Oranje juicht na de beslissende penalty in de kwartfinale van het EK in 2009.

AP Photo/Matthias Schrader

Pioniers van het voetbal

Oranje tien jaar later Vrijdag begint het WK voetbal voor vrouwen. In 2009 debuteerde Oranje op het EK. De spelers van toen hadden nog bepaald geen sterrenstatus. ‘Pas voor de halve finale werden de journalisten ingevlogen.’

Thuis bij Anouk Hoogendijk hangen twee foto’s. Op de ene staan negen voetballers op een rij, de armen om elkaars schouders. Ze kijken gespannen. Op de andere staan de vrouwen met hun mond open. Eén springt met haar armen in de lucht. De foto’s dateren van 3 september 2009. Ze zijn kort na elkaar genomen op het EK in Finland, net vóór en na de beslissende penalty in de kwartfinale. Het was Hoogendijk (nu 34) die de bal op de stip legde en rakelings langs de Franse keeper schoot.

Ze is niet de enige die het moment koestert. „Ik heb die foto van na de penalty laten uitvergroten”, vertelt middenvelder Annemieke Kiesel-Griffioen (39) vanuit het Duitse Ratingen. „Ik weet nog dat ik dacht: wíj in de halve finale? Dat is toch te gek voor woorden? Zo goed zijn we nou ook weer niet.”

Nooit eerder had een Nederlands vrouwenelftal op een EK of WK gespeeld. Dat dat lukte – en vooral de manier waarop – is een kantelpunt in de voetbalgeschiedenis. In Finland werd de basis gelegd voor latere successen, met als voorlopig hoogtepunt de EK-zege van 2017 in eigen land.

Hoe kijken de voetballers terug op het toernooi en de jaren erna? Hoe ziet hun leven er nu uit? En: wat verwachten zij van het team dat volgende week aantreedt bij het WK in Frankrijk?

Nederland verloor in 2009 de halve finale van Engeland; NRC sprak alle basisspelers uit die wedstrijd. Sommigen hebben nu een leidinggevende positie in het vrouwenvoetbal. Anderen vonden niet-sportgerelateerd werk. Eén van hen (Kiesel-Griffioen) is fulltime moeder. Alleen keeper Loes Geurts speelt nog steeds voor Oranje.

Elke vrouw bewaart andere herinneringen aan het toernooi. Voor de een zijn ze vaag, voor de ander liggen de ervaringen nog vers in het geheugen. Over één ding zijn ze het eens: in Finland gingen ze voor elkaar door het vuur en bondscoach Vera Pauw liet niets aan het toeval over.

Oranje op trainingskamp in voorbereiding op het EK van 2009. ANP/Marcel Antonisse

Lage verwachtingen

Vijf jaar lang werkte Pauw, die eerder het Schotse vrouwenelftal coachte, aan de vervolmaking van haar ploeg. In de laatste zeven maanden voor het EK kwamen de spelers op zondagen bij elkaar voor een conditietraining. Elke maand werden internationale (oefen)wedstrijden gespeeld. In de laatste negen weken kregen de spelers een fulltime-programma, ze mochten twee keer per week naar huis.

Dit gebeurde grotendeels buiten het zicht van pers en publiek. De verwachtingen waren daarom laag toen de selectie in de nazomer van 2009 naar Finland afreisde. „Pas toen we de halve finale hadden bereikt, werden de journalisten ingevlogen”, grapt Manon Melis (32), toen een van de meest ervaren spelers, met een profcontract bij een buitenlandse club. Tekenend is volgens haar dat de NOS geen beelden van de groepswedstrijden heeft. In tegenstelling tot Eurosport, dat alle wedstrijden uitzond.

Van de kwartfinale zond de NOS een samenvatting uit. „Dit moet toch zorgen voor de doorbraak van het vrouwenvoetbal in Nederland”, zei commentator Philip Kooke na de beslissende penalty. De halve finale tegen Engeland, die live door de NOS werd uitgezonden, trok gemiddeld 1,6 miljoen kijkers. Op het piekmoment keken 2,4 miljoen mensen.

Ik weet nog dat ik dacht: wíj in de halve finale? Dat is toch te gek voor woorden? Zo goed zijn we nou ook weer niet

Oud-aanvoerster Daphne Koster (38) vergelijkt de opmars van het vrouwenelftal van 2009 met die van de Ajax-mannen in de Champions League van dit jaar. „Er werd weinig van ons verwacht. Het groepsgevoel was ongekend groot. En pas op het laatste moment verdween de finale uit zicht. Ajax kreeg in de 96ste minuut een tegendoelpunt, wij in de 116de minuut, vlak voor het eind van de verlenging. Het was super intens.”

