Opinie

‘Afrika is een continent, geen land’

De Keniaanse schrijver Binyavanga Wainaina ontmaskerde clichés over Afrika. rouwt om de veelkleurige auteur die hem inspireerde.

Op 21 mei overleed de Keniase schrijver Binyavanga Wainaina op 48-jarige leeftijd.
Op 21 mei overleed de Keniase schrijver Binyavanga Wainaina op 48-jarige leeftijd. Foto Ben Curtis/AP

Het nieuws over de dood van de Keniaanse schrijver Binyavanga Wainaina op 21 mei bereikte mij via een tweet. „Dank je, Binyavanga Wainaina, voor het radicale, kritische en empathische denken dat je de wereld hebt gebracht”, schreef de Fins-Zweeds-Nigeriaanse schrijver Minna Salami. „Een hartverscheurend bericht, rest well big bro.” Bij die woorden was een foto gevoegd, van haar en Wainaina, bij een TEDxTalk die hij vier jaar geleden hield in Londen. Hij draagt een blauw colbert boven een rood prinsessen-rokje. Zijn hoofd heeft hij kaal geschoren, op een plukje haar na in de kleur van zijn rokje. Zijn schoenen hebben de kleur van goud.

Dit kan niet waar zijn, zeg ik tegen mijzelf, bij het lezen van Salami’s tweet. Maar na een kleine online zoektocht moet ik het onvermijdelijke toch verwerken – de schrijver die mij mede inspireerde om in de kracht van het essay en literaire non-fictie te geloven en zelf essayist te worden is op de leeftijd van 48 jaar na een kort ziekbed overleden in Nairobi. Wie was deze kleurrijke Keniaanse schrijver en wat kunnen wij van zijn beroemdste werk en zijn leven leren?

„De Keniaanse schrijver die niet bang was om westerlingen een beetje belachelijk te maken” schreef de Volkskrant in een necrologie. De krant doelde op het essay How to write about Africa dat Wainaina in 2005 in het Britse literaire tijdschrift Granta publiceerde en een jaar later in boekvorm bij zijn eigen uitgeverij uitbracht. Hij had voor eerder werk al een prestigieuze literaire prijs gewonnen maar dit polemische essay zette hem in één klap internationaal op de kaart.

Gebruik altijd het woord ‘safari’ als je over Afrika schrijft

In het essay geeft hij een satirische instructie over hoe je voor een Westers publiek over Afrika moet schrijven. „Gebruik altijd het woord ‘Afrika’ , ‘donker’ of ‘safari’ in de titel.” Hij raadt aan „geen aangepaste Afrikaan” op het omslag te zetten, maar eentje „met een AK47 en blote borst”. Verder moet de auteur ervoor zorgen dat de personages „ritme en muziek in hun ziel hebben.”

Met How to Write About Africa slaagde hij erin om het dominante beeld dat bestaat van Afrika in het Westen (gevormd door intellectuelen, journalisten en NGO’s) volledig te deconstrueren. Het werd in 2005 gepubliceerd, maar tot op de dag van vandaag wordt Afrika als homogene entiteit beschouwd door Westerse media. Het was pijnlijk zichtbaar deze week, toen de Gazet van Antwerpen een artikel schreef over Anneleen en Nathan, twee twintigers die met hun bedrijf per verkocht artikel geld reserveren voor een goed doel. ‘Koppel wil half miljoen euro ophalen om bomen te planten in Afrika’ kopte de krant. „Ze hopen 500.000 euro op te halen om er in Afrika vijf miljoen bomen mee te planten.” Je zou bijna geloven dat de redactie de satirische instructie uit How to Write About Africa hebben gevolgd, waarin Wainaina schrijft „Welke invalshoek je ook kiest, zorg dat je de sterke indruk wekt dat zonder jouw tussenkomst Afrika ten dode opgeschreven is.”

Afrika is een continent, geen land

Anno 2019 wordt Afrika nog steeds als een land gezien, ook door Nederlandse media. Het verklaart waarom de meesten een ‘Afrika-correspondent’ hebben, die voor verschillende mediakanalen een continent van duizenden culturen, etniciteiten en culturen moet verslaan (hetzelfde geldt overigens voor Azië). „Behandel Afrika in je tekst alsof het één land is. Het is warm en stoffig met glooiend grasland en enorme kuddes dieren en lange, magere mensen die honger lijden. Of het is warm en dampend met heel kleine mensen die primaten eten.” Regelmatig krijg ik van journalisten te horen dat hun redacties vooral geïnteresseerd zijn in eenzijdige verhalen over Afrika. De Nederlandse consument zou vooral geïnteresseerd zijn in verhalen over conflict, oorlogen, crisis, migratie en andere ellende.

