Tekening op basis van een foto die de Nederlandse ‘Helen’ (links) uit het Noord-Syrische kamp Al Hol aan haar vader stuurde. Niqaabs mochten de vrouwen later om veiligheidsredenen niet meer dragen van de Koerdische kampbewakers.

‘Ik wil mijn dochter terug uit Syrië’

Interview vader van uitreiziger ‘Helen’

Na vier jaar ‘kalifaat’ zit de dochter van Pieter in een Syrisch kamp. „Iemand die iets fout doet, verdient een tweede kans.”

Soms gloort er hoop. Pieter, vader van een van de vrouwelijke uitreizigers die vastzitten in het Syrisch vluchtelingenkamp Al Hol, veert op in zijn flat als uitlekt dat de onderhandelingen over de vrijlating van de vrouwen vorderen. Vorige week werd bekend dat de Irakese overheid aan Nederland heeft toegezegd dat uit de Noord-Syrische kampen de ongeveer tien Nederlandse vrouwen, onder wie zijn 25-jarige dochter, naar Erbil, Noord-Irak mogen reizen. Vanuit het Nederlandse consulaat daar kunnen de vrouwen naar Nederland worden overgebracht. Het wachten is op Koerdische medewerking aan de uittocht.

Op veel andere momenten overheersen juist weer angst en onzekerheid bij Pieter (om zijn privacy te beschermen wil hij niet met zijn achternaam in de krant). Bijvoorbeeld als hij hoort over IS-vrouwen uit Arabische landen die westerse ‘afvalligen’ zonder niqaab in het kamp – zoals zijn dochter – belagen; Koerdische kampbewakers schoten in april vier van de fanatici dood. Of toen in januari een Nederlandse moeder van twee kleine kinderen door ziekte en honger overleed in een van de kampen. „Dat laat zien hoe zwaar de omstandigheden daar zijn”, aldus Pieter.

„Ik wil mijn dochter terug”, zegt hij, zittend op het hoekje van een bank in de sober ingerichte woonkamer van zijn flat. Daar is het leeg geworden sinds zijn dochter (een van de drie kinderen van de gescheiden man) in 2015 van het ene op het andere moment verdween. De toen 20-jarige had zich een jaar daarvoor bekeerd tot de islam, en diverse huiskamerbijeenkomsten met islamitische predikers bezocht. Dat deed ze samen met een van haar vriendinnen, Laura H., ook een bekeerling en inmiddels Nederlands bekendste uitreizigster. Kort na de bloedige aanslag in Parijs op de redactie van Charlie Hebdo in januari 2015 verdween Pieters dochter naar het ‘land van de ware islam’. Laura volgde niet veel later.

Pieter heeft ingestemd met een gesprek met NRC omdat hij graag wil uitleggen welke keuzes iemand maakt die meer dan vier jaar in het kalifaat woonde en de strijd overleefde. „Daarbij ben ik als vader natuurlijk bevooroordeeld.” Zijn dochter werkt op advies van haar advocaat niet mee.

Veel mensen zullen denken: daar heb je weer een ouder met een verhaal over zijn zielige kind.

„Die mensen zullen er zeker zijn. En zo’n reactie begrijp ik ook nog. Laatst zei iemand tegen me: ‘Laat ze toch daar! Als ze terugkomen, gaan ze hier meteen aanslagen plegen.’ Er bestaat veel wantrouwen tegen Syriëgangers. Maar de rechter heeft in januari gezegd dat de Nederlandse staat meer moet doen om uitreizigers terug te halen. Daarbij accepteert mijn dochter volkomen dat ze naar de gevangenis moet en zich voor de rechter moet verantwoorden.”

In de boekenkast van Pieter, een van de weinige meubels in de huiskamer, ligt het boek Laura H., Het kalifaat-meisje uit Zoetermeer van NRC-redacteur Thomas Rueb. Pieter heeft het een tijd lang niet kunnen lezen. „Het bracht te veel herinneringen boven.” Zijn dochter, die in het boek de gefingeerde naam ‘Helen’ heeft, komt er als vriendin van Laura H. veelvuldig in voor, hijzelf ook. Sinds Pieter weer geregeld contact heeft met zijn dochter, durfde hij het aan het boek uit te lezen.