De verhalen van deze spelers maken duidelijk hoe veel er in tien jaar tijd is veranderd. Waar het overgrote merendeel van de WK-selectie nu bij clubs in het buitenland speelt, gold dat toen alleen voor Melis (Malmö) en Annemieke Kiesel-Griffioen (Duisburg). Oranje-spelers van Nederlandse clubs konden zich niet altijd even goed verplaatsen in hun collega’s van over de grens. „Ik weet nog dat ik in de Duitse bekerfinale speelde”, zegt Kiesel-Griffioen. „In Duitsland was het de wedstrijd van het jaar. We speelden voor duizenden toeschouwers in het Olympisch Stadion in Berlijn. Voor meiden die in Nederland speelden was de impact van zo’n wedstrijd lastig in te schatten. Daar was de bekerfinale niet van groot belang.”

Alleen een onkostenvergoeding

In het buitenland kon je destijds aardig rondkomen van het vrouwenvoetbal, maar bij Nederlandse clubs kreeg je niet meer dan een onkostenvergoeding. Bijna iedereen had een betaalde baan of volgde een opleiding. Keeper Loes Geurts (nu 33) studeerde fysiotherapie, verdediger Manoe Meulen (40) werkte bij een energiebedrijf, verdediger Dyanne Bito (37) bij een alarmcentrale en middenvelder Petra Hogewoning (33) bij een autismecentrum voor jongeren. „Het was geen vetpot”, zegt Bito, die nog steeds dezelfde werkgever heeft. „Maar ik wist niet beter. Ik heb altijd naast het voetballen gewerkt.”

Dat de internationals na plaatsing voor de halve finale de ‘A-status’ kregen van sportkoepel NOC*NSF, en daardoor aanspraak konden maken op een stipendium, leek heel wat. „Maar voor de fulltime-werkenden onder ons leverde dat niets op”, zegt Meulen. Aan de uitkering zat een maximum van krap 2.000 euro bruto, inclusief werkloon. Wie meer verdiende werd gekort. „In het begin zei ik: laat maar zitten. Maar toen ik parttime ging werken, heb ik er alsnog een beroep op gedaan.”

In die tijd waren sponsorcontracten een zeldzaamheid. Alleen de mediagenieke Hoogendijk en Koster hadden er een. „Hoe anders is dat nu”, zegt Loes Geurts, die de ontwikkelingen in het vrouwenvoetbal als nog actieve international zelf heeft meegemaakt. „Zelfs zeventienjarigen hebben wel iets geregeld. Soms hoor ik meiden klagen en denk ik: wees blij met wat je krijgt, wij wasten vroeger ons eigen ondergoed en trokken bij toernooien waslijntjes door de hotelkamer.”

Ik heb altijd naast het voetballen gewerkt

Hoogendijk zegt dat ze niet van haar schoenencontract met Nike kon genieten, wetende dat haar teamgenoten hun eigen schoenen moesten kopen, om die vervolgens te declareren bij de KNVB. Haar sponsor besloot alle spelers twee paar gratis schoenen te geven: met stalen en gewone noppen. Hoogendijk: „We mochten zelf onze schoenen ontwerpen. Met eigen kleuren en namen erop. Ik zie ze nog op een rij staan.”

Dat soort zaken droeg bij aan een uitzonderlijk gevoel van eenheid, waar sommige spelers met weemoed aan terugdenken. „Ik heb het daarvoor en daarna nooit meegemaakt”, zegt oud-verdediger Hogewoning. „Het individu werd ondergeschikt gemaakt aan het team, iedereen werd gelijk behandeld. Of je nou basisspeler was of op de bank zat, je dééd ertoe.”

Om de spanning over hun eerste EK-duel tegen Oekraïne te doorbreken, speelde de ploeg spelletjes, zoals koekhappen en spijkerpoepen. Loes Geurts was spelleider, de staf deed mee. Pauw had vetorecht als zij vreesde voor blessures.

Ook mochten de spelers – via een stemming – een eigen EK-lied kiezen. Sommige spelers krijgen nog kippenvel als ze Ik wil dat ons land juicht weer eens horen. Het nummer van Guus Meeuwis werd drie jaar eerder uitgebracht voor het mannen-WK.

