Recensie

Recensie Boeken

Best lastig om bewijzen van Gods bestaan te vinden

    • Arjen Ribbens

Aan tientallen wetenschappers en theologen, van de aartsbisschop van Canterbury tot hardcore atheïsten, vroeg de ervaren Britse thriller-schrijver Peter James (1948) wat zij als het ultieme bewijs van Gods bestaan zouden zien, en wat de gevolgen zouden zijn als dat bewijs geleverd wordt. Zijn enquête gebruikte James om zijn gedachten te vormen voor Ultiem bewijs, dat de auteur in zijn nawoord ‘het moeilijkste boek’ noemt dat hij ooit schreef.

In 1989 werd James gebeld door een hem onbekende oudere heer. Die beweerde bewijs te hebben ontvangen van Gods bestaan. Ook verklaarde de man te hebben gehoord dat er een auteur met de naam Peter James bestond die hem zou helpen om serieus genomen te worden. Dat gegeven werkt hij bijna dertig jaar later dus uit in zijn 35ste roman.

Onderzoeksjournalist en Afghanistan-veteraan Ross Hunter krijgt een telefoontje van ene Harry F. Cook, die bewijs zegt te hebben voor het bestaan van God. Of Hunter hem wil helpen de laatste puzzelstukjes te vinden en zo de wereld te redden. De journalist krijgt van hem drie sets coördinaten, onder meer van de vindplaats van de heilige graal en de plek van de aanstaande wederkomst van Christus.

De aanvankelijk sceptische journalist raakt geïntrigeerd, ook al omdat hij bij zijn zoektocht belaagd wordt door partijen die kennelijk minder enthousiast zijn over het vooruitzicht dat het bestaan van God aangetoond kan worden – ‘Onze branche is gelóóf, geen bewijs’, zegt een geestelijke.

James, die de laatste jaren vijftien thrillers schreef met inspecteur Roy Grace in de hoofdrol, begeeft zich dit keer in Dan Brown-territorium. Net als de schrijver van De Da Vinci Code mixt hij in Ultiem bewijs religie, wetenschap en geschiedenis. De Nederlandse uitgever koestert kennelijk hoge, Brown-achtige verwachtingen en kondigt een uitgebreide marketingcampagne aan. Is de opwinding terecht?

James is een meeslepende, intelligente en ook geestige verteller. Grappig is bijvoorbeeld het cynisme van twee partijen die achter Hunter aan jagen: een charismatische, geldbeluste dominee en een farmacie-fabrikant die markt ziet in geneesmiddelen op basis van het DNA van Jezus.

Ergerlijk daarentegen zijn de onvermijdelijke, nogal gekunstelde privé-besognes van Ross Hunter – thrillerhelden moeten nu eenmaal hun zwakke kanten hebben, zo wil de mode, zodat de lezer zich in hen kan herkennen. Bij de onderzoeksjournalist is dat de problematische band met zijn vrouw, zwanger van hun eerste kind. Hoe die verstandhouding in razend tempo al sms’end verslechtert, is nauwelijks geloofwaardig. Geslaagd daarentegen is de plot, met het verrassende ultieme bewijs, een natuurgebeurtenis waarover de actualiteitenprogramma’s niet uitgepraat raken.