‘Hij eet niet’ – bij sommige kinderen is dat meer dan een fase

Voeding Veel jonge kinderen hebben een fase dat ze niet goed eten, maar wat als je kind écht niet wil of kan eten? Dat kan serieuze gevolgen hebben voor zijn of haar ontwikkeling.

Timo (5) at de eerste vier jaar van zijn leven amper en moest af en toe sondevoeding krijgen.
Timo (5) at de eerste vier jaar van zijn leven amper en moest af en toe sondevoeding krijgen. Foto Marieke Gouka

Bij de bakker in Naarden zit Marieke Gouka (40) op haar knieën, met keukenrol veegt ze de kots van haar zoontje van de vloer. Ze voelt de ogen van de andere klanten in haar rug. Timo, een peuter nog, eet nauwelijks en geeft zo’n vijf tot zes keer per dag over. Gouka gaat de deur niet uit zonder keukenrol in haar tas en thuis is de fles Allesreiniger een vaste gast aan tafel.

Die situatie bij de bakker was drie jaar geleden. Nu zit Timo (5) thuis aan de brandschone, hoogglans witte keukentafel in een kopje chocolademelk te roeren. Straks gaat hij ook een boterham eten. Daar doet hij weliswaar een uur over, over één boterham met een eitje erop, maar hij eet tenminste. Timo heeft de eerste vier jaar van zijn leven amper gegeten. Een duidelijke medische oorzaak is nooit gevonden.

Dat je kind een tijdje niet goed eet, zullen veel ouders herkennen. Pasta met rode saus en geraspte kaas was altijd je succesgerecht en dan ineens, van de ene op de andere dag, schuift je kind het bord naar het midden van de tafel en zegt: „vies” of „ik heb geen honger”. Je probeert het nog met: „Als je je bord leeg eet, krijg je een toetje”, maar als ook dat niet werkt, accepteer je het voor vandaag. Want je weet: het is een fase. Maar wat als je kind écht niet kan of wil eten? Waar kom je dan in terecht?

Linda Veenstra uit Twisk (boven Hoorn) dacht dat ze na drie kinderen (9, 7 en 3) zo’n beetje alle fases en ‘gedoetjes’ van kinderen wel had meegemaakt, maar toen kwam Yippe (2) en hij bleek een ‘nee-eter’, zoals deze groep door ouders en zorgverleners ook wel wordt genoemd. Als baby weigerde hij al de fles, hij dronk alleen uit de borst. Toen Veenstra bij zes maanden met vast voedsel begon, moest hij daar weinig van weten. „Hij stopt eten wel in zijn mond, maar slikt het niet door.”

Toen op het consultatiebureau bleek dat hij niet aankwam en niet groeide, werden ze uiteindelijk doorverwezen naar het Eet-team van het ziekenhuis. Een kinderarts, logopedist, diëtist en een psycholoog of pedagogisch werker maken dan samen een plan om het kind langzaam aan het eten te krijgen. Om aan te sterken, kan een kind een neus-maagsonde krijgen zodat het toch vocht, vitaminen en mineralen binnenkrijgt. Intussen wordt er gezocht naar een medische oorzaak, maar die wordt lang niet altijd gevonden. Angelika Kindermann is kinderarts-MDL (maag-darm-lever) in het Emma Kinderziekenhuis van het AMC. „Bijna elke andere ziekte kan leiden tot een voedingsprobleem. De oorzaak is vaak zoals wij dat noemen ‘multi-factorieel’, verschillende dingen samen leiden tot dit probleem.” Bij de jonge kinderen die hier last van hebben, zijn er vaak bij de geboorte al problemen. Als een baby bijvoorbeeld veel te vroeg wordt geboren, is het vaak te zwak of te klein om zelf te drinken. „Als een kindje vlak na de geboorte een sonde krijgt, leert het niet goed drinken en dat is later vaak moeilijk om weer op te pakken.” Andere oorzaken kunnen zijn: reflux, hartproblemen, een stofwisselingsziekte, kinderen die op jonge leeftijd ernstig ziek zijn.

Niet eten is niet leven

De gevolgen van niet eten zijn groot, zegt Angelika Kindermann. De groei stagneert, de motorische ontwikkeling loopt achter, soms komt spraak niet op gang, de weerstand is laag waardoor een kind continu ziek is, het slaapt slecht en is overdag humeurig omdat het niet goed in zijn vel zit. Linda Veenstra: „Eigenlijk heeft Yippe zich de eerste twee jaar van zijn leven niet lekker gevoeld. Nooit.”

Kindermann is hier heel duidelijk over: niet eten is niet leven. „Des te kleiner een kind, des te kwetsbaarder. Een zuigeling moet elke dag iets vloeibaars binnenkrijgen, anders overleeft hij dit niet lang.”

Op de lange termijn kunnen er ook consequenties zijn: als je de eerste twee jaar van je leven ernstig ondervoed bent, loopt de hersenontwikkeling vaak blijvend achter. Of zoals Angelika Kindermann het verwoordt: „Je levert IQ-punten in”. Ze vertelt ook: kinderen die jong ondervoed zijn, hebben later meer kans op medische problemen, zoals hart- en vaatziekten. Hoeveel kinderen in Nederland precies dit soort ernstige voedingsproblemen hebben, is onduidelijk. „Wat we algemeen aanhouden is: tussen de 1 en 2 procent van alle zuigelingen heeft een voedingsprobleem.” Het gaat dus om een kleine groep. De vereniging Nee-eten heeft 170 leden, dat zijn ouders en professionals. Kindermann noemt ook nog deze cijfers: 25 tot 45 procent van alle kinderen heeft ergens in de kinderleeftijd een voedingsprobleem, meestal licht. De definitie is ook moeilijk te bepalen, zegt ze.