Karin Stevens in een kopduel met de Poolse Marlena Kowalik tijdens de interland Nederland - Polen. ANP/Vincent Jannink

Presentatie en uitstraling

Vera Pauw kon ook streng zijn. Ze vond het belangrijk dat Nederland de spelers leerde kennen als sportvrouwen, met nadruk op ‘sport’. Wil je laten zien dat je een mooie vrouw bent die ook nog sport, of een sportvrouw die toevallig mooi is, hield ze hun voor. Meerdere spelers herinneren zich dat ze hun haar niet los mochten dragen als ze hun sportkleding droegen. Hoogendijk: „Aanvankelijk vond ik dat soort regels overdreven en streng, maar ik ben het later wel gaan respecteren.”

Pauw en haar staf wisten alles van de tegenstander. Ze verdiepten zich in onderzoek naar bijvoorbeeld blessurepreventie, belastbaarheid, communicatie op het veld tussen mensen met verschillende achtergronden, en de effectiviteit van spelsystemen. Er werd gebruikgemaakt van videoanalyse, zowel individueel als in groepsverband; een noviteit in het vrouwenvoetbal.

Kirsten van de Ven (34), die het eerste EK-doelpunt voor Nederland maakte, vertelt dat het team voor het toernooi op het hart werd gedrukt doelpunten niet uitbundig te vieren. Onderzoek wees volgens Pauw uit dat ploegen die dat wel doen, eerder een tegendoelpunt krijgen omdat ze minder gefocust zijn.

Het individu werd ondergeschikt gemaakt aan het team, iedereen werd gelijk behandeld

Andere spelers herinneren zich de onderzoeken naar corners en strafschoppen. Bij een corner moest de langste speelster bij de beste kopper gaan staan. Wie goed kon beuken werd tegenover een fysiek sterke tegenstandster gepositioneerd. Logisch, zou je nu zeggen, „maar daarin was Pauw echt een trendsetter”, zegt Daphne Koster.

Ook op penalty’s werd veel geoefend. Vlak voor de kwartfinale kregen de spelers in het hotel een aantal statistieken. De kans op succes was het grootst als ze – bal op de stip – niet hun rug naar het doel toe draaiden, maar zicht hielden op de keeper bij het achteruit lopen. Een momentje voor jezelf, noemde Pauw het.

Hoogendijk heeft er bij haar beslissende penalty in de kwartfinale veel aan gehad, zegt ze. Terwijl de Française voor haar een strafschop nam, bereidde zij zich mentaal voor op de hare. „Focus, focus, focus, zei ik tegen mezelf. Je gaat dit gewoon afmaken. Ik legde hem neer en schoot hem erin.”

Veel van Pauws aanpak zal de gemiddelde tv-kijker zijn ontgaan. Maar één ding maakte de tongen los: haar verdedigende stijl. In het tweede groepsduel tegen Finland ‘verbood’ Pauw haar ploeg twintig minuten voor tijd – bij een 2-1 achterstand – om nog langer aan te vallen. De kans dat Nederland meer doelpunten zou weggeven, was volgens haar groter dan dat het team nog een keer zou scoren. „Een overbezorgde moeder”, noemde een buitenlandse verslaggever Pauw. Maar haar tactiek wierp wel vruchten af, want door de kleine nederlaag had de ploeg in de laatste groepswedstrijd tegen Denemarken genoeg aan een gelijkspel om de kwartfinale te halen (Oranje won met 2-1).

„De meiden hebben nog niet het gogme voor de top”, zei Pauw na de wedstrijd. „En dus moet ik voor een strategie kiezen die past bij de individuele kwaliteiten van mijn spelers.”

De meeste spelers kunnen Pauws ingreep achteraf waarderen, al zorgde het destijds op het veld voor verwarring. „Met de wijsheid van nu moet je concluderen dat ze een mooi, tactisch spelletje speelde”, zegt Dyanne Bito. „Maar toen zag ik vooral tweestrijd. Sommige meiden wilden druk zetten, anderen vonden dat we moesten inzakken. Er klonk lichte paniek: wat doen we?”

In die tijd werd het vrouwenelftal nog vaker dan nu vergeleken met het mannenelftal, zegt Manon Melis. „En de mannen speelden verzorgd voetbal, hadden veel balbezit en waren altijd de betere. Een oneerlijke vergelijking, want wij vrouwen zaten nog niet bij de Europese top.”

Melis, Koster en Van de Ven staan nog met twee benen in het vrouwenvoetbal. Melis coacht jonge meiden bij Feyenoord, Koster is manager vrouwenvoetbal bij Ajax en Van de Ven manager vrouwenvoetbal bij de KNVB.

