Alsof politici overal antwoord op moeten hebben, zegt Baudet op een conferentie

Forum voor Democratie Thierry Baudet sprak op een conferentie over publieksfilosofie. Hij kwam met zijn vaste verhaal, maar tijdens de vragenronde kreeg hij het ineens lastig.

Op de vraag of hij politicus of filosoof wil zijn, had Baudet geen antwoord. (archieffoto)
Op de vraag of hij politicus of filosoof wil zijn, had Baudet geen antwoord. (archieffoto) Foto Martijn Beekman

Als je volle zalen wilt hebben, dan moet je Thierry Baudet uitnodigen, zo had de organisatie gehoopt van de G10 voor economie en filosofie - een jaarlijkse conferentie over publieksfilosofie. Dat bleek niet goed gedacht: als de voorman van Forum voor Democratie zaterdag tegen het einde van de middag het woord krijgt in de Amsterdamse Zuiderkerk, zitten er zo’n honderd mensen. De zaal is voor de helft gevuld.

Baudet komt de kerk binnengelopen als columnist Bas Heijne zijn lezing geeft. Heijne noemt Houellebecq, de Franse schrijver waar Baudet laatst een omstreden essay over publiceerde - Baudet leunt tegen een kerkpilaar en kijkt niet op van zijn telefoon. ‘Waarheid en identiteit’ is het thema van Heijne’s praatje, hij heeft het over de brand in Notre Dame en Brexit en de zoektocht naar geworteldheid.

Lees ook: Baudets essay over vrouwenrechten was geen vrijblijvende denkoefening.

Waar Baudet het over gaat hebben? Hij kijkt naar de stapel boeken die te koop is, ook twee van zijn eigen werken liggen er, denkt na, kijkt nog eens rond en zegt dan: „Het probleem van de Verlichting.”

Welk probleem van de Verlichting? „Universalisme”, zegt Baudet. Heijne’s lezing vond hij „volstrekt oninteressant.” Want: „Hij maakt eerst z’n tegenstanders zwart en houdt daarna een slap verhaal.” Dat gaat Baudet dus anders doen, lacht hij.

‘Ontwortelen’

Hij begint met „alles wat in de sfeer van de Franse Revolutie” en de Verlichting staat en waar hij dus weinig mee heeft: „De liberalen, de sociaal-democraten, de groenen, de kosmopolieten.” De Europese Unie wil mensen „ontwortelen”, Verlichte mensen willen geen kinderen meer maken en wie denkt in termen van een universalisme, die wil uiteindelijk tirannie, aldus Baudet.

Daartegenover plaatst Baudet een conservatief, anti-revolutionair verhaal. Het „grote ideologische conflict” van deze tijd gaat tussen de Verlichtingsdenkers en de „gewortelden, mensen van vlees en bloed”, zegt hij. Zijn politieke partij, gedeeld grootste in de Eerste Kamer en sindskort ook gekozen in het Europarlement, behoort tot de laatste groep: „We willen ons weer geworteld voelen, weer voeling hebben met onze grond, met de seizoenen.”

Het is het vaste politiek-filosofische verhaal van Baudet, dat deze avond wel een cirkelredenering volgt. Die gaat als volgt: het universalisme bestaat niet, want mensen zijn verschillend, en ingebed in lokale gemeenschappen, niet in een werelds verhaal, en daardoor bestaat universalisme niet.

Baudet geeft bovendien geen verklaring voor de fundamentele tegenstelling in zijn lezing: waarom zou iemand die zich tegen de Franse Revolutie en tegen de Verlichting keert, zoals zijn partij claimt, vóór democratisering zijn?

Er is geen protest bij de lezing – dat was er online wel toen de organisatie Baudet als spreker uitnodigde. Het publiek luistert met dezelfde beleefdheid als naar eerdere sprekers zoals Heijne.

Filosoof of politicus?

Pas ná de lezing, tijdens de vragenronde, komt het publiek los. En dan krijgt Baudet het ineens lastiger. Naar welk Nederland wil Baudet precies terug? Wat is precies de identiteit die hij omschrijft? Een toeschouwer: „Je wilt het radicaal neerzetten, wat is die identiteit?” Baudet: „Het idee dat je dingen exact moet definiëren, fnuikt het debat.” Een man begint over moderne architectuur - iets waar Baudet zich tegen afzet. De man zegt er met liefde in te wonen, net als veel andere mensen. Baudet: „Dat is gewoon niet zo.” Als meerdere vragenstellers Baudet confronteren met de vraag ‘hoe wil je dan een conservatieve revolutie?’, hekelt hij het idee dat politici per se antwoorden moeten hebben. „Dit soort vragen zijn symptomatisch voor het probleem.”

De laatste vragensteller: wat wilt u echt zijn, een filosoof, of een politicus die ons vertelt hoe de weg naar de betere toekomst eruit gaat zien? „Ik heb een andere invulling van het begrip politicus te zijn dan wat dominant is geweest in Nederland en het Westen in de afgelopen jaren.”