Halverwege mei 2015, zo schrijft Rueb, krijgt de bekeerde Laura H. een WhatsApp-berichtje. Ze staat dan in haar Zoetermeerse huis af te wassen. Laura herkent het nummer niet, wel de naam. ‘Helen’ appt haar een vredegroet: „Assalumu alaykum zuster.”

Helen liep anderhalf jaar eerder nog met Laura door het centrum van Zoetermeer. Gehuld in zwarte niqaabs trokken de twee nogal wat aandacht. Een paar maanden nadat Helen via Turkije naar Syrië was vertrokken, trouwde ze met een Nederlands-Marokkaanse man (Ibrahim). Laura, die ook droomt over uitreizen, samen met haar man (eveneens Ibrahim geheten), vraagt haar vriendin: „Hoe is het daar?” Helen antwoordt: „Het is gemakkelijker als je getrouwd bent. Maar vrouwen worden goed opgevangen.” Laura: „Zorg dat je mij niet vergeet. Er komt een dag dat ik je inshallah nodig zal hebben.”

Ze hebben het ook over de man van Laura. Ibrahim slaat zijn jonge vrouw regelmatig in elkaar. Helen heeft haar echtgenoot gevraagd wat die daarvan vindt. „Hij zegt,” appt Helen, „dat dat hier niet zomaar kan gebeuren.” Laura: „Wat een opluchting om dat te weten.” Twee maanden later, in juli 2015, vertrekken Laura en Ibrahim ook naar het kalifaat.

Er bestaat veel wantrouwen tegen Syriëgangers

Uw dochter moedigde haar vriendin Laura aan om naar Syrië te komen. Dat lijkt op ronselen.

Pieter: „Ik zie dat niet als ronselen. Laura wilde al naar Syrië, en voerde vanuit Nederland via WhatsApp een gesprek met haar vriendin, mijn dochter, in de sfeer van: hoe is het er, als ik daar kom, als ik daar met mijn man heen ga? Mijn dochter zit daar dan al een paar maanden. Ze legt uit hoe het gaat binnen het kalifaat. Dat is nuttig voor Laura, want daaruit blijkt bijvoorbeeld dat het beeld van IS’ers die bij het minste of geringste vrouwen verrot slaan, niet klopt. Vrouwen hebben daar ook rechten. Je kunt scheiden, als je als vrouw door je man wordt mishandeld. Dat is ook gebleken, want Laura is na haar komst naar Syrië met mijn dochter naar de rechtbank gegaan voor een scheiding. Dat bleek overigens in de praktijk toch nog best lastig te regelen.”

Ze had ook tegen Laura kunnen zeggen: ‘Kom niet, het is verschrikkelijk hier’.

„Dat was nogal riskant geweest. Voor je het weet, komt iemand van IS erachter. Bovendien: mijn dochter zat er net drie maanden toen ze dat appte. Ze had net een Nederlands-Marokkaanse jongen leren kennen die goed voor haar was. Die twee waren hartstikke verliefd. Ze dacht: het gaat allemaal lukken, het is een leuke man, ik ga proberen zwanger te worden, een gezin stichten, een huishouden draaiende houden. Geen wonder dat je dan positief bent.”

In 2016 probeerde uw dochter via Facebook een Nederlandse vrouw te interesseren om naar Syrië te komen. Het lukte haar zelf namelijk niet om zwanger te raken, en ze hoopte een vrouw voor haar echtgenoot te vinden die dat wel lukte. Dat lijkt opnieuw op ronselen.

„Ik ben natuurlijk bevooroordeeld als vader, maar ook dat vind ik geen ronselen. Dat gebeurde daar namelijk meer: vrouwen die zelf geen kinderen konden krijgen en dan op zoek gingen naar iemand met wie ze overweg konden die alsnog hun man een kind zou kunnen geven. Ze zochten Facebookgroepen af van meisjes die naar Syrië wilden komen, omdat het kalifaat een aantrekkingskracht op hen uitoefende. Mijn dochter reageerde op hun vragen. Dat is toch echt wat anders dan zeggen: ik ga via Facebook zoveel mogelijk meisjes in Nederland voor het kalifaat werven. Ik ga de ideologie van IS verspreiden, propagandafilmpjes versturen, et cetera.”

