Schaapman: „Mijn ideaal is een algemene regeling. Geef iedereen die is blootgesteld aan een gevaarlijke stof én ziek geworden is een redelijk bedrag”.

Foto Wouter Van Vooren

‘Als je maar lang genoeg traineert, geeft iemand wel op’

Interview | Marian Schaapman, expert beroepsziekten Ze adviseerde de gemeente Tilburg om 800 mensen te vergoeden voor ongezond werk - of ze nu ziek waren geworden of niet. Veel werkgevers schrokken daarvan. „We moeten naar een betere manier om dit soort zaken af te handelen", aldus Schaapman.

Wie ooit ziek is geworden door het werken met gevaarlijke stoffen – zoals longkanker door het werken met de schadelijke stof chroom-6 – kan alle schade verhalen op zijn of haar voormalige werkgever: van de extra ziektekosten en aanpassingen aan de woning, tot gemist salaris en geestelijk leed. Dat staat in het burgerlijk wetboek, om precies te zijn in artikel 7:658.

Maar in de praktijk zetten zieke mensen maar zelden die stap. En de weinigen die het wel doen, komen vervolgens in zo’n ingewikkeld en langdurig proces terecht, dat velen alsnog afhaken. „Van de volhouders krijgt slechts een beperkt deel daadwerkelijk een schadevergoeding, die in de meeste gevallen niet eens de volledige schade dekt”, zegt Marian Schaapman. „In werkelijkheid is de wettelijke schadevergoeding dus een soort fictie.”

Schaapman werkt sinds 2017 als hoofd gezondheid, veiligheid en arbeidsomstandigheden bij ETUI, het onderzoeksinstituut van de Europese vakbeweging in Brussel. Daarvoor voerde ze bij vakbond FNV schadeprocedures voor zieke werknemers. Én ze zat in de commissie die onlangs een spraakmakend advies uitbracht in de Tilburgse chroom-6-affaire.

In Tilburg werkten begin deze eeuw 800 mensen aan de restauratie van treinen van Nedtrain. Tijdens het schuren en overschilderen van de oude verflaag kregen zij de kankerverwekkende stof chroom-6 binnen. Om deze mensen de ingewikkelde rechtsgang te besparen, adviseerde de commissie alle oud-werknemers een schadevergoeding te geven – of ze nu ziek waren geworden of niet. De gemeente Tilburg nam dat advies meteen over en keerde iedereen een bedrag van 7.000 euro uit. Daarbovenop was er nog een financiële regeling voor mensen die daadwerkelijk ziek werden.

De Tilburgse affaire zorgde ook voor onrust op de hoofdkantoren van andere bedrijven en overheidsdiensten. Nieuwe zaken rond beroepsziekten zijn sindsdien in volle gang, of komen eraan. Zo is het ministerie van Defensie nog bezig met de afhandeling van vele honderden zaken van zieke (oud-)werknemers die op NAVO-locaties met chroom-6 werkten, terwijl veel veteranen nu ook klagen over giftige rook van brandend afval (burn pits) tijdens missies. En meerdere overheidsgebouwen worden nu nagevlooid op de schadelijk stof, net als bruggen en werkplaatsen van onder meer KLM en Schiphol. Mogelijk zal daaruit blijken dat nog vele tienduizenden andere mensen zijn blootgesteld aan giftige stoffen.

Wat gebeurt er als die allemáál een schadevergoeding moeten krijgen? „De angst dat Tilburg automatisch navolging krijgt, is begrijpelijk, maar ongegrond”, zegt Schaapman. „Van juridische precedentwerking is in deze zaak geen sprake: de regeling die er nu is, geldt voor een specifieke groep. Het is geen rechterlijke uitspraak. Dus niemand kan hieraan rechten ontlenen.”

Maar de Tilburgse aanpak kan volgens haar wel helpen bij het in goede banen leiden van de nog te verwachten schadeprocedures rond schadelijke stoffen. Een „basisregeling zoals in Tilburg”, waarbij niet elk individueel geval tot op de bodem wordt uitgespit, kan volgens Schaapman in veel gevallen een slepende procedure voorkomen.

