Groten-index S&P heeft er een ‘schoon’ broertje bij

Verantwoord Beleggen De aandacht van beleggers voor milieu en goed bestuur groeit. Er is nu ook een ‘verantwoorde’ index. Veel bedrijven halen die niet.

Beleggen in een van de bekendste indices ter wereld, de Standard & Poor’s 500, waarbij je tegelijk rekening houdt met milieu, werkomstandigheden en goed bestuur: het is een wens die steeds sterker leeft onder veel grote, met name Europese beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeraars. Ze willen zich committeren aan maatschappelijke waarden die voor hun klanten belangrijk zijn, maar zonder dat ze zelf complexe databestanden moeten doorwerken om elk individueel bedrijf te wegen, en het liefst ook zonder dat ze meer risico lopen met hun belegd vermogen. En, o ja: het zou helemaal fijn zijn als die beleggingen in maatschappelijk verantwoorde bedrijven nog steeds een behoorlijk rendement opleveren.

Tot voor kort was deze manier van indexbeleggen via bijvoorbeeld Exchange Traded Funds – fondsen die de indices volgen – nagenoeg onmogelijk. Weliswaar zijn steeds meer data beschikbaar over de duurzaamheid van bedrijven, of de mate waarin ze zich houden aan de duurzame VN-doelen, maar makkelijk en ‘passief’ beleggen in een index die hier allemaal al rekening mee houdt, kon tot voor kort niet. Vermogensbeheerder Blackrock maakte in maart dit jaar met FTSE Russell, een concurrent van S&P, een speciale index voor het Pensioenfonds Detailhandel, maar echt groot wilde het duurzaam indexbeleggen nog niet worden.

Tot vorige maand. De S&P 500, de index die sinds 1957 is samengesteld uit de 500 grootste Amerikaanse bedrijven, heeft er sinds april een duurzaam broertje bij. Formeel heet die de S&P 500 ESG Index, waarbij ESG staat voor Environment, Social en Governance, de in beleggersland populaire afkorting voor een weging van milieu, sociale aspecten en goed bestuur.

Evident ‘slecht’

Reid Steadman, hoofd van de wereldwijde ESG-afdeling van S&P, was deze week op Europese tournee om beleggers te interesseren voor de nieuwe index. Steadman komt uit Alaska en heeft naar eigen zeggen de klimaatverandering aan den lijve ervaren: hij heeft gletsjers zien smelten en zag in 1986 de Exxon Valdez voor de kust van Alaska vergaan. „Exxon betaalde twee miljard dollar voor de schoonmaak van de kustlijn. Dat werd toen gezien als voldoende. Maar deze tijd vraagt om veel structureler duurzaam beleid, ook in beleggen”, aldus Steadman.

Na intensief overleg met klanten en samen met UBS vermogensbeheer nam S&P een aantal stappen. „Eerst hebben we de 500 bedrijven die in de S&P 500 zitten op een rij gezet en er een aantal evident ‘slechte’ sectoren uitgegooid. Denk aan tabak en kernwapens. Ook zijn bedrijven verwijderd die niet voldoen aan de Global Compact-doelstellingen van de VN op het gebied van mensenrechten, arbeidsomstandigheden, milieu en anticorruptie.”

Daarmee verdwenen iconen als Boeing, Lockheed Martin en Philip Morris uit de lijst, maar ook beleggingsgigant Berkshire Hathaway (van Warren Buffett) en Netflix.

„Vervolgens hebben we per industrie gekeken welke bedrijven goed scoorden en welke relatief slecht. De onderste 25 procent per bedrijfstak hebben we er ook uit gegooid.”

Ten slotte maakte S&P een selectieronde op basis van gegevens van de Zwitserse duurzaamheidsbeoordelaar SAM, waarbij per branche alleen de bovenste 75 procent van de bedrijven toegang kreeg tot de nieuwe index. Dat leidde tot het schrappen van nog eens 122 bedrijven, waaronder Googles moederbedrijf Alphabet en farmaceut Johnson & Johnson.

Lees ook over de groene ambities van financiële instellingen: De vijftig tinten groen van het duurzame beleggen

Per saldo verdwenen op deze manier 184 van de 500 bedrijven uit de lijst, terwijl de index min of meer dezelfde beleggingsrisico’s en rendementen kent als de niet-duurzame grote broer. Eigenlijk zou de index dus de ‘S&P 316 ESG Index’ moeten heten. Steadman toont een grafiek die laat zien dat de nieuwe index zich, op een marge van 1 procent na, exact hetzelfde gedraagt als de traditionele S&P 500-index. „Ik geef geen garanties, want beleggen blijft natuurlijk ook risico’s nemen, maar tot nu toe doet de duurzame index wat hij zou moeten doen”, zegt hij.

Nieuwe normaal

ESG-beleggingen zijn populair, maar er wordt veel en fel gedebatteerd over de ‘hardheid’ van de cijfers. Zo zou niet goed controleerbaar zijn hoe groen een bedrijf echt is, en hanteren de diverse beoordelaars – naast SAM bijvoorbeeld ook Sustainalytics – verschillende methodes, waardoor een bedrijf bij de één een hoge en bij de ander een lage ESG-score haalt. Steadman: „ESG is nog jong, we staan aan het begin van het begrijpen van de waarde daarvan. Onze index is een moving target, en dat is bewust. Wij blijven kijken naar hoe bedrijven presteren en passen de index daarop aan.”

Volgens beheerder UBS werd duurzaam beleggen „tot voor kort nog gezien als een niche, maar is het steeds meer mainstream geworden”. Sinds de S&P 500 ESG in april begon, is het belegd vermogen gegroeid tot 30 miljoen dollar. Wereldwijd werd in 2018 voor 31.000 miljard dollar duurzaam verantwoord belegd in onder meer ESG-fondsen. „Wij verwachten dat het belegd vermogen in dit fonds de komende tijd verder groeit”, aldus een woordvoerder van UBS.

Gaat de duurzame index de ouwe S&P 500 uiteindelijk uit de markt duwen als ESG-beleggen het nieuwe normaal wordt? Reid Steadman is hier tamelijk helder over: „De S&P 500 is here to stay.