Opinie

Gooi alle paden op de Veluwe dicht

Natuurbeleid De Veluwe mag niet verloederen: maak van het natuurgebied een nationaal park, schrijft

André Muller

De Nederlandse natuur heeft het zwaar. Grote delen gaan gebukt onder verdroging, te hoge toeristische druk, loslopende honden, plezierjacht, houtoogst, vermesting door neerdalende stikstofverbindingen en natuuronvriendelijke landbouw in de directe omgeving.

Al deze problemen komen samen op het grootste laaglandnatuurterrein van noord-west Europa en tevens het grootste natuurterrein van ons land: de Veluwe. 160.000 hectare tussen Rijn, IJssel, Randmeren en de provinciegrens Gelderland-Utrecht. Daarvan is bijna 100.000 hectare bos, hei en stuifzand, maar ook de krans van landbouw hoort er ecologisch en hydrologisch bij, want daar kwelt het regenwater omhoog dat in het centrale deel het zand in zakte. Op 19de-eeuwse kaarten ligt een zone met moerassen rond het hele heide- en stuifzandgebied (bos was toen vrijwel verdwenen). Die zijn sindsdien gedraineerd, maar herstel is eenvoudig en hier en daar is dat al gedaan, door de drainagegootjes dicht te gooien.

Op dit moment is de Veluwe een wees. Onder staatssecretaris Bleker (CDA) is het natuurbeleid in 2012 aan de provincies overgedragen en Gelderland laat het Veluwebeleid weer grotendeels over aan plaatselijke initiatieven. Daardoor is de Veluwe sinds begin 2018 in de greep van een Veluwe Alliantie met een Veluwe Board, die natuurbescherming als een van de doelen heeft, maar bovenal uit is op geld: de natuur dient vooral als decor voor de kassa’s van de toeristenbranche.

Dat Gelderland het restant Veluwebeleid in 2015 heeft overgeheveld van de afdeling natuur naar de afdeling economie past in dit beeld. Toen ontstond het idee dat de Veluwe Nederlands belangrijkste toeristische bestemming moest worden. En jawel, inmiddels heeft de Veluwe de Noordzeestranden voorbij gestreefd.

Lees ook: Wolvenpaar op de Veluwe is al een paar maanden samen, met kans op welpen

Als herstel van de natuur het doel is, zijn de bovenstaande redenen al genoeg om in te grijpen. Toch moet er meer gebeuren. De halve Veluwe staat nog vol met dennenakkers: één soort, één leeftijd en haast geen biodiversiteit. Dat kan anders, door bomen omver te trekken en te laten liggen. Dan schijnt er licht op de bodem, ontstaan er kiembedden, wordt het dode hout een bron van biodiversiteit.

Beëindig verder alle houtoogst, dat hoort niet op de Veluwe – de natuur zelf voert ook geen hout af. Bomen telen en oogsten mag, maar dan in landbouwgebieden, net als aardappelen.

Gooi alle wandel- en fietspaden dicht door er bomen overheen te laten vallen. Hef het struinverbod op. Plaats een honderdtal trekkershutten met een koudwaterpomp en harde britsen en tel dan de zegeningen voor natuur en toerisme.

In plaats van het Vondelparkachtig gebied van nu met tienduizenden bordjes komt er een ware wildernis waar terreinbestendige bezoekers al lopend hun eigen paden maken. Wie van paaltjeswandelingen in parknatuur houdt, kan naar Salland of de Utrechtse Heuvelrug.

Zo min mogelijk mensen

Nu gaat het precies de verkeerde kant op. De site Veluwe-op-1 rept over de ontwikkeling en het beheer van „Veluwebrede routenetwerken voor fietsen, wandelen en paardrijden. Met mountainbiken zijn dit de activiteiten waarvoor het aanbod de komende jaren flink wordt uitgebreid, de Veluwe is immers een fantastische omgeving om lekker buiten actief te zijn!” Dat is precies wat alle dieren van de Veluwe willen: lekker buiten actief zijn. En dat gaat het best als er geen paden zijn en zo min mogelijk mensen.

Bovenal moet de organisatie anders: niks Veluwe Alliantie of een ander bestuur met winstoogmerk, maar een echt Nationaal Park de Veluwe. Al in 2002 bekeek de provinciale Gelderse commissie-Evenhuis dit idee, nu is het tijd om door te pakken, voordat de Veluwe verder verloedert. De terreineigenaren behouden gewoon wat ze hebben, maar werken samen binnen een krachtig nationaal park volgens de internationaal erkende standaard voor nationale parken van de International Union for Conservation of Nature (IUCN).

Slechts delen van de Veluwe voldoen nu aan de IUCN-standaard, maar dat hindert niet. Begin daarmee en breid vervolgens uit. Op hun Zwitserse hoofdkwartier vertelde de IUCN-top meermaals dat ze graag willen helpen om van de Veluwe een nationaal park te maken: zo’n traject begeleiden ze vaker.

In een IUCN nationaal park is bosbouw verboden, evenals grondwateronttrekking (nu 130 miljoen kuub per jaar op de Veluwe). Het park heeft een financiële structuur, een organisatie, personeel op het terrein, een hoofdkwartier.

Rond de bossen en heiden is herstel van zoveel mogelijk Veluwse moerassen en een versnelde transitie van de 60.000 hectaren landbouw en veeteelt nodig, zodat die ecologisch op de beboste kern gaan aansluiten. De huidige harde overgang van natuur naar intensief agrarisch grondgebruik is niet toegestaan rond een IUCN nationaal park. Er horen bufferzones te liggen. Die kunnen dan de status van nationaal landschap krijgen – ook daarvoor heeft de IUCN een standaard. Herstel van echte natuur in het bos-, heide- en stuifzandgebied en een transitie van de landbouw rondom – daarmee zouden we eindelijk eens recht doen aan het wondermooie natuurgebied in het hart van ons land. Tijdhorizon? Een jaar of dertig. Start? Nu!

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.