Opinie

    • Marike Stellinga

Solidair in Europa, durven we dat?

Marike Stellinga

Ja hoera, meer Europeanen gingen naar de stembus! Ze kozen een bonter Europees parlement, en de debatten gingen vaak over Europa-brede thema’s: klimaat, veiligheid, migratie, belastingafdracht door multinationals. Dit waren met recht ‘Europese’ verkiezingen. Misschien wordt de Europese democratie eindelijk een beetje volwassen, schreef NRC deze week.

‘Volwassen’ betekent ook dat het pijn gaat doen in Europa. De kwesties die voor liggen hebben een bijtend overkoepelend thema: hoe ver gaat solidariteit tussen Europese lidstaten? Of het nu gaat om de export van Nederlandse werkloosheidsuitkeringen naar Oost-Europa, strengere regels voor het detacheren van Oost-Europeanen hier, om het opnemen van migranten, het nakomen van begrotingsregels, het veiliger maken van de banken, strengere klimaateisen of belastingregels voor grote bedrijven, elk land ziet vaak heel scherp wat het zelf inlevert en wat een ander land krijgt. Andersom lukt dat een stuk minder goed: wat het andere land inlevert en wat wij zelf krijgen. Zo spreekt minister Hoekstra (CDA, Financiën) streng over de wederkerigheid die nodig is in Europa. Maar daarmee bedoelt hij vooral dat andere landen te weinig leveren.

Bij deze discussies zullen economen vaak worden aangeroepen, vermoed ik: ‘Het moet zo want topeconomen vinden het ook!’ Ik waarschuw alvast: over veel kwesties zijn economen het niet zo eens als politici suggereren.

Neem één splijtend voorstel: een schokfonds voor de eurozone. Het idee is helder. Nu eurolanden hun eigen munt niet meer kunnen devalueren en geen eigen geldbeleid kunnen voeren, is hun aanpassingsmechanisme na economische schokken zo beperkt dat we een gezamenlijk stootkussen moeten maken. Dit kan diverse vormen aannemen: wat vaak wordt geopperd is een Europees begrotingsfonds dat bijvoorbeeld geld geeft of leent als in een land de werkloosheid hard stijgt.

Diverse economen zien zo’n fonds als noodzakelijk voor een monetaire unie. Maar de economen van het Centraal Planbureau oordeelden deze week anders. De eurozone kan zonder: er zijn andere manieren om schokken op te vangen. Een schokfonds zou volgens het CPB wél de welvaart kunnen verhogen maar er zitten zoveel praktische haken en ogen aan dat andere stootkussens waarschijnlijk beter zijn.

Maak de bankenmarkt écht Europees, oppert het CPB, net als de kapitaalmarkt. Zo vangen de staten in de VS namelijk gezamenlijk schokken op. Via een goed geïntegreerde kapitaalmarkt spreidt de VS de economische verliezen uit één staat over meer staten en komt de dreun niet hoofdzakelijk terecht in de lokale economie. Dat is in de eurozone wel zo. Geld dat de Amerikaanse federale overheid overmaakt naar de staten vormt maar een klein deel van de Amerikaanse buffer.

Hoekstra heeft vast een dansje gemaakt bij het CPB-rapport. Het kabinet is tegen een schokfonds en voor een diepere Europese kapitaalmarkt. Maar ook hier ontkomt het kabinet niet aan dé vraag: solidariteit, durven we het aan? Zo aarzelen we bij het optuigen van een Europees garantiestelsel voor spaargeld. Lopen ‘wij’ dan het risico straks te moeten betalen voor gammele banken in het zuiden?

Dit is, kortom, een politieke strijd: vol pijnlijke keuzes, géén economische. De kern van de komende jaren is: wie niet bereid is om in te leveren, mag eigenlijk het woord wederkerigheid niet in de mond nemen.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.