Opinie

    • Frits Abrahams

De kauwspier en de stress

Frits Abrahams

Naar de tandarts. Liever niet, maar soms moet het. Ik voelde weer eens een onbestemde stijfheid in mijn kaak. De vorige keer was het loos alarm geweest, maar dat was nog geen garantie dat er nu niks aan de hand was. Ik hoorde God al brommen als ik voor Hem verscheen: „Mijn waarschuwingen moet je áltijd serieus nemen.”

De tandarts voelde, tikte en klopte, maar mijn kaak bleef er bewonderenswaardig rustig onder. Ten slotte nam hij een foto waarop niets bijzonders te zien was. Een hele opluchting. „Ik denk dat het een kauwspier is”, zei hij laconiek.

Kauwspier, ik vond het meteen een magisch woord, misschien ook omdat ik niet precies wist wat het was. Ik verborg mijn onwetendheid – dat doen we vaker bij artsen – en besloot het thuis op te zoeken. (Een mens heeft vier kauwspieren, hij gebruikt ze de hele dag, niet alleen tijdens het kauwen van het eten, maar ook bij het slikken, praten, fluiten en zelfs zoenen, ze kunnen dan ook overbelast raken.)

We speculeerden over een mogelijke oorzaak. „Heeft u de laatste tijd veel stress?”, vroeg hij. „Hoezo?”, vroeg ik. „Stress is hiervan vaak de oorzaak”, zei hij.

Ik mompelde wat zonder mezelf te verstaan. Het is nogal een vraag. Ik zat op het randje van zo’n ongemakkelijke tandartsstoel te zoeken naar een onvindbaar antwoord. De daaropvolgende dagen bleef ik naarstig zoeken. Want wat is precies stress en wanneer krijg je er te veel van?

Neem dat uitdijende donkere plakkaat hondenpis tegen de gevel van ons appartementengebouw waaraan ik me vaak ergerde, was dat nou stressverwekkend? Er wordt veel gepraat over dog whistle – bedekte politieke toespelingen voor ingewijden – , maar je hoort weinig over dog pisstle, wat toch ook een stiekeme gewoonte is, ditmaal van hondenbaasjes.

Ik besloot niet alleen op mezelf te letten, maar ook op anderen; misschien kon ik bij hen dezelfde stress bespeuren die mijn kaak mogelijk van streek had gemaakt. Ik werd snel op mijn wenken bediend. Eerst door Jesse Klaver, die vuile handen maakte met het gooien van modder die hij beter had kunnen laten opdrogen in een hoekje van het Binnenhof. Toen hij uitgegooid was, kreeg hij er grote spijt van. Klaver was opeens de vleesgeworden stress. Hij haatte zichzelf nog meer dan hij Zihni Özdil haatte. Dit was „de lelijkste politiek die er bestaat”, gaf hij toe.

Nog dramatischer vond ik de afgang van Kiki Bertens in Parijs. Kiki kan goed tennissen, maar ze is geen wonder van stabiliteit. Ze heeft moeite met hoge verwachtingen. Daarom speelt ze na een sterk toernooi vaak een zwak toernooi. Na zo’n sterk toernooi moeten we haar voortaan volledig met rust laten. Geen felicitaties, geen bewonderende analyses, geen vragen over het volgende toernooi.

Kortom, géén verwachtingen, want ze bezwijkt eronder. Bij haar kwam de stress in een niet ongebruikelijk vorm: die van buikpijn. „We horen buikgriep voorbijkomen”, giste een tv-verslaggever. Ik hoorde gelukkig niets, maar wist wel wat hij bedoelde. Haar coach Raemon Sluiter drukte zich iets directer uit: „Vanaf 4 uur vannacht heeft ze meer op het toilet gezeten dan op bed gelegen. Zowel van boven als van onderen kwam het er in grote regelmaat uit.”

Ik vond het zo zielig voor Kiki dat ik mijn kaak volledig vergat.