Wat Kindermann merkt bij alle ouders: een kind met een voedingsprobleem is heel belastend voor het hele gezin. Meer dan bij andere ziektes heeft de omgeving commentaar. Goedbedoelde adviezen. Tegen Linda Veenstra zei iemand: „Breng hem maar een week bij mij, dan leer ik hem wel eten.” Opmerkingen zijn soms goedbedoeld, maar voelen als een aanval op je kwaliteiten als ouder. Marieke Gouka, moeder van Timo: „Mensen hebben vaak geen idee hoeveel impact het heeft op je hele gezin.”

Het gaat goed, maar ze heeft geen hongergevoel, en voelt dus niet de noodzaak om te eten

Marianne van Leeuwen over haar inmiddels 23-jarige dochter, die de eerste twee jaar van haar leven afhankelijk was van sondevoeding

Het eten of niet eten beheerst de dag en de nacht. Omdat Timo de fles niet wilde, moest Gouka de melk met een lepeltje naar binnen lepelen. „Druppeltje voor druppeltje.” Per voeding was ze daar een uur mee bezig, acht keer per dag. „Ondertussen had ik nog een meisje rondlopen. Maar we waren zo veel met Timo bezig dat ik haar niet de aandacht kon geven die ze verdiende. Haar peutertijd is onbewust voorbij gegaan. Van haar derde verjaardag weet ik niets meer, dat vind ik moeilijk.”

Lees ook: Wat moeten jonge kinderen eten?

„Soms was ik het zo zat”, vertelt Linda Veenstra. „Het gooien met eten, uitspugen, overgeven, sondevoeding bestellen, meerdere keren per dag kleding verschonen omdat Yippe zo zweet van het tasje met sondevoeding op zijn rug.” Het piepen van de pomp kon haar tot waanzin drijven. Ze hoorde de piep zelfs in haar slaap terwijl ze de pomp had uitgezet, juist om even te kunnen slapen. En dan hebben we het nog niet gehad over de vele medische afspraken in haar agenda: logopedie, ergotherapie, kinderarts, wegen en meten in het ziekenhuis, langs de diëtist, holistische artsen en gedragstherapeuten.

Een welkome schaal met lasagne

Zowel Veenstra als Gouka zijn door de situatie gestopt met werken. Veenstra was dierenarts-assistent, Gouka docent Nederlands. „Ik heb in die periode ook geleerd om hulp te accepteren”, zegt Gouka. In het begin wilde ze anderen niet belasten, maar na een jaar pakte ze de ovenschaal met lasagne die een vriendin langsbracht met beide handen aan. De thuiszorg nam één voeding per dag over, haar ouders namen Cathelijne mee naar de speeltuin en de enorme berg wasgoed bracht ze naar de wasserij in het dorp.

Veenstra gebruikte haar tijd om de sondevoeding van haar zoontje grondig te bestuderen. „Hij had altijd diarree en moest extreem vaak overgeven. Ik kwam erachter dat hij via de sondevoeding 30 gram suiker op een dag binnenkreeg.” Op een forum ontdekte ze ‘blended diet’: sondevoeding zelf maken door gezond eten in de blender te gooien. Soep van courgette, rijstemelk en rijst. Smoothie van banaan, blauwe bessen, avocado, boerenkool, hennepzaad, eiwitpoeder, kokos en plantaardige melk. Sinds Veenstra de sondevoeding zelf maakt, heeft Yippe geen één keer meer overgegeven. Hij groeit en slaapt beter.

Foto Marieke Gouka

Bij kinderen die als baby of peuter niet goed aten, blijft eten vaak een zwakke plek. Marianne van Leeuwen uit Delft vertelt over haar dochter, die de eerste twee jaar van haar leven afhankelijk was van sondevoeding. „Ze heeft tot in de puberteit eetproblemen gehad.” Ze is nu 23, woont zelfstandig op kamers, studeert. „Het gaat goed, maar ze eet nog steeds alleen kleine porties. Ze heeft geen hongergevoel, en voelt dus niet de noodzaak om te eten. En als ze ziek is, slaat dat meteen op het eten.”

Lees ook: Voor deze moeder blijft gezond eten een dagelijkse strijd

Bij Yippe is de sonde eruit, langzaam leert hij vast voedsel eten. Zo’n twee jaar later dan de andere kinderen in het gezin proeft hij nu andere texturen en smaken. Veenstra: „Toen de sonde eruit ging, dachten we: yes, we zijn er. Maar het blijft spannend. Van de logopedist heeft hij leren kauwen, maar doorslikken kan hij echt alleen maar zelf doen. Dat is soms zo frustrerend.” Op vakantie gaan met het hele gezin zit er deze zomer nog niet in. Yippe eet niet buitenshuis, teveel prikkels.

Hoe is het om zo’n zorgenkind te hebben zonder duidelijke medische oorzaak? Veenstra: „Vorige maand zijn we in het AMC bij de geneticus geweest en die ziet geen reden om verder te zoeken. Yippe is motorisch vaardig, zijn spraak komt op gang. We moeten accepteren dat de oorzaak niet meer wordt gevonden. We zetten in op herstel en goede ontwikkeling en steken geen energie meer in alles uitzoeken. Ik kijk liever naar wat we wél voor hem kunnen doen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.