Esteban Chaves was ziek, vocht terug, en klom weer als vanouds

Ronde van Italië De negentiende etappe was voor een uitzinnige Esteban Chaves, die een jaar lang geveld was door de Ziekte van Pfeiffer.

Esteban Chaves wint de negentiende etappe in de Giro.
Esteban Chaves wint de negentiende etappe in de Giro. Foto Luk Benies/AFP

Met het zicht op de finishboog laat hij zijn stuur los, en gaat hij er eens goed voor zitten. Hij zucht, recht zijn rug, laat zijn schouders langs zijn lijf hangen. Er wapperen Colombiaanse vlaggen aan weerszijden van de weg naar skioord San Martino di Castrozza, in de Dolomieten. Hij grijnst zijn tanden bloot, niet veel wielrenners hebben een aanstekelijkere glimlach dan hij, de fietser met het gelaat van een brugklasser.

Hij neemt tijd voor een kruisje van dank, de vingers naar de borst, de buik, de linker- en rechterschouder – de tegenstand is al lang murw gebeukt na de zoveelste versnelling van venijn. Dan, bij het passeren van de witte lijn, trekt het voorbije jaar in een fractie van een tel aan hem voorbij.

Esteban Chaves (29), in 2016 nog dé wielerbelofte van Colombia na zijn tweede plek in de Giro, was na ritwinst op de Etna vorig jaar geen schim meer van zichzelf. De Ziekte van Pfeiffer had zijn lichaam dermate verzwakt dat ademhalen al moeite kostte. Hij kon niets meer, twijfelde of het ooit nog wel goed zou komen, maar vocht zich in de anonimiteit heel langzaam terug naar het front. Woensdag, in de zeventiende etappe, was het al bijna zover. Toen werd hij tweede, achter een Fransman, Nans Peters, die ver boven zichzelf uitstak.

Opgekropte emotie

Nu heeft hij ze vrijdag dan eindelijk weer allemaal te grazen, in de voorlaatste bergetappe. Wat heeft hij er aardedonkere krochten voor moeten afdalen. Maar dat is voorbij. Als dat besef binnensijpelt, heeft Chaves over zijn lichaam geen controle. Hij balt twee vuisten op schouderbreedte, en schreeuwt het uit. Het moet een oerkreet van jewelste zijn, zijn lichaam beeft er van, alsof hij de laatste zieke cellen aan de wind meegeeft. Nog eens, alle opgekropte emotie vindt een uitweg in drie ademstoten.

Vijftig meter verderop staan zijn ouders. Als ze hun zoon in het zicht krijgen, moeten ze door de organisatie worden tegenhouden. Uitgerekend deze vrijdag zijn ze naar Italië afgereisd. Als geen ander weten ze wat hun jongen heeft moeten doorstaan. In een ooghoek ziet hij ze staan, en hij vliegt ze in de armen. Ze huilen gedrieën. „Deze klim was als het leven”, zegt Chaves na afloop, met tranen in zijn ogen. „Je moet altijd blijven vechten.”