De Marker Wadden: pionieren op een eiland van zand en moerasandijvie

Nieuwe Natuur Vijf nieuwe eilanden in het Markermeer zijn het speelveld van spontane natuurontwikkeling. Spontaan tot op zekere hoogte, want het moet wel leiden tot een geplande uitkomst: een moerasgebied.

Een smal pad over de Marker Wadden, tussen poelen door. Her en der staan vogelkijkhutten.
Een smal pad over de Marker Wadden, tussen poelen door. Her en der staan vogelkijkhutten. Foto Peter Leenen/Straystone

Die eerste stap zorgt voor een ontdekkingsreizigersgevoel. Natuurlijk, we zijn met tientallen tegelijk – hoofdzakelijk vogelliefhebbers – maar tóch voelt het eiland verlaten. Onontgonnen terrein, met als hoofdingrediënten: zand, slib en moerasandijvie. Nieuwere natuur dan de Marker Wadden is in Nederland niet te vinden: pas in september 2018 ging deze plek, eiland 1, open voor publiek. Op eilanden 2, 3, 4 en 5 (een naam hebben ze niet) mogen alleen wetenschappers komen. En vogels uiteraard, heel veel vogels. „In augustus 2018 hebben we 2.500 visdiefpaartjes geteld. Dat is ruim 10 procent van de Nederlandse populatie, en 2 procent van de Europese populatie”, vertelt ecoloog Jan van der Winden. Hoopvolle aantallen, want juist die visdieven zeggen iets over de waterkwaliteit van het gehele Markermeer – en daar was het tot vóór de aanleg van de Marker Wadden slecht mee gesteld.

Door de aanleg van dijken en dammen heeft het Markermeer vrijwel geen natuurlijke oevers. Sinds 1975, toen de Houtribdijk tussen Lelystad en Enkhuizen werd afgesloten, staat het niet meer in open verbinding met ander water, en op de bodem ligt een metersdikke laag slib. Wie over de Houtribdijk rijdt, kan het zelfs zien: het water van het Markermeer is veel grijzer dan dat van het IJsselmeer. Slib is niet alleen nadelig voor het bodemleven, maar ook voor vogels: bij harde wind woelt het water het slib los, waardoor ze onvoldoende zicht hebben om vis te vinden.

Zand, wind en water

Daar moest verandering in komen, vond ook projectdirecteur Roel Posthoorn van Natuurmonumenten. Dus kwam hij ruim tien jaar geleden met het idee van de Marker Wadden: vijf eilanden waar zand, wind en water tot op redelijke hoogte vrij spel zouden hebben. Voor de aanleg van de eilanden zou zand, klei en slib uit het Markermeer zelf worden gebruikt, om op die manier de helderheid van het water te vergroten.

Inmiddels zijn de eilanden af, in hun meest basale vorm. Samen hebben ze een oppervlakte van ongeveer 800 hectare, ruim 1 procent van het hele Markermeer. De Marker Wadden maken nu samen met de Oostvaardersplassen en de Lepelaarplassen deel uit van Nieuw Land, het nieuwe Nationaal Park dat in 2018 is geopend.

Eiland 1 is een krakeling van kronkelige wandelpaden met drassige poeltjes ertussen. Her en der staan vogelkijkhutten, uitkijkend over die nattere lage delen: daar, tussen de geelbloeiende pollen moerasandijvie, zien we bontbekplevieren, rietgorzen en bergeenden naar voedsel zoeken. Op een van de oevers scharrelt een sneeuwgors.

Kluten en kleine plevieren

Van der Winden: „De sneeuwgors is een typische toendrabroeder. Die vliegt waarschijnlijk door naar Scandinavië, net zoals andere soorten die hier hebben overwinterd. Die wintergasten maken nu plaats voor de broedvogels: naast visdieven nu nog hoofdzakelijk kokmeeuwen, kluten en kleine plevieren. En straks in de nazomer krijg je de doortrekkers, die hier pauzeren op weg naar het zuiden: slobeenden, wintertalingen… De Marker Wadden vervullen nu al een internationale functie.”

Ecoloog Mennobart van Eerden van Rijkswaterstaat: „We hebben nu al honderden kemphanen, grutto’s en bonte strandlopers gezien, een paar duizend slobeenden en wintertalingen en zelfs meer dan tienduizend zwarte sterns en oeverzwaluwen. Wie weet kunnen we hier in de toekomst zelfs kroeskoppelikanen verwachten. Het gebied wordt veel meer dan een onbetekenend puistje waar wat visdieven op broeden.”

In 2017 was het water op de eilanden „een soep van watervlooien”, vertelt hij. „Dat trok massaal dwergmeeuwen aan, die normaal in de Baltische staten broeden. In 2018 piekte het plankton minder, maar was er een muggenexplosie, die slobeenden, kluten en krakeenden aantrok.”