De realiteit is dat schrijvers en journalisten verantwoordelijk zijn voor beeldvorming. De eeuwen voortdurende eenzijdige en simplistisch beeldvorming van Afrika verklaart waarom Nederlandse politici zoals Sybrand Buma (CDA) en Geert Wilders (PVV) de afgelopen jaren iedere gelegenheid aangrepen om te waarschuwen voor de ‘Afrikaanse bevolkingsexplosie’ die het ‘broze Europa’ bedreigt.

„Verlies je niet in nauwkeurige beschrijvingen. Afrika is groot: vierenvijftig landen, 900 miljoen mensen die te druk bezig zijn met verhongeren en doodgaan en oorlog voeren en emigreren om jouw boek te lezen. Het continent is vol woestijnen, oerwouden, hoogvlakten, savannes en andere dingen, maar daar heeft je lezer geen boodschap aan, dus houd je beschrijvingen romantisch en suggestief en algemeen.”

Via sociale media wordt het beeld evenwichter

Wainaina formuleert hier een directe aanklacht tegen de eenzijdige berichtgeving door Westerse media over Afrika. Het is belangrijk om te vermelden dat dankzij sociale media een evenwichtiger beeld ontstaat van het Afrikaanse continent, het verklaart ook waarom het essay van Wainaina juist nu populairder dan ooit is – het is verspreid via sociale media. Het essay is verplicht leesvoer voor iedere geïnteresseerde Westerse burger, omdat het bestaande stereotypen over Afrika ridiculiseert. Wainaina liet met het essay zien dat hij als geen ander begreep dat de vorm waarin je je punten maakt net zo belangrijk is als de inhoud. Met een knipoog, het mag de lezer niet al te zwaar op de maag liggen.

In 2011 verschenen Wainaina’s lang verwachte literaire memoires One Day I will write about this place. In het boek beschrijft hij zijn zoektocht naar een plek waar hij zichzelf kan zijn, zich thuis kan voelen en zijn dromen kan verwezenlijken. Wainaina neemt de lezer mee naar zijn geboortestadje Mwingi in Kenia, waar hij opgroeide in een middenklasse-gezin. We volgen zijn avonturen op school, zijn meertalige en multi-etnische opvoeding, maar lezen vooral over zijn dromen. Daar waar zijn vader van hem verwachtte dat hij arts zou worden of een ander prestigieus beroep zou kiezen, droomde Wainaina van een leven als kunstenaar of journalist.

Het Afrika van scholen, familieroddels en bruiloften

In het boek verslindt hij romans en neemt hij de lezer mee naar de wereld van de legendarische Congolese band T.P. O.K Jazz, die op iedere hoek van Mwingi te horen is. Toen hij Kenia verliet voor een studie in Zuid-Afrika, werd hij verliefd op de muziek van Brenda Fassie, een artiest die hij net als O.K. Jazz en Michael Jackson regelmatig in het boek aanhaalt. Kortom, met zijn literaire non-fictie liet Wainaina de lezer een deel van Afrika zien dat westerlingen zoals Sybrand Buma en Geert Wilders niet zien in hun krant of op tv. Of zoals de Amerikaanse Schrijver Teju Cole het verwoordt: „Wat het boek goed maakt, is het bezielde relaas van het Afrika waarover we meer moeten horen. Het Afrika van de scholen, bruiloften, tv-programma’s, grappen, politiek, familieroddels en persoonlijke dromen.”

Kortom, behalve harde kritiek op Westerse intellectuelen en journalisten over hun beeldvorming over Afrika, wist Wainaina een stap verder te gaan – door zelf een verhaal te vertellen. Het is één ding om ontevreden te zijn over hoe anderen jouw verhaal vertellen, het is iets anders om dat verhaal zelf op te kunnen schrijven. Wat dat betreft was Wainaina een kind van zijn tijd, een generatie van jonge Afrikaanse schrijvers die wilde breken met de beelden die anderen op hun continent plakten. Wainaina’s goede vriendin, de gerenommeerde Nigeriaanse schrijver Chimamanda Ngozi Adichie, behoort tot die generatie. Een van haar beroemde TEDTalks draagt de titel ‘The Danger of a Single Story’. Daarin pleit zij net als Wainaina voor diversiteit van verhalen. „Het grotere verhaal van Afrika gaat denk ik nog altijd over rampspoed. Over een plek in nood”, zei zij in een interview met de BBC vorige jaar. Maar Afrika is een complexe plek, vervolgde ze: „Met heel veel problemen, maar ook met veel vernieuwing, en dromen en talenten.”

Wat Wainaina en zijn tijdgenoten zoals zijn vriendin Adichie van ons vragen is om Afrika het recht op nuance te gunnen. Ja, het is een plek met veel rampen – maar het is vooral ook een plek van mensen die dromen, romans lezen, liefde bedrijven en ambities hebben.

