De revival van de enkelhandige backhand

Roland Garros De enkelhandige backhand beleeft een voorzichtige wederopstanding in het mannentennis. De klassieke slag leek langzaam uit te sterven, maar enkele toptalenten laten oude tijden herleven.

Stefanos Tsitsipas.
Stefanos Tsitsipas. Foto’s Pavel Golovkin/AP

Dominic Thiem was twaalf jaar en had nog nooit een enkelhandige backhand geslagen. In zijn jeugd behoorde hij tot de top van Oostenrijk, mede door een sterke dubbelhandige backhand. „Ik miste niks.” Maar zijn toenmalige coach, Gunter Bresnik, vond dat hij moest overstappen naar de enkelhandige variant: dat zou zijn spel in de toekomst ten goede komen.

„Dat proces was heel moeilijk”, zegt Thiem donderdag op Roland Garros, na zijn gewonnen partij in de tweede ronde. De verandering zorgde in de eerste jaren voor een terugval. Bij de Oostenrijkse jeugd onder veertien jaar stond hij nog maar rond de vijftiende plaats. „Ik verloor heel veel wedstrijden.”

Maar na verloop van tijd kwamen de resultaten. Thiem (25), nummer vier van de wereld en vorig jaar finalist in Parijs, vindt zijn beslissing om te switchen naar de enkelhandige backhand terugblikkend de juiste. Zijn slag is uitgegroeid tot een van de meer explosieve op de tour. „Ik heb nu meer opties. Ik kan beter slicen en ik kan met meer topspin slaan.”

Tennisestheten

De enkelhandige backhand beleeft een voorzichtige revival in het mannentennis. De klassieke slag – geliefd bij tennisestheten – leek langzaam uit te sterven onder invloed van het powertennis waarin de dubbelhandige backhand een dwingende factor is. Maar met Thiem en de supertalenten Stefanos Tsitsipas (20) en Denis Shapovalov (20) lijkt het erfgoed beschermd te zijn in de top, voor in ieder geval de komende jaren.

Zij behoren tot een minderheid. Vijftien spelers in de huidige tophonderd hebben een enkelhandige backhand, de rest speelt dubbelhandig. Ter vergelijking: tijdens Roland Garros 1999 zaten bij de mondiale toptwintig alleen al tien spelers die enkelhandig sloegen, onder wie Richard Krajicek.

Enkelhandig was lang de standaard, tot pionier Bjorn Börg vanaf de jaren zeventig een kentering inzette met zijn dubbelhandige backhand. „Daarna was het, ook in de opleiding: alles moet dubbelhandig”, zegt Bas Coulier, bondscoach van het nationaal trainingscentrum van de KNLTB. De voordelen volgens hem: meer kracht, meer controle en een compactere slag, waardoor je sneller kunt reageren.

Voor de jongste jeugd is dubbelhandig makkelijker aan te leren qua coördinatie en stabiliteit, zegt Coulier. En het gebrek aan spierkracht kan, zeker op jongere leeftijd, gecompenseerd worden door met twee handen te slaan. „Als kinderen een wat hogere bal krijgen op hun backhand, is het met een enkelhandige slag erg lastig om hem weg te krijgen.”

De Oostenrijker Dominic Thiem, nummer vier van de wereld, stapte op zijn twaalfde over van een dubbelhandige naar een enkelhandige backhand. Kai Pfaffenbach/Reuters

Maar zowel in de top als in de opleiding is een beweging gaande ten gunste van de enkelhandige backhand. Coulier vertelt dat er bij de jeugd getraind wordt met zachtere ballen, waardoor kinderen beter in staat zijn om een enkelhandige backhand te spelen.

Dubbelhandig is niet langer vanzelfsprekend. Coulier: „Ik hoop dat trainers nu kijken naar het individu en naar de natuurlijke aanleg bij de keuze voor enkelhandig of dubbelhandig.”

Dat is precies wat gebeurde bij de Griek Tsitsipas, de nummer zes van de wereld. Rond zijn negende ging hij enkelhandig slaan. Tot die tijd speelde hij beide varianten, vertelt coach en vader Apostolos op Roland Garros. „Wij gaven hem opties.”

