800 Syrische vrouwen en kinderen vertrekken uit vluchtelingenkamp Al-Hol

De Koerdische autoriteiten hebben afspraken gemaakt met de Syrische stammen waar de vrouwen en kinderen deel van uitmaken. Onder hen zijn familieleden van IS-strijders.

Gesluierde vrouwen en kinderen in de stad Kamishli, in het noordoosten van Syrië.
Gesluierde vrouwen en kinderen in de stad Kamishli, in het noordoosten van Syrië. Foto Delil Souleiman/AFP

Zo’n 800 Syrische vrouwen en kinderen verlaten maandag het vluchtelingenkamp Al-Hol in het noordoosten van Syrië. Onder hen zijn ook familieleden van strijders van Islamitische Staat. Dat hebben de Koerdische autoriteiten deze zondag bekendgemaakt, meldt persbureau AFP.

Het is voor het eerst dat een grote groep Syrische vrouwen en kinderen het kamp verlaat. Een woordvoerder van het Koerdisch bestuur zei dat vrijlating gebeurt op verzoek van de stammen waar de vrouwen en kinderen deel van uitmaken.

In Al-Hol zitten volgens de Verenigde Naties (VN) nu nog ongeveer 74.000 mensen, onder wie zo’n 30.000 Syriërs, voornamelijk vrouwen en kinderen. Volgens de Koerdische autoriteiten is het doel om al deze mensen uiteindelijk het overbevolkte kamp uit te krijgen.

Lees ook het interview met de vader van uitreiziger ‘Helen’ die vastzit in Al-Hol: ‘Ik wil mijn dochter terug uit Syrië’

Er zal worden gecontroleerd of de vrouwen deel uitmaakten van IS-families, zei de Koerdische bestuurder Abd al-Mehbache
tegen AFP. „Het is onze de plicht om onze mensen een rol te laten spelen in de heropvoeding van deze kinderen en vrouwen, en in hun re-integratie in de maatschappij.”

Slechte leefomstandigheden

Ngo’s hekelen de slechte omstandigheden waarin mensen leven in Al-Hol. Er is sprake van ondervoeding bij kinderen en er is een gebrek aan medische zorg.
De Koerdische autoriteiten, die gesteund worden door Washington, hebben al vaker alarm geslagen over de slechte situatie in het vluchtelingenkamp en hebben gevraagd om meer internationale hulp. Maar die hulp blijft veelal uit.

In Al-Hol zitten ook zo’n 12.000 buitenlandse vrouwen en kinderen, onder wie ook Nederlanders. Die worden in een apart, afgesloten, deel van het kamp vastgehouden. De Koerdische autoriteiten vragen al langer om een oplossing voor deze mensen, maar veel westerse landen willen hen niet actief repatriëren. Dat geldt ook voor Nederland.

Volgens de AIVD zijn er „ten minste 175 kinderen” van Nederlandse uitreizigers in Syrië en Irak. Mogelijk is een deel van hen omgekomen, maar er ontbreekt veel informatie over hen. Vrouwen en kinderen worden door Nederland niet actief teruggehaald. Ze moeten eerst zelf een Nederlands consulaat bereiken en makkelijk is dat vaak niet, omdat ze meestal niet over de middelen beschikken om naar een consulaat te reizen.

Lees ook: Irak stuurt 188 Turkse IS-kinderen terug naar eigen land