Lees ook: Afrikaanse geschiedenis, zonder witte hoofdrolspelers

In Nederland zijn Wainaina’s memoires door de Geus uitgegeven onder de titel ‘Op een dag zal ik schrijven over Afrika’. Na een lange periode van reizen beschouwt Wainaina het Afrikaanse continent, met al haar lelijkheid en schoonheid, uiteindelijk als een thuis. „Ik wil een leven leiden waarin de verbeelding vrij is. Ik wil met mensen uit alle werelddelen werken en nieuwe spannende dingen maken”, vertelde hij in een interview. „Ik wil dat de kinderen van deze generatie jongeren de Afrikanen hun eigen verhalen zien schrijven. Die eenvoudige daad is volgens mij de meest politieke daad die we kunnen verrichten.”

Tijdens mijn studententijd in Amsterdam kwam ik via Twitter in aanraking met het essay van de Keniaanse schrijver. Later las ik zijn memoires. Hij heeft mij mede-geïnspireerd om essayist te worden. Om me ervan bewust te zijn dat wat een individu overkomt vaak voortvloeit uit structuren en dat verhalen vertellen een krachtig instrument is om die te deconstrueren. Hij heeft mij geleerd dat schrijven oorlog is waar niet de kogels maar woorden het ritme bepalen.

Een verloren hoofdstuk in de memoires

Die overtuiging, dat schrijven oorlog is, bewees hij in 2014, toen hij tijdens een golf van homofobe wetgevingen op het Afrikaanse continent een essay op online platform Africa is a country publiceerde waarin hij uit de kast kwam. Het essay getiteld ‘I Am a Homosexual, Mum’ presenteerde hij als een ‘verloren hoofdstuk’ uit zijn memoires. Een hoofdstuk dat hij niet had durven publiceren.

Maar nu homoseksuele vrienden in Nigeria, Oeganda en elders op het Afrikaanse continent een gevangenisstraf riskeerden, besloot Wainaina dat het tijd was om de stilte te doorbreken. In het stuk legt hij een fictief bezoek af aan zijn moeder op haar sterfbed om haar over zijn seksualiteit te vertellen. „Niemand, niemand in mijn leven heeft dit ooit gehoord. Nooit, mam. Ik vertrouwde je niet, mam. En. Ik. Zoog diep de lucht in tot een bal in mijn navel en ademde die langzaam en stevig, vloeiend en zonder te stokken weer uit, luid en duidelijk van mijn mond over een schouder in haar oor. „Ik ben homoseksueel, mam.”

Het waren magische woorden, die zijn status als rolmodel bevestigden en hem een plek opleverde in de ranglijst van de ‘100 meest invloedrijke personen op aarde’ van TIME Magazine. Zijn vriendin Ngozi Adichie stelde dat Wainaina homoseksualiteit heeft ‘gedemystificeerd en gehumaniseerd’, nadat familieleden van een overleden vriend van Wainaina uit een kerk werden weggejaagd toen ze voor hem een waardig afscheidsdienst wilden houden. In het artistieke milieu in Nairobi waar Wainaina verbleef, kon hij al open zijn over zijn seksualiteit. Maar hij voelde de verantwoordelijkheid om als schrijver de stilte te doorbreken, om te voorkomen dat nog meer mensen gedwongen werden in stilte te overlijden. Later maakte Wainaina in een ander essay bekend dat hij seropositief is, waarmee hij het taboe op aids doorbrak.

Een man kan een TEDxTalk houden in prinsessenrok

Vorig jaar kondigde hij een huwelijk aan met zijn geliefde. „Hij zei ja, meteen”, schreef hij op Facebook. Ze zouden volgende jaar trouwen. Wainaina zal worden onthouden als iemand die het leven in zijn totale schoonheid en gebreken heeft omarmd. Maar ook als iemand die indelingen in hokjes durfde te bevragen, en liet zien wat mogelijk is. Dat je een TEDxTalk in een prinsessenrok kunt houden, dat je ondanks tegenslagen lief kunt hebben en geliefd kunt zijn.

Wij leven in een wereld waar mensen niet waarachtig durven te zijn. Het is deze week weer gebleken, nadat GroenLinks Kamerlid Zihni Özdil moest vertrekken omdat hij bij zijn principes bleef en niet hersenloos gehoorzaam wilde aan zijn politieke leider. „Ik heb vaak het gevoel gehad in een keurslijf te zitten”, zei hij tegen de Volkskrant. Met opgeheven hoofd besloot hij zijn Kamerlidmaatschap aan GroenLinks terug te geven.

Deze kille wereld heeft behoefte aan moedige mensen

Het verhaal van Özdil laat zien dat ook hier in Nederland van mensen wordt verwacht dat zij hun individualiteit opgeven en zich conformeren aan hele rare principes zoals fractiediscipline. In die kille wereld zie ik de noodzaak van moedige mensen, mensen die niet alleen zeggen dat het anders kan, maar ook anders handelen. Ik hoop dat Wainaina naast mij ook velen in Nederland inspireert en dat zijn werk gelezen wordt. Want moedige mensen zoals hij zijn zeldzaam – als we ze hebben, moeten we ze koesteren. En beschermen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.