Tsitsipas heeft een agressieve, aanvallende backhand en gebruikt die druk vaak om naar voren te komen. „Het past bij hem, hij houdt van de slag. Het is nu een groot wapen voor hem.” Onlangs versloeg hij Rafael Nadal op gravel in Madrid.

„We moeten de enkelhandige backhand niet opgeven, dat zou een fout zijn”, zegt zijn vader. Hij en de moeder van Tsitispas, die als prof speelde, sloegen beiden enkelhandig. „Het nadeel is dat je langer moet wachten met de ontwikkeling van jonge spelers. Maar als het werkt en het kind gaat er van houden, heb je er meer voordeel van.”

Backhandvolley

De beste speler van de jaren negentig en die van deze eeuw, respectievelijk Pete Sampras en Roger Federer, vormen het bewijs dat de enkelhandige backhand het eeuwige leven kan hebben. De slag brengt meer variatie, met topspin en slice. Het stimuleert de backhandvolley. En je hebt een iets groter bereik dan bij een dubbelhandige backhand.

Maar tegelijkertijd is bij Federer de kwetsbaarheid van de enkelhandige backhand blootgelegd, hoofdzakelijk op gravel. Met de zware topspinballen op zijn backhandkant op schouderhoogte werd hij in de rally’s vaak weggedrukt door Nadal.

Federer won Roland Garros in 2009, na een zeldzame uitschakeling van nu elfvoudig kampioen Nadal. En Stan Wawrinka, die misschien de meest geraffineerde enkelhandige backhand heeft, veroverde de titel vier jaar terug. Sampras en Boris Becker – die ook enkelhandig sloeg – bereikten daarentegen nooit de finale in Parijs.

Dubbelhandig blijft domineren, maar de enkelhandige backhand „zal niet uitsterven”, zei Thiem deze week.

De Nederlandse prof Tim van Rijthoven (22) speelde in zijn jeugd dubbelhandig, maar schakelde op zijn achtste over naar de enkelhandige backhand. „Mijn vader vond mij geen dubbelhandige speler. Op een gegeven moment zei hij tegen mijn trainer: laat hem maar enkelhandig proberen.” Sindsdien speelt hij zo.

In het internationale jeugdcircuit was Van Rijthoven een van de weinigen die de slag hanteerden, samen met Tsitsipas en Shapovalov. Zij werden mede geïnspireerd door de enkelhandige backhand van Federer. Van Rijthoven verwacht dat dit bij de nieuwe namen ook zal gebeuren. „Ik denk dat veel jongere spelers nu enkelhandig gaan spelen, omdat ze Tsitsipas en Shapovalov zien doorbreken.”

De enkelhandige backhand van Roger Federer in het tweederondeduel op Roland Garros met de Duitser Oscar Otte. Foto Kai Pfaffenbach/Reuters

De kracht hebben

Van Rijthoven is een aanvallende speler, de enkelhandige slag past bij zijn speltype. „Met mijn backhand probeer ik de snelheid van de rally te regelen, een keer slicen, een keer een hogere bal, soms een bal langs de lijn. Maar eigenlijk allemaal om de forehand in stelling te brengen.”

Hij heeft er de bouw voor met zijn 1 meter 88, zegt hij. „Ik ben redelijk sterk, ik heb de kracht voor een enkelhandige backhand.”

Bijzonder is de metamorfose van Jelle Sels (23). Hij stapte twee jaar geleden over van dubbelhandig naar enkelhandig, door een blessure aan zijn linkerpols, waardoor hij zijn linkerhand moest ontzien. Eerst slicete hij alleen, een jaar geleden ging hij ook voluit enkelhandig slaan. Het omscholingsproces had tijd nodig. „Het moeilijkste is om vertrouwen te krijgen in wedstrijden, met passings en returns.”

Hij beleefde een opmars, mét de enkelhandige backhand ging hij op de wereldranglijst van circa plek 700 naar 300. „Niks is toeval in het tennis, dus ik denk dat het wel iets met elkaar te maken heeft”, zegt Sels. „Mijn spel is beter geworden. Het voelt heel natuurlijk, natuurlijker dan mijn dubbelhandige slag.”

Het is uitgesloten dat hij teruggaat naar de dubbelhandige backhand, zegt Sels. „Dat gaat nooit meer gebeuren.”