Hij schreef over gewone Noord-Koreanen

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Noord-Korea-correspondent Eric Talmadge (1962-2019)

AP Photo/Wong Maye-E

In Noord-Korea rijden zo weinig auto’s dat wanneer er eens eentje langs zoeft, politieagenten en militairen in de houding schieten en het voertuig salueren. In zo’n luxetransportmiddel moet immers wel een hoge pief zitten. Zo werd journalist Eric Talmadge in de zes jaar dat hij door het land reed, door tal van soldaten gesalueerd, als Amerikaan nog wel, in Noord-Korea staatsvijand nummer één. Ze moesten eens weten. Vorige maand overleed Talmadge op 57-jarige leeftijd in Tokio aan een hartaanval.

Talmadge was de enige westerse journalist die semi-permanent verslag deed vanuit Noord-Korea. In 2013 nam hij de leiding over van het hoofdkantoor van persbureau Associated Press (AP) in Pyongyang, tot voor kort het enige westerse medium met een bureau in Noord-Korea. Talmadge wist wat hij wilde doen: niet zozeer kernproeven en propaganda analyseren, maar zijn aanwezigheid in het communistische land gebruiken om de levens, gedachten en verlangens van gewone Noord-Koreanen te tonen.

Vermoedelijk bereikte hij meer mensen via zijn fotokanaal op Instagram dan met zijn gedetailleerde reportages voor AP. De journalist plaatste beelden van burgers die aan het strand mosselen bakten op brandende benzine, van fabrieken voor zeep en kimchi in Pyongyang en van kapperszaken en ontharingssalons. Talmadge berichtte ook graag over het eten dat hij aantrof in het land, van Koreaanse pannenkoek en lokale vissoep tot junk food en hondenvlees. Zijn populairste video, met meer dan een miljoen weergaven, toont Noord-Koreanen reizend via de diepste metrolijn ter wereld. Het gewone leven dus, met daarin uiteraard ook veel foto’s van marcherende militairen en van mensenmassa’s voor standbeelden van de Kim-dynastie – dat hoort erbij in Noord-Korea.

AP Photo/Kim Kwang Hyon

Het gewone Noord-Koreaanse leven maakt ook de hoofdmoot uit van Talmadges geschreven werk, dat zich kenmerkt door droge humor. Hij schreef een reportage over een winkelcentrum waarin behalve grote flatscreens en energy drink, ook struisvogelhuid en ‘neo-Viagra’ werd verkocht. Hij bezocht een worstenfabriek en ’s wereld grootste nooit in gebruik genomen gebouw (een hotel van 105 verdiepingen). Ook beschreef hij kleine culturele veranderingen, zoals de opkomst van een Noord-Koreaanse K-popband en van hippe sneakers.

„Ik ben er verrast en op zekere manier gerustgesteld, om te zien hoe gewone Noord-Koreanen geven om dezelfde zaken als iedereen: hun familie, hun financiën, hun gezondheid en hun vrienden”, zei hij in 2015.

De keuze van AP om een kantoor in Pyongyang te openen heeft de afgelopen jaren tot enige kritiek geleid. Zo stelde de specialistische website NKNews dat AP vanuit Pyongyang bewust vrijwel niet bericht over Kim Jong-un, dat de Noord-Koreanen met wie AP werkt worden ‘aangeleverd’ door de staat en dat exclusieve interviews met Amerikaanse politieke gevangenen niet gepubliceerd werden – om het regime niet tegen de schenen te schoppen. AP bevestigde dat ze werken met Noord-Koreaanse ‘journalisten’, aangezien dat verplicht is in het land. Het persbureau ontkent echter staatspropaganda of feitelijke onjuistheden te hebben doorgegeven vanuit Pyongyang. Talmadge merkte op dat hij kon opschrijven wat hij wilde en dat geen enkel artikel van hem ooit werd gescreend door een censor.

AP Photo/Wong Maye-E

Talmadge werd in 1962 geboren in Renton, een voorstad van Seattle. Als scholier ging hij op uitwisseling naar Japan, waar hij zich na zijn afstuderen als journalist in de jaren tachtig zou vestigen. Vóór zijn AP-tijd schreef hij voor Japanse media over Noord-Korea, en duidde hij voor Japanse tv-zenders ontwikkelingen in het land. Het was hem niet toegestaan zich onafgebroken in Pyongyang te vestigen. Elke maand reisde hij vanuit Japan naar Noord-Korea en bleef hij daar tien dagen, of zolang het bewind het hem toestond.

Talmadge hekelde mensen die een eenzijdig beeld schetsten van Noord-Korea. „Denk nooit dat je Noord-Korea werkelijk begrijpt”, zei hij tegen een collega. „Het heeft meer hoeken dan alle plekken waar ik ooit geweest ben.” In het gesloten land behield Talmadge zijn journalistieke nieuwsgierigheid, die hem ertoe dreef om steeds weer te proberen toegang te krijgen tot nieuwe locaties – zelfs als hij al honderd keer nul op het rekest had gekregen.

Het werken in Noord-Korea beïnvloedde Talmadge’s waardering voor zijn thuissituatie in Japan. „Elke keer […] denk ik dan: ik kan overal heengaan waar ik wil”, aldus de journalist. „Dat zie ik al niet meer als vanzelfsprekend.”

Collega Justin McCurry, correspondent van The Guardian in Japan, schreef dat journalisten die Noord-Korea vanuit andere delen van Oost-Azië coveren, Talmadge veel verschuldigd zijn. Hij slaagde er volgens McCurry in ondanks „de beperkingen waaronder hij moest werken” om gewone Noord-Koreanen tot leven te wekken en het land een menselijk gezicht te geven. „Daarvoor zal ik hem altijd dankbaar zijn.”