Over het hoe en waarom van zo’n aanpak wil Schaapman op haar kantoor in Brussel graag meer vertellen. Maar eerst richten we ons nog even naar Tilburg.

Waarom kozen jullie er in Tilburg voor om iedereen geld te geven?

„Omdat het ging om de meest kwetsbare groep die je je kunt voorstellen: vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië en Somalië, mensen met psychische problemen, mensen die in detentie hebben gezeten. Allemaal laag opgeleid en gedwongen te werken. Want wie weigerde, verloor zijn uitkering. Deze mensen zouden nooit zelf een schaderegeling kunnen afdwingen en bovendien was niemand lid van een vakbond. Daarom besloten we om in de eerste plaats iets te doen voor deze doelgroep.”

Dachten jullie na over het mogelijke effect op de rest van Nederland?

„Nou, daar hebben we wel bij stilgestaan. Maar we zouden geen knip voor de neus waard zijn geweest als we deze mensen om die reden geen recht hadden gedaan. Daar komt bij dat de gevaren van chroom-6 destijds al lang bekend waren, maar dat de gemeente Tilburg de mensen toch heeft laten werken. NS heeft ook flinke steken laten vallen door Tilburg niet te vertellen dat die stoffen in de treinen zaten. Tilburg heeft erkend zijn zorgplicht als werkgever te hebben geschonden. Er was duidelijk sprake van normschending.”

‘Normschending’ is een sleutelbegrip in procedures rond gevaarlijke stoffen. De werkgever moet namelijk aantonen zich te hebben gehouden aan de wet, bijvoorbeeld de voorschriften voor arbeidsomstandigheden. Kan die dat niet, dan is er sprake van ‘normschending’ en kan de werknemer de volgende stap zetten: aannemelijk maken dat hij of zij is blootgesteld aan een gevaarlijke stof, en dat dit hem of haar ziek heeft gemaakt. Met name deze eis maakt dat rechtszalen bij dit soort zaken jarenlang een podium worden voor gezondheidsexperts, die daar betogen dat de klachten wél of juist níét te maken hebben met de blootstelling aan de stof.

„Dan gaat het bijvoorbeeld over de vraag of meneer ook gerookt heeft en of dat misschien tot de ziekte heeft geleid”, zegt Schaapman. „Dat is ook een beetje de strategie van verzekeraars: moeilijk doen. Als je maar lang genoeg traineert, dan geeft iemand wel op.”

Is er dan eigenlijk wel een begaanbare route om je recht te halen?

„Nee, die is er niet. Een rechtszaak kost veel geld en dat kan een individu niet opbrengen. Ik ken gevallen van mensen die leningen hebben afgesloten om zo’n zaak te voeren. Tegelijkertijd is de noodzaak van een schadevergoeding voor een oud-werknemer groter dan vroeger. Want als je door blootstelling aan schadelijke stoffen blijvend ziek wordt, krijg je een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Maar die uitkeringen zijn de laatste decennia zo uitgekleed, dat de uitkering bij ziekte vaak erg laag is.”

Bij Defensie heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) uitgezocht welke ziekten veroorzaakt kunnen zijn door chroom-6. Helpt dat?

„Voor bepaalde groepen helpt dat zeker. Zo heeft het RIVM vastgesteld dat chroom-6 longkanker kan veroorzaken. Maar er blijven mensen met bepaalde ziekten buiten vallen, zoals bepaalde vormen van kanker of auto-immuunziekten als reuma. Daar komt bij dat het RIVM gróépen blootgestelde werknemers vergelijkt met de rest van de bevolking, en dan betekenisvolle verschillen zoekt. Maar ook als je op groepsniveau geen verhoogde kans vindt op een bepaalde ziekte, kan het nóg zo zijn dat een individu de ziekte wel degelijk heeft gekregen door blootstelling. De wetenschappelijke formulering luidt dan: het verband tussen deze ziekte en deze stof kan niet worden aangetoond. Maar dat wil niet zeggen dat zo’n verband er niet is.”

De Tweede Kamer probeert bij de uitvoering van de regeling door Defensie extra onderzoek te laten doen, onder meer om te kijken of er niet alsnog een verband is tussen chroom-6 en auto-immuunziekten zoals reuma. Wat vindt u daarvan?