Blijkens het boek van Rueb, ging uw dochter in 2016 vrijwillig in een villa wonen van een Syrische arts. Die verbleef eerst een tijdje als vluchteling in Duitsland, maar kwam daarna uit enthousiasme voor het kalifaat naar Mosul. IS gaf hem de villa uit dank voor zijn terugkeer. Uw dochter maakte gebruik van dat huis. Waarom?

„Ze zat er tijdelijk, om Laura te helpen die op de vlucht was voor haar echtgenoot. Zie het als een soort blijf-van-mijn-lijf-huis; het waren een soort vrouwenhuizen die IS wel vaker had voor vrouwen die net waren aangekomen. Het was een tussenstop, meer niet. Je gaat roeien met de riemen die je hebt als je een vriendin op de vlucht wilt helpen.

„Naar aanleiding van dit soort dingen dacht ik overigens wel eens: wie heeft er eigenlijk vóór de komst van die Syrische arts in dat huis gewoond? Van wie is het afgepakt? Ik moest begin mei aan de Tweede Wereldoorlog denken, toen zulke dingen ook gebeurden, en huizen van joden werden afgepakt. Aan de andere kant: ik ben ook steeds meer in grijze kleuren gaan denken. Zo zag ik laatst op de tv dat er discussie was over twee SS’ers die op de lijst van verzetshelden stonden. Aanvankelijk reageerde ik daar fel op. Mijn onderbuik zei: die SS’ers onmiddellijk van die lijst halen. Later hoorde ik de andere kant van het verhaal. Die jongens was door de Duitsers een bepaald positief beeld voorgespiegeld: zo moet het, dat is de goede weg. Dus die jongens sloten zich aan, kwamen er al snel achter dat ze misleid waren, zijn teruggekeerd en in het verzet gegaan. En daarin omgekomen. Toen dacht ik, laat die namen toch maar op de lijst van verzetsstrijders staan. Daar moest ik in verband met mijn dochter aan denken. Ik zag een overeenkomst.”

Lees ook de recensie van Laura H.: een uniek, onthutsend en gedetailleerd verslag over de hopeloosheid van het bestaan in het IS-kalifaat

Met een verschil: uw dochter is het kalifaat gebleven, na een mislukte ontsnappingspoging met Laura – die het later wel lukte te ontsnappen.

„Ja, daar is moed voor nodig. Die moed is mijn dochter in de schoenen gezonken toen die ontsnappingspoging in 2016 met Laura was mislukt. ‘Het gaat me niet meer lukken, pap’ , appte ze me toen. ‘Ik ga maar terug naar Deir Al Zor in Syrië.’ Ze schakelde over op de overlevingsmodus, probeerde niet op te vallen, bewoog zich tactisch, als een slang door het woestijnzand.

„Overigens was er een belangrijk verschil tussen Laura en mijn dochter: Laura wilde ook weg omdat haar man haar zwaar mishandelde. De man van mijn dochter, die uiteindelijk is omgekomen in de strijd, was juist goed voor haar.”

Als Laura een nieuw ontsnappingsplan maakt, haakt uw dochter af. Ze zegt: Inshallah, dan word ik maar snel shahid (martelaar). Omarmde zij de doodscultus van IS?

„Nee, daarmee uitte ze het verdriet over haar man, Ibrahim. Hij was kort daarvoor omgekomen. Ze hield veel van hem. ‘Misschien moet ik dan ook maar dood’, dacht ze toen. Dan kan ik naar hem toe. Ze bedoelde niet dat ze bijvoorbeeld een bomgordel tot ontploffing wilde brengen, maar hield er rekening mee dat ze later ook zou omkomen, bijvoorbeeld bij een bombardement. Ik heb als vader overigens zelf ook vaak genoeg gedacht: ‘Als mijn dochter het daar in Syrië niet redt, ga ik zelf liever ook dood.’”

Na vier jaar leek uw dochter behoorlijk geïntegreerd in het kalifaat. Waarom zou Nederland haar terugnemen?