Voedsel voor visdieven

Jan van der Winden en zijn collega Camilla Dreef kijken onder andere naar het broedsucces van visdieven (in 2018 brachten ze gemiddeld 1,9 jong per paar groot), de grootte van de kuikens en het dieet. Dreef: „De visdieven vangen in het Markermeer vooral spiering. Het is gunstig als er voldoende voedsel in de nabije omgeving is, dan hoeven ze minder ver te vliegen en hoeven ze hun jongen minder lang alleen te laten. Als er weinig vis beschikbaar is, groeien de kuikens minder goed en kunnen ze sterven.”

Wij hebben voor kakelvers land gezorgd, dat de natuur nu mag overnemen

Roel Posthoorn projectdirecteur Natuurmonumenten

Van der Winden: „De vraag is of er dit jaar nog genoeg spiering voorhanden is – vorig jaar in de nazomer is er veel sterfte geweest. Maar sowieso zullen de visdieven op den duur plaatsmaken voor andere soorten: over tien jaar zul je hier heel andere vogels vinden.”

Want de Marker Wadden zullen niet zo zanderig en open blijven als nu. De bedoeling is dat het een dynamisch moerasgebied wordt. Posthoorn: „Wij hebben voor kakelvers land gezorgd, dat de natuur nu mag overnemen. Daarom hebben we de oevers zo min mogelijk vast willen leggen met stenen bekleding.” Op de plekken waar dat toch nodig was – omdat anders het hele eiland zou eroderen – kan het water toch diep doordringen.

Dat er specifiek moerasnatuur op de eilanden moet komen, is een gevolg van de regelgeving voor het Natura 2000-landschap waartoe het Markermeer behoort (‘afgesloten zeearmen en randmeren’). Daar moet een ecosysteem komen met rust- en ruiplaatsen, moerasranden en ‘plas-dras-situaties’, zo staat in een Natura 2000-achtergrondrapport. Het Markermeer verkeerde volgens de Natura 2000-standaard in een „ongunstige staat van instandhouding”.

Het werk aan de Marker Wadden is begonnen in 2016. Dit filmpje toont de ontwikkeling op basis van beelden van de Landsat 8-satelliet tussen 8 mei 2016 en 30 maart 2019. Rechts loopt de Houtribdijk tussen IJsselmeer en Markermeer. Het kleurverschil tussen de twee meren is duidelijk te zien.
Beeld NASA

Vóór de aanleg van de Marker Wadden heeft Natuurmonumenten met Rijkswaterstaat een proefeiland aangelegd langs de Houtribdijk: „Blubber in een ringdijk van stortsteen”, zegt Van Eerden. „Een pudding die langzaam uitzakte in het vier meter diepe Markermeer, tot je er nauwelijks nog iets van terugzag. Onder water verschenen wel allerlei soorten waterplanten, iets wat we daar in het troebele water niet zo snel voor mogelijk hadden gehouden.” Om te voorkomen dat de Marker Wadden ook zo sterk zouden terugzakken, heeft de aannemer in de beginfase 24 uur per dag zand en slib opgespoten. Nog steeds zijn sommige delen van de eilanden meer water dan slib. Buiten de wandelpaden staan waarschuwingsborden: pas op, drijfzand!

Wilgenpluis is niet welkom

Van Eerden: „Het is best ingewikkeld om de eilanden snel hoog genoeg te maken, voordat alles weer inzakt.” Nu steeds meer planten het eiland koloniseren, verdwijnt het risico dat het eiland onder water verdwijnt geleidelijk. Maar tegelijkertijd is het ook niet vanzelfsprekend dat de eilanden zich zullen ontwikkelen tot het gewenste moerasgebied. Van Eerden: „In het voorjaar zet de aannemer alles onder water, om te voorkomen dat zich wilgenpluis op het eiland vestigt. Want dan verandert het hier in een bos.”

Daarnaast is het ook van belang dat het riet zich niet te snel vestigt. „Als je riet inzaait, krijg je geheid grauwe ganzen, zeker als er ook water is. Tweehonderd ganzen hier gaat nog wel, maar je moet er niet aan denken dat het er twintigduizend zijn, zoals in de Oostvaardersplassen. Die zouden het in een groot weiland veranderen, in plaats van in een moerasgebied.”

Nóg een mogelijke indringer zijn ratten, die met schepen kunnen meekomen. Van Eerden: „Ratten zouden een serieus probleem kunnen worden. Maar vogeleiland De Kreupel in het IJsselmeer ligt er al 15 jaar en daar zijn nog altijd geen ratten. Bovendien: misschien gaan hier in de toekomst wel roofvogels broeden die ratten vangen.”

NRC voer voor dit artikel mee aan boord van het ms Friesland met FOGOL, een organisatie die vogelexcursies op onder meer het Markermeer organiseert. Ook andere organisaties bieden excursies aan. Daarnaast is het mogelijk om de eilanden te bereiken met een eigen boot.