Onderzoeker Maurits van Selms: „Ik denk dat zingen helemaal niet erg belastend is voor kaak of kauwspieren.”

Foto Roger Cremers

Onderzoeker zo lang het nog gaat

Maurits van Selms, onderzoeker en universitair docent Het wetenschappelijk onderzoek geeft Maurits van Selms de energie die hij nodig heeft om met zijn ziekte ALS om te gaan.

De aandoening heeft een naam waar je je tong over breekt: temporomandibulaire disfunctie, TMD. Maar de klachten die erdoor veroorzaakt kunnen worden zijn alledaags: pijn in de kauwspieren, pijn in het kaakgewricht, knappende of schurende geluiden bij het bewegen, niet goed kunnen openen van de mond. Je kunt er ook hoofdpijn van krijgen, of oorpijn, of pijn in de nek. Op jaarbasis heeft 3 tot 4 procent van de volwassenen met TMD-pijn te maken.

Een veelgenoemde oorzaak is verkeerd of overmatig gebruik van het kauwstelsel, wat weer kan samenhangen met stress. Tandenknarsen, klemmen met de kaken, heel veel kauwgom kauwen, bijten en knagen op van alles en nog wat. En zingen? In een koor of als solist? Kun je daar ook TMD-pijn krijgen? Je gebruikt de hele tijd je keel en je mond, er worden hoge eisen aan je gesteld en de competitie met andere zangers kan moordend zijn. „Je zou dus denken van wel”, zegt Maurits van Selms. „Je leest het in publicaties over TMD. Maar die aanname is niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Er is alleen anekdotisch bewijs dat zangers relatief vaak klachten zouden hebben. En dat is dus” – hij probeert te glimlachen – „geen bewijs.”

Van Selms heeft ALS, een aandoening van het zenuwstelsel die leidt tot algehele verlamming en de dood, meestal binnen een paar jaar. Maar daar gaat het nu niet over. Hij is, zolang het hem nog lukt, onderzoeker en universitair docent aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Hij heeft uitgezocht hoe het zit met zangers en TMD-klachten: 1.500 musici bij 50 muziekensembles vulden een vragenlijst in, de zangers werden gescheiden van degenen die hun kauwstelsel tijdens het spelen niet belasten (controlegroep), en vervolgens werd er statistiek op losgelaten. Hij is tot deze conclusie gekomen: nee, zangers hebben niet vaker TMD-klachten dan niet-zangers. Zijn artikel hierover is gepubliceerd in het meinummer van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde.

Kaakgewrichtsgeluiden

Daar staat in dat 21,9 procent van de zangers TMD-pijn rapporteerde tegenover 12 procent van de controles. En 19,6 procent van de zangers zei last te hebben van kaakgewrichtsgeluiden tegenover 14,8 procent van de controles. Maar die verschillen vielen weg na correctie voor leeftijd en geslacht. Pijn die wordt veroorzaakt door temporomandibulaire disfunctie komt namelijk veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, doorgaans 80 tegen 20 procent. En vrouwen tussen de 35 en de 44 jaar hebben er het meeste last van. Precies die groep was oververtegenwoordigd onder de zangers die aan het onderzoek meededen.

Verbaast Van Selms zich over de uitkomst? „Helemaal niet”, zegt hij. „Het was precies wat ik had verwacht.” Hij heeft zelf lang contrabas gespeeld in een studentenorkest, tot zijn vingers zich niet meer lieten aansturen en hij moest stoppen, nu bijna vijftien jaar geleden. En hij had lang een vriendin die zangeres was. „Zingen is zoiets natuurlijks”, zegt hij. „Het is net als praten. Je doet als je zingt ook geen rare of onnatuurlijke dingen met je mond. En het is fijn om te zingen. Er komen endorfines bij vrij die eventuele pijn onderdrukken. Ik denk dat zingen gewoon helemaal niet erg belastend is voor de kaak of de kauwspieren.”

Klimvakantie in de Alpen

Hij zou tandarts geworden zijn als hij geen ALS had gekregen. Hij heeft een zeer langzame variant, waardoor er sinds de diagnose al meer dan twintig jaar verstreken zijn. In de zomer van 1997 struikelde hij net iets te vaak tijdens een klimvakantie in de Alpen. Het jaar daarop kreeg hij steeds meer moeite met het uitvoeren van tandheelkundige handelingen als mondhygiënist. Dat was zijn bijbaan toen hij nog tandheelkunde studeerde. Op zijn drieëntwintigste zat er niets anders op dan dat hij zijn opleiding afbrak. Hij solliciteerde bij de afdeling Orofaciale Pijn en Disfunctie van het ACTA en ging promotieonderzoek doen naar myogene (van de spieren uitgaande) TMD-pijn.

Weet hij waarom vrouwen daar zoveel vaker last van hebben dan mannen? „Nee”, zegt hij. „Op die vraag hebben we nog steeds geen antwoord.” Hij heeft er wel ideeën over, waarover hij alleen voorzichtig iets wil zeggen, omdat hij door zijn ziekte geen patiënten kan behandelen en niet bij de wekelijkse patiëntenbesprekingen kan zijn. „Mijn kennis hierover heb ik van vakgenoten die wel patiënten behandelen.” Welke ideeën zijn het? „Dat mannen door stress misschien eerder hartklachten krijgen, terwijl vrouwen dan juist last krijgen van pijn in de schouder, de rug en de kaak.” Ja, heel onbevredigend. Want waarom is dat dan weer?

TMD-pijn bij vrouwen gaat ook nog eens vaak samen met migraine, nekpijn, (lage) rugpijn, pijn in de bindweefsels en de spieren, pijn die afkomstig is van de inwendige organen, en psychische problemen als somatiseren, depressie, angst om te bewegen en catastroferen (piekeren over de pijn en die daarmee erger maken). Het zal geen verbazing wekken dat de behandeling van patiënten met TMD-pijn die niet vanzelf overgaat (wat meestal wel gebeurt) multidisciplinair is: counseling (geruststellen, uitleg en advies geven), pijnstillende medicijnen voorschrijven, een bitje tegen het tandenknarsen aanmeten, fysiotherapie en psychologische behandeling. En dan is het ook nog eens zo dat TMD helemaal niet tot klachten hóéft te leiden. „Je hebt mensen die hun leven lang klemmen en knarsen en die toch nooit pijn hebben”, zegt Van Selms.

Houtblazers

De ALS heeft na ruim twintig jaar het halsgebied bereikt. Spreken lukt hem bijna niet meer. Sinds anderhalf jaar stottert hij ook en hij heeft geen idee waarom. „Het hoort niet bij mijn ziekte.” Maar hij blijft doorgaan met zijn werk en hij weet al waar zijn volgende artikel over zal gaan: musici (geen zangers) die hun mond of kaak gebruiken bij het spelen en de relatie met TMD-klachten. Bij violisten ziet hij ze niet, al hebben ze relatief vaak nek- en schouderklachten doordat ze hun viool onder hun kin moeten vastklemmen. Bij houtblazers ziet hij ze wel, die hebben relatief vaak pijn in hun kaken. „Maar wat veroorzaakt wat?”, zegt Van Selms. „Een hoboïst in een orkest is zeer goed hoorbaar en elke noot moet loepzuiver zijn. Dat kan enorm veel spanning geven.” En houtblazers zijn zich ook nog eens zeer bewust van de spieren waarmee ze spelen. Dezelfde spieren die TMD-klachten kunnen geven.