„Daar heb ik een heel duidelijke opvatting over: laten we daarmee ophouden. Extra wetenschappelijk onderzoek is goed, maar niet om een lopende regeling aan te passen. Ik zie in de Kamer wat ik ook zie in de rechtszaal – een eindeloze discussie over welke gevallen in aanmerking komen voor een vergoeding en wat je moet met mensen die buiten zo’n regeling vallen. Daar kom je niet uit. We moeten naar een andere, betere manier om dit soort zaken netjes af te handelen.

„Mijn ideaal is een algemene regeling. Geef iedereen die is blootgesteld aan een gevaarlijke stof én ziek geworden is een redelijk bedrag, zodra een normschending is vastgesteld én de deskundigen het erover eens zijn dat die stof kan leiden tot een aantal ziektes.

„Asbest is dan natuurlijk hét voorbeeld – borstvlieskanker kan alleen van asbest komen. Maar dat chroom-6 kankerverwekkend is, daarover zijn we het ook eens. Zo’n collectieve regeling vormt een redelijke bodem. En mensen die het basisbedrag dan te laag vinden, bijvoorbeeld omdat ze grote schade hebben geleden, kunnen altijd nog een procedure beginnen.”

Wordt dat niet heel kostbaar, zo’n basisregeling?

„Dat valt erg mee, verwacht ik. Om te beginnen bespaar je enorm op de kosten, doordat je minder juridische procedures krijgt. De uitgaven aan bijvoorbeeld advocaten en deskundigen liggen vaak hoger dan het bedrag van de schadevergoeding. Bovendien geef je bij zo’n regeling wel een reëel bedrag, maar niet het maximumbedrag. Als je het leed van mensen ruimhartig erkent en hen meeneemt door te zeggen: ‘Het schadebedrag staat in geen verhouding tot wat je is aangedaan, maar bespaart je een eindeloze procedure’, dan snappen mensen dat ze geen volledige schadevergoeding krijgen. Ik geef je op een briefje dat niet zo veel mensen dan verder procederen.

„Dat zie je bijvoorbeeld al bij asbest. Daarvoor bedraagt de uitkering op het ogenblik 55.000 euro. Advocaten vinden dat bedrag schandalig laag en natuurlijk is er ook wel wat op af te dingen. Maar het is wel een behoorlijk bedrag én het wordt behoorlijk vlot afgehandeld. Dat is een belangrijk punt: in de uitvoering moet snelheid en goede begeleiding zitten. En zeker ook menselijkheid. Die term hebben we met opzet in het Tilburg-rapport gezet.”

Zou die regeling uitgevoerd moeten worden door een aparte instelling, zoals het FNV-bureau waar u zelf vroeger dit soort procedures deed?

Schaapman lacht even. „Nou, dankuwel voor deze vraag. Ik denk inderdaad dat we behoefte hebben aan een onafhankelijk orgaan dat voor álle sectoren de regelingen uitvoert. Daar is in het verleden ook heel goed onderzoek naar gedaan door adviesbureau PriceWaterhouseCoopers. Het idee was de oprichting van een onafhankelijk medisch beoordelingscentrum, waarbij vakbonden, verzekeraars en bedrijven waren betrokken. De verzekeraars wilden wel, want die hebben nu ontzettend veel kosten en onzekerheid over toekomstige claims. De werkgevers waren huiverig, omdat zij waarschijnlijk het meeste moesten gaan betalen. Die hebben zich ook teruggetrokken.

„Maar de noodzaak voor zo’n centrum is sindsdien alleen maar gegroeid, zoals de chroom-6-affaire duidelijk laat zien. Daar komt bij dat een goede aanpak van compensatie beroepsziekten uiteindelijk ook voorkomt. Zo wordt het aantal gevallen van [de ‘schildersziekte’] OPS jaarlijks minder, omdat er op een gegeven moment strengere regelgeving is gekomen voor het werken met bepaalde verfsoorten. Dat is natuurlijk ook het idee: dat we mensen minder gaan blootstellen aan gevaarlijke stoffen.”