De laatste Gandhi

India Het einde lijkt nabij van een van de bekendste politieke dynastieën – Gandhi-Nehru. De Congrespartij kan de verkiezingen maar niet winnen. ‘India is niet langer een land van koningen en prinsen.’

Muurschildering in Mumbai van Rahul Gandhi, leider van de Congrespartij (links) en premier Narendra Modi van de Bharatiya Janata Partij.
Muurschildering in Mumbai van Rahul Gandhi, leider van de Congrespartij (links) en premier Narendra Modi van de Bharatiya Janata Partij. Foto Indranil Mukherjee / AFP

In Rajamau, een slaperig dorpje waar de verf van de stenen huizen loslaat, weet iedereen: Ashok Kumar Singh, 53, is een Congrespartijman. Altijd geweest, zegt de tarweboer. Maar de laatste jaren steeds minder van harte. India’s ‘Grand Old Party’ heeft hem een slechte naam gegeven, zegt Singh. „Omdat ik een partijmedewerker ben, denken mensen dat ik dingen voor elkaar kan krijgen. Maar ik heb helemaal geen macht.”

Singh is óók gefrustreerd over zijn partij. Gezeten in de schaduw, hemd over een grijze pantalon, vertelt de boer dat ook hij heus ziet hoe invloedrijkere Congresleden fondsen van hun parlementariër gebruiken om vooral zichzelf te helpen, bijvoorbeeld door straatverlichting met zonnepanelen precies naast hun huis te plaatsen. En wat kregen werkers als hij terug na al die jaren trouwe dienst? Niets.

Ja, respect vanuit de partij. Maar zelfs dat kan er niet meer van af, foetert Singh. „Nu hoor ik het niet eens als er bijeenkomsten worden georganiseerd. Geen informatie, niks.”

Deskundigen in India buitelden de afgelopen week over elkaar heen om te verklaren hoe het kon dat de ooit almachtige Congrespartij opnieuw zo’n pijnlijke verkiezingsnederlaag leed. De partij van vrijheidsstrijders Mahatma Gandhi en Jawaharlal Nehru, vormgevers van onafhankelijk India, bereikte vijf jaar geleden een historisch dieptepunt. Zij werd toen gereduceerd tot een schamele 44 parlementszetels (van de 545). Ditmaal kwam zij niet verder dan 52 zetels.

De comeback was nabij

De verbazing was nergens zo groot als binnen de partijtop. Zelfs toen het naderende onheil zich in peilingen aankondigde, hielden de troepen vol dat hun comeback nabij was. Wat zij kregen is een existentiële crisis. Die wordt vergroot door het feit dat hun voorman, de 48-jarige Rahul Gandhi, vastbesloten lijkt af te treden. Zet hij door, dan komt er een einde aan het leiderschap van één van ’s werelds bekendste politieke dynastieën – overigens niet gerelateerd aan Mahatma Gandhi.

Rahul Gandhi – zoon, kleinzoon en achterkleinzoon van Indiase premiers – diende in 2014 ook zijn ontslag in. Toen, net als nu, werd dat afgewezen door hun ‘werkcomité’, een select gezelschap van vooral oudgedienden dat dient als klankbord voor belangrijke besluiten. Anders dan toen lijkt Gandhi ditmaal niet gevoelig voor hun smeekbedes aan te blijven.

India is een land van jongeren.

Rasheed Kidwai, biograaf van de Congrespartij

Voor de jongste telg van de Nehru-Gandhi-familie is de nederlaag, de tweede onder zijn leiding, dit keer extra pijnlijk. Het verlies van 2014 kon nog worden uitgelegd als een afrekening met hun links-seculiere regering. Die werd getekend door hoge inflatie en een lange reeks corruptieschandalen. Daarvoor in de plaats kozen Indiërs met overmacht voor de hindoe-nationalistische Bharatiya Janata Partij (BJP) en haar voorman Narendra Modi.

Net als nu. Alleen dit keer is het persoonlijker. Gandhi verloor zijn eigen zetel in Amethi, een kiesdistrict in de noordelijke deelstaat Uttar Pradesh dat van oudsher gold als familiebastion. Onder meer zijn vader Rajiv Gandhi en moeder Sonia stelden zich vanuit hier verkiesbaar. Sinds 2004 was dit zíjn honk. Nu opeens niet meer.

Lees ook: India kiest weer voor Modi, bewaker van het hindoeïsme

Al lijkt verbazing daarover niet op zijn plaats. Reis door Amethi en je hoort hoe de val zich al lang aankondigde. Niet alleen van het familiebastion, maar ook van het India waar de Congrespartij symbool voor stond.

Een vip-gebied

De weg naar Amethi is vol gaten. Hij leidt langs tarwevelden die in de brandende meizon wachten op de oogst. Voorbij theestalletjes en drukke markten die worden afgewisseld door imposante gebouwen met namen als het Rajiv Gandhi Institute of Petroleum Technology en het Indira Gandhi oogziekenhuis. Om ten slotte af te buigen naar dorpen als Rajamau.

„Ze noemen dit een vip-gebied”, zegt Ravindra Singh, 28, droogjes. Vanwege de Gandhi-familie. Daar is volgens hem alleen weinig van te merken. Singh, een boerenzoon met een mastertitel in computertechnologie, is werkloos. Net als velen in Amethi, zegt hij. Singh wil best erkennen dat er onder de Gandhi’s fabrieken en scholen in de regio kwamen, net als geasfalteerde wegen, elektriciteit en een kanaal om boeren van water te voorzien.