Daphne Koster (38), was verdediger, nu manager vrouwenvoetbal bij Ajax. Hier is ze in duel met de Franse Gaetane Thiney tijdens de kwartfinale van het EK in 2009. AP Photo/Matthias Schrader

Tandarts-assistent

Hoogendijk zou je de free spirit van het gezelschap kunnen noemen. Een tijdlang gold zij als het gezicht van het vrouwenvoetbal. Media pikten haar er altijd uit, ook nadat zij in 2017 een punt had gezet achter haar carrière. Ze werd gevraagd voor het tv-programma Expeditie Robinson, een kookprogramma, een column in het AD, analyses bij Veronica en de NOS en – deze WK-zomer – bij Pauw en de NOS.

Annemieke Kiesel-Griffioen ontdekte dat zij niet in de wieg is gelegd voor het trainerschap – ze verbrak in 2015 haar contract met Duisburg wegens stressklachten – en geniet nu van haar baby en kleuter. Komende zomer gaat ze aan de slag bij VIA VVV, de maatschappelijke stichting van voetbalclub VVV-Venlo. Manoe Meulen werkt op de administratie van een vrachtwagenbedrijf. Petra Hogewoning vond een baan in de gehandicaptenzorg. Sylvia Smit (32) is tandarts-assistent, en volgt opleidingen in de hoop ooit trainer van een KNVB-jeugdteam te worden. Dyanne Bito wisselt haar werk bij de alarmcentrale af met een bijbaan bij het vrouwenelftal onder 17, waar ze kleding en materialen verzorgt.

Veel spelers vragen zich af wat er met Karin Stevens is gebeurd, ooit de beste spits van Nederland. Ze had tijdens het EK veel last van een schouderblessure, maar speelde door met pijnstillers. Daarna raakte zij vrij snel uit beeld.

Dat Stevens moeilijk op te sporen is, heeft mede met haar naamsverandering te maken. Sinds een paar jaar heet ze Stevie Malagrida, vertelt de voormalig topscorer van de Eredivisie. Ze leed onder haar blessures, „viel in een gat” en verzuimde zich volledig op haar herstel te richten. „Hartstikke stom”, maar ze hield er geen slecht gevoel aan over. „Ik had er zelf invloed op.”

Tegenwoordig werkt Malagrida (28) met mensen met ernstige gedragsproblemen. Ze wil niet voortdurend met voetbal geassocieerd worden, zegt ze, en haar naamsveradering helpt daarbij. „Ik ben trots op mijn prestaties, wil er best over praten, maar heb dat hoofdstuk afgesloten.”

Bondscoach Vera Pauw tijdens de interland Nederland - Polen.ANP/Vinden Jannink

Verwachtingen temperen

Hoe Nederland het op het WK gaat doen, durft Loes Geurts niet te voorspellen. Ze vindt het „superjammer” dat ze geen eerste keeper is – Sari van Veenendaal kreeg de voorkeur – maar haar wereld valt niet in duigen. Sinds zij in 2017 een half jaar vrij nam om de banden met haar familie en vrienden aan te halen, staat zij relaxter in het leven. „Keepen op het WK zie ik als een bonus op mijn carrière”, zegt ze. „Ik eis tegenwoordig wat minder van mezelf en kan meer genieten. Ik zal alles geven in Frankrijk, maar voetbal is niet meer het belangrijkste in mijn leven.”

Sommige spelers – zoals Melis – zijn ervan overtuigd dat Nederland ver komt op het WK. Anderen temperen de verwachtingen. Hoogendijk: „Ik zie Nederland niet als een van de grote kanshebbers – het vertoonde spel was de afgelopen maanden soms zorgelijk – maar de kwartfinale moet zeker lukken”.

Veel zal volgens haar afhangen van de groepsdynamiek. Spelers die na het EK van 2017 tot sterren uitgroeiden, moeten wennen aan hun nieuwe status. De een geniet ervan, de ander heeft er moeite mee. Trouwe krachten vinden het moeilijk dat ze niet herkend worden. „De meiden zijn in gevecht met zichzelf”, zegt Hoogendijk, „terwijl alle neuzen nu snel dezelfde kant op moeten”.

Na de EK-zege is er veel veranderd, zegt Koster: meer media-aandacht, meer commerciële aandacht, meer kijkers, meer status. „Op basis van kwaliteit kan Oranje de halve finale halen. Maar kennen spelers hun rol niet, en worden randzaken belangrijk, dan gaat het fout.”

Hoe ver de ploeg ook reikt, de echte winst is tien jaar na ‘Finland’ al geboekt. „Toen gingen we voor het resultaat, niet voor het mooie voetbal”, zegt Geurts. „We zijn nu zo ver dat we elke wedstrijd willen laten zien wat we kunnen. Geen international werkt of studeert meer omdat het moet. We trainen en zorgen voor ons lichaam. That’s it. Dat was tien jaar geleden ondenkbaar.”