„Ik vind dat iemand die iets fout doet, een tweede kans verdient. Als ik gevangenisstraf krijg, en boete heb gedaan, dan ga ik ervan uit dat ik van de samenleving een tweede kans krijg. Dan heb ik mijn schuld terugbetaald. Ook mijn dochter moet boete doen. Ze heeft een grote fout gemaakt. IS is slecht, een kankergezwel, dat vindt ze inmiddels zelf ook. Daarvoor moet ze boeten, maar daarna verdient ze een tweede kans.

„Verder wilde ze in december 2016 samen met Laura uit het kalifaat vluchten. Dat geeft aan dat ze afstand van het kalifaat wilde nemen. Ook het feit dat ze zich in januari bij Baghouz heeft overgegeven aan de Koerden en naar kamp Al Hol is gegaan, laat dat zien. Hoe dat precies is gebeurd, weet ik niet.”

Ik zei: ‘Mijn dochter vraagt geld. Dat ga ik haar sturen

Eind vorig jaar heeft u uw dochter geld gestuurd om uit Baghouz weg te komen. Dat kan worden gezien als het financieren van IS. Daarvoor zijn in Nederland mensen veroordeeld.

„Klopt, maar hoe gaat zoiets? Mijn dochter appte eind vorig jaar: pap, het wordt nu echt gevaarlijk. Ik wil hier weg, samen met een ander meisje. We hebben iemand gevonden die bereid is ons weg te rijden, maar dan moet er snel 400 dollar betaald worden. Via Western Union Bank moest dat geld naar een contactpersoon in Istanbul worden overgemaakt. Ik zei: je weet dat ik hiervoor gepakt kan worden. Als ik geld stuur, help ik IS. Dat is heel riskant, daar zijn inderdaad mensen voor veroordeeld, maar ik ga het toch doen. Ik zit in de bijstand, maar heb toch die vierhonderd dollar bij elkaar kunnen sprokkelen. Daarna ben ik op een vrijdagavond naar een filiaal van Western Union op het NS-station gegaan.

„Wel heb ik de politie en het ministerie van Buitenlandse Zaken op de hoogte gesteld. Ik zei: ‘Mijn dochter vraagt geld. Dat ga ik haar sturen. Hier heb je mijn polsen. Sla me maar in de boeien, maar ik ga het doen’. De politie deed vervolgens niks. Twee dagen later kregen we een appje dat er iets niet goed was gegaan met het geld. Het was niet bij mijn dochter aangekomen. Ik moest met spoed naar Western Union op het station gaan om te kijken of het geld nog ergens was. Maar die vierhonderd dollar waren toen al weggehaald. Foetsie. Niemand heeft het geld meer kunnen achterhalen.”

Lees ook: Laura H. is de bekendste Syriëganger van Nederland. Thomas Rueb sprak met haar en reconstrueerde haar verhaal

Vier jaar lang woonde uw dochter in het kalifaat, dat zeer bloedige aanslagen tegen het Westen uitvoerde en een massaslachting aanrichtte onder de yezidi’s. Straks komt ze misschien terug. Hoe kan zij het wantrouwen in Nederland tegen Syriëgangers verkleinen?

„Sommige uitreizigers geven na hun straf lezingen om te vertellen over hun ervaringen, en als waarschuwing tegen andere moslims. Dat zie ik, eerlijk gezegd, mijn dochter niet doen. Want dan beleef je alles opnieuw. Wat mijzelf vertrouwen geeft, en ik hoop ook de Nederlandse samenleving, is dat ze alweer aan het dromen is over een opleiding. Ze heeft voor haar vertrek in Leiden het diploma voor schoonheidsspecialiste gehaald. In die tijd was ze ook enthousiast taarten aan het bakken, op buurtfeestjes hier in de wijk. Dat is ze in Syrië blijven doen. Eenmaal terug in Nederland wil ze een bakkersopleiding volgen, en daarmee een normaal leven oppakken. Laura H. laat zien dat dat echt kan. Die kwam na haar gevangenisstraf vrij, en volgt ook een opleiding. Het gaat nu goed met haar.”

Ziet u uw dochter terug?

„Af en toe fantaseer ik erover. Vannacht ook. In aanloop naar dit gesprek heb ik bijna niet geslapen. Ik denk dat mijn dochter terug gaat komen, maar dat het zomaar nog een paar maanden kan duren.”