Nieuw tijdperk, nieuwe term: we moeten plantificeren

Wat eten we? We moeten meer eiwitten van plantaardige bronnen eten. Een kwestie van gerechten een beetje aanpassen.

In 2030 zou 60 procent van de eiwitten die we eten afkomstig moeten zijn van plantaardige bronnen en 40 procent van dierlijke bronnen. Dat schrijft althans het Voedingscentrum op haar website. Zover is het nu nog niet. Wie zich exact houdt aan de Schijf van Vijf, inclusief maximaal de geadviseerde hoeveelheid vlees van 500 gram per week, eet precies evenveel plantaardige als dierlijke eiwitten. 50/50 dus. Eet je geen of nauwelijks vlees, maar wel zuivel, ei en vis, dan kom je wel uit op die 40/60.

Gemiddeld halen Nederlanders op dit moment echter nog altijd 61 procent van hun eiwitten uit dierlijke bronnen en maar 39 procent uit plantaardige. Ofwel: ondanks de politieke ambities op het gebied van eiwittransitie, ondanks de royale media-aandacht voor vegetarisme en veganisme, ondanks het almaar groeiende aanbod aan vegavlees en ondanks stapels kookboeken gewijd aan peulvruchten, granen en groenten, leunen we voor onze dagelijkse spijs nog steeds teveel op dieren. Dat betekent werk aan de winkel voor het komend decennium. Plantificeren!

Plantificeren? Jazeker, nieuwe tijdperken vragen om nieuwe termen, en deze geeft precies aan wat ons te doen staat: ons dieet omvormen van overwegend dierlijk naar overwegend plantaardig. Simpeler gezegd: meer planten eten.

Toegegeven, ik ben niet helemaal objectief als het om plantificeren gaat. Ik gebruikte het woord vorig jaar voor het eerst hier in NRC, in de inleiding van een recept voor vegetarische bolognesesaus. Een bolognese is een klassieke vleessaus, in die van mij gingen linzen, ergo het was een geplantificeerde versie van het origineel. Toen ik onlangs zag dat de term werd overgenomen, heb ik het Instituut voor de Nederlandse Taal gevraagd of het eigenlijk al bestond. Nee dus. Maar nu wel.

Je hoeft geen hardcore veganist te worden

Dat is leuk natuurlijk, zo’n neologisme, maar dan moeten we het wel gaan gebruiken. Laat ik daarom goed proberen uit te leggen waar het voor staat. Plantificeren = een product, gerecht, maaltijd of dieet dat dierlijke eiwitten bevat omzetten in een (meer) plantaardige versie. In deze definitie is sojamelk dus geplantificeerde koeienmelk en een vegaburger een geplantificeerde vleesburger. Maar plantificeren is ook (vaker) veganistisch eten. Daarvoor hoef je dus geen hardcore veganist te worden. Je doet al aan plantificatie als je net iets minder vlees op tafel zet en in plaats daarvan groenten, noten, peulvruchten enzovoort.

Lees ook: Wat als we stoppen met vlees eten?

Eigenlijk is dat nog wel het fijnste aan dit nieuwe woord. Waar woorden als carnivoor en vegetariër/veganist ons dwingen in absolute termen te denken – en daarmee veel weerstand oproepen – biedt plantificeren ruimte voor een middenweg. Het is als zo’n schuifje op het mengpaneel van een dj; je kunt hem de ene dag wat meer de ene kant opschuiven en de volgende dag wat meer de andere. En dan, als het even kan, geleidelijk richting 40/60.