Dat was vooral in de tijd van Rajiv Gandhi, zegt Singhs vader, een pezige man die naast hem op een houten touwtjesbed zit. We praten over de jaren tachtig. Na Rajivs dood – de premier kwam in 1991 om bij een zelfmoordaanslag – ging het volgens vader en zoon bergafwaarts. Een grote staalfabriek werd gesloten, een ziekenhuis werd geprivatiseerd en gaten in de weg moeten om de paar maanden worden gevuld.

„India was een land van koningen en prinsen”, zegt Singh. „Maar je kunt je niet blijven gedragen als een koning. Je moet campagne voeren en het verdienen een vip te zijn.”

De sneer gericht aan Rahul Gandhi is er een die door heel Amethi klinkt. Bij de theestal waar mannen hun kranten opzij leggen om te zeggen dat ze „vikas” willen, ontwikkeling, en geen zwaaiende handen uit auto’s. Bij de vrouwen met kleine kinderen aan hun been die wijzen op de stinkende open goot voor hun deur. „Rahul” komt en gaat, zeggen zij. Maar hij praat niet met de mensen. En ondertussen is hun goot nog altijd niet gedicht.

Het is de kern van Gandhi’s grootste kwetsbaarheid. „India is een land van jongeren”, zegt journalist Rasheed Kidwai, die een boek over de geschiedenis van de Congrespartij schreef. Meer dan 65 procent van de ruim 1,3 miljard Indiërs is jonger dan 35 jaar. Kidwai: „Zij hebben nooit een Gandhi als premier meegemaakt. Voor hen telt wat iemand heeft gedaan.” Gandhi, zegt Kidwai, heeft alleen de familienaam om op terug te vallen.

Onwillige politicus

De jongste telg weigerde meermaals een ministerspost toen de Congrespartij nog aan de macht was. Het gaf Rahul Gandhi, die aan Cambridge studeerde en een tijd in Londen werkte, het imago van niet alleen een bevoorrechte, maar ook onwillige politicus. Het contrast kon niet groter met Narendra Modi, vrome hindoe en zoon van een ‘simpele’ theeverkoper. Hij was eerder dertien jaar deelstaatleider van Gujarat. Kidwai: „Zelfs wanneer Rahul de juist dingen zegt, denkt de kiezer dat hij de verkeerde persoon is om ze te zeggen. Er is een gebrek aan vertrouwen in zijn leiderschap.”

Maar de problemen in de partij zijn fundamenteler. Terug naar Rajamau, waar vader en zoon Singh gezelschap hebben gekregen van buurman Ashok Kumar Singh, de Congrespartijman. Op een kapotte plastic stoel luistert hij naar de 28-jarige Ravindra, die grapt dat de Congreswerkers hier „zo oud zijn, dat ze stof verzamelen.”

Niemand die hij deze campagne langs de deuren zag gaan. Ook Ashok Kumar Singh niet. Laat die lui met hun zonnepanelen maar rennen, dacht die. „Voor de Congrespartij zijn er drie soorten partijmedewerkers”, zegt Ravindra. „Zij die een fiets hebben, zij die een motor hebben en zij die een auto hebben.” De partij geeft alleen om de laatste categorie, zegt hij – de rijkeren.

Verderop in het hart van Amethi oogt het lokale hoofdkantoor van de Congrespartij verlaten. „We zijn gesloten”, bromt een beveiliger. Achter een deur blijkt toch leven. „Er rest niets om het over te hebben”, mokt een van de aanwezige heren. Ashok Dubey, een in beige en wit gestoken man, is toeschietelijker. Hij wil best praten over waar het misging.

Hij begint zijn betoog met Modi’s BJP, die de zetel in Amethi won. Door „desinformatie, omkopingen en bedreigingen”, aldus Dubey. Rahul Gandhi daarentegen heeft volgens de partijman een „emotionele band met de mensen in Amethi.”

Ze zijn misschien wat overmoedig geweest, geeft Dubey toe. Er was sprake van mismanagement”. Van campagnemateriaal dat niet werd uitgedeeld en dorpen die niet werden bezocht. Voor de BJP en haar geoliede campagnemachine, inclusief een leger aan vrijwilligers en overmacht op sociale media, was het niet moeilijk daarvan te profiteren. Dubey: „We hebben niet verloren vanwege Rahul. Het was onze eigen fout.”

In 2014 leek de partij zich te realiseren dat haar organisatiestructuur leek op een afbrokkelend kaartenhuis, verlamd door onderlinge gevechten om macht en een top in Delhi die amper oog had voor wat zich buiten de hoofdstad afspeelde. Gandhi kreeg de vrije hand de partij om te gooien, maar een ommezwaai bleef uit. Jongere leden klagen – zij het achter gesloten deuren – hoe ook hun partijleider nog altijd omringd is door dezelfde mastodonten.

„Ze zeggen dat macht giftig is”, zegt biograaf Kidwai. „In het geval van Rahul is loyaliteit giftig. Hij kon zich niet losbreken van de oudgedienden in zijn partij.”

Enige alternatief voor de BJP

Volgens sommigen is het nu te laat. Een bekende Indiase activist creëerde onlangs een Twitterstorm door de Congrespartij dood te verklaren. Behoorlijk kortzichtig, vindt Praveen Rai. Volgens de politiek analist is de partij nog altijd de enige die een alternatief kan vormen voor Modi’s BJP. „Maar ze zijn hun contact met het volk verloren. En deze nieuwe generatie accepteert geen politici die niet de moeite nemen naar hen te luisteren.” Wie hun voorouders ook zijn.

In Rajamau ziet Ashok Kumar Singh het somber in. „Vanaf hier gaat het alleen nog maar bergafwaarts”, zegt hij plechtig. Dat wil zeggen: als Gandhi echt aftreedt. „Dan wil iedereen de macht grijpen.” Toch piekert de boer er niet over zijn lidmaatschap op te geven. Eens een Congrespartijman, altijd een Congrespartijman.