‘BWAM!, dít wil ik communiceren’

Arjan Benning over het thema van juni, ‘Nederland eet’

Foto Arjan Benning

Arjan Benning behoort tot de beste reclamefotografen ter wereld. Hij werkt voor bureaus, musea, culturele instellingen en tijdschriften wereldwijd en fotografeert net zo lief een paard in de mist als een biefstuk of een bankstel. „Ik zou het saai vinden als ik alleen maar potjes Nivea of auto’s zou kunnen fotograferen. Dan wordt het fabriekswerk.”

Het fotograferen van voedsel heeft hij tot ware kunst verheven. Een glas wijn explodeert waar je bij staat, een bosje paddestoelen lijkt geschilderd door een oude meester. „Voedsel is gewoon een heerlijk onderwerp”, zegt Benning, die zelf ook enorm van lekker eten en koken houdt – al is dat niet per se een voordeel bij zijn vak. „Als voedselfotograaf moet je alles kunnen fotograferen, of je het nou lekker vindt of niet.”

Volgens Benning wil het wel helpen als je als fotograaf een mening over je onderwerp hebt. “Ik kan me herinneren dat we voor NRC ooit een koeienmaag hebben gefotografeerd. Dat is zo’n beetje het goorste stuk vlees dat je kan verzinnen. Die maag hebben we toen rauw in beeld gebracht. Zoiets is dan zo smerig dat ik daar wel een emotie bij voel. Dat maakt het extra leuk om er iets mee te doen.”

Tobias Reymond

Het begon al op de kunstacademie. Liep hij een halfjaar stage bij food-fotograaf Tobias Reymond. Niet zozeer omdat hij voedsel wilde fotograferen, meer omdat hij nieuwsgierig was naar het gebruik van licht. „Reymond maakte heel kleine stills in kleine ruimtes. Dat is overzichtelijk en dan leer ik het sneller, was mijn gedachte.” Dat bleek te kloppen. „Of je nu een theekopje moet uitlichten of een auto, dat maakt in feite niet zoveel uit.”

Levende ingrediënten

Een foto begint bij Benning met het verzinnen van het verhaal dat hij wil vertellen. „En dat kan bij mij alle kanten op vliegen.” Zo bedacht hij bij een kookboek van chef-kok Robert Kranenborg voor De Wereld Draait Door dat het leuk zou zijn om de dierlijke ingrediënten levend te fotograferen. „Komen er een koe en een haas de fotostudio binnenlopen. Kunnen de mensen zien waar het van gemaakt wordt.” Voor een gerecht met lamshart – voor de NRC-rubriek van Joël Broekaert – fotografeerde hij een dartel lammetje, met de vorm van een hartje uit z’n vacht geschoren.

Een gerecht letterlijk fotograferen? Dat zou wel heel gemakkelijk zijn. „Ik vind het leuk om een beeld meerdere betekenissen mee te geven. Dat je de kijker eerst een klap in het gezicht geeft: BWAM!, dít wil ik communiceren. En dan: o, wacht eens even, dit kan helemaal niet. Spelen met herkenbaarheden, dat maakt het voor mij zo leuk.”

Analoge beeldmanipulatie

Een glas bier dat spetterend ondersteboven valt, een koffiestraal die je tot in het kopje kan volgen – je zou denken dat daar een hoop computermatig knip-en-plakwerk aan te pas komt. Maar dat valt reuze mee. „Wat je ziet op de foto hebben we vaak van tevoren geprepareerd en vervolgens zo gefotografeerd. We werken in de studio met glasplaten, gekke hoeken, machines, verlichting – dat doet een heleboel. Je zou het analoge beeldmanipulatie kunnen noemen.” Voor de duidelijkheid: ‘we’ staat hier voor Benning en fotograaf Polina Gladkova, met wie hij alles verzint en uitvoert.

Heel belangrijk is de structuur van het eten, die moet overkomen. „Hoe meer structuren, hoe spannender.” Moet het er glanzend uitzien of juist mat? „Neem een olijf, die is van nature dof. Soms kan het voor de foto mooier zijn als die glanst. Dan moet je er olijfolie op smeren. Een gewassen wortel moet nat zijn. Is die droog geworden, moet iemand die met een kwastje weer nat maken. Je gelooft het misschien niet, maar er zijn mensen die daar hun beroep van hebben gemaakt.”

Omhoog, omhoog

Wil je goede food-foto’s maken, begin dan altijd met het bepalen van je standpunt, adviseert Benning. „Dat is makkelijk, want je hebt maar een kleine set. Kijk door je vingers, beweeg iets omlaag, omhoog, opzij, en doe dat zonder camera voor je hoofd. Heb je de goede plek gevonden, zet je daar je camera op een statief. Als laatste regel je het licht.”

Werk je niet in een studio en heb je geen licht? Zijn tip: maak dan je foto met groot tegenlicht. „Zet het voedsel gewoon voor het raam. Schiet naar het raam toe en hang een stukje papier boven of naast je camera. Dat reflecteert het licht, zodat de schaduwpartijen ook nog wat tekening krijgen. Dan heb je al snel een goede foto.” Tenzij je er te lang over hebt gedaan en het eten er niet meer uitziet. “Dan moet je nog even terug naar de keuken.”
Tot slot: heeft hij favoriet voedsel om te fotograferen? „Jazeker: chocolade. Dat kan ik dan na de shoot meteen opeten. Ik ben er gek op!”