. Als spelers dat doen tíjdens het punt, zie je dat er dropshots worden geslagen. Dus waarom zou je het niet bij de service gebruiken?”

Het kan een wapen zijn?

„Ja zeker, het kan. Als je hem goed slaat en als je het een beetje onverwachts doet.”

Sommige mensen zullen uw onderhandse service eerder herinneren dan de gewonnen finale tegen Edberg.

„Ja, misschien.”

Frustreert dat?

„Nee, nee. Het was zo’n unieke situatie. Het is een van die momenten, als een verhaaltje voor het slapengaan, waarbij je je afvraagt: hoe kan het waar zijn?”