Nieuw museum voor Wally Elenbaas

Verhalenhuis Belvédère Kunstenaar Wally Elenbaas wordt geëerd met een eigen museum. Vriend en bekend kunstenaar Klaas Gubbels exposeert er als eerste.

Wally Elenbaas maakte onder meer litho’s, zoals hier voor de groepstentoonstelling Teken aan de wand in 1956.
Wally Elenbaas maakte onder meer litho’s, zoals hier voor de groepstentoonstelling Teken aan de wand in 1956. Foto Cor van Weele/HH/Maria Austria Instituut

Klaas Gubbels keert dit jaar vaker dan ooit terug in Rotterdam. Zijn geboortestad eert de beroemde kunstenaar ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag met een aantal exposities en bijzondere uitgaven. De eerste tentoonstelling is gekoppeld aan de opening van het Wally Elenbaas Museum, gevestigd op Katendrecht. Op de bovenste verdieping van Verhalenhuis Belvédère is het cultuurleven in de negentiende en twintigste eeuw in de stad samengebald met dat van het hedendaagse Rotterdam.

Het pand dateert uit 1894 en heeft sindsdien onderdak geboden aan veel legendarische uitgaanstenten en illustere Rotterdamse figuren: café Tegenover de Veerpont, nachtclub Bellevue, Negro Palace Belvédère, de Kit Cat Cotton Club, bioscoop De Maas, café Alcazar en de Griekse animeerbars Bazoukias en Xenos. Toen kunstenaar Wally Elenbaas en zijn echtgenote, de fotografe Esther Hartog, in de oorlogsjaren het bovenhuis van Rechthuislaan 1 betrokken, namen ze zelf nog enkele nieuwe bewoners mee: joodse onderduikers die zich er relatief veilig waanden. Katendrecht was indertijd verboden terrein voor nazi’s vanwege de prostitutie en de al even verderfelijke jazz die er avond aan avond werd gespeeld.

Gevluchte schrijvers

Onderduikers zijn op Rechthuislaan 1 nog steeds te gast, nu in de personen van gevluchte schrijvers uit Iran en Syrië, terwijl ook de geest van Wally Elenbaas (1912-2008) er weer rondwaart. Op de plek waar hij leefde en tekende, wordt deze zomer het naar hem vernoemde museum geopend. Een klein wonder dat het ervan is gekomen. Het scheelde per slot van rekening niets of de gemeente had dit historische stukje van de Kaap meteen al in zijn sterfjaar met de grond gelijk gemaakt. Er zouden luxe appartementen met een inpandige garage komen. Het waren de kunstenaars Linda Malherbe en Joop Reijngoud die daar een stokje voor konden steken. Met hun initiatief om het gehele pand te behouden en er Verhalenhuis Belvédère in te vestigen, kregen de twee in 2009 het stadsbestuur aan hun zijde.

Dat Verhalenhuis werd onlangs door een gezelschap buitenlandse experts in toerisme nog bestempeld tot een van de bijzonderste attracties van Rotterdam. Het groeide in tien jaar dan ook uit tot een unieke sociaal-culturele instelling, al is dat een veel te kale benaming voor wat er allemaal te zien en te doen is. De benedenverdieping is ‘volkskeuken’, podium en internationaal buurtcentrum tegelijk. De etage erboven is bestemd voor aan de stad gerelateerde exposities. Er zijn de al genoemde verblijven voor writers in residence, die in hun eigen land gevaar lopen. En onder de authentieke, houten dakspanten waar ooit Elenbaas en Hartog hun onderkomen hadden, zijn binnenkort hun litho’s en foto’s – en die van hun Rotterdamse tijdgenoten – in wisselende presentaties te zien.

Tot eind augustus is een van de al volledig gerestaureerde vertrekken van Belvédère de tentoonstelling ‘Gubbels & Elenbaas’ ingericht. Klaas Gubbels, in Rotterdam opgegroeid en decennialang docent aan de Willem de Kooning Academie, kwam er vorige week voor over uit Arnhem, waar hij op jonge leeftijd met zijn moeder naartoe verhuisde. Zijn landelijke roem als de schilder, tekenaar en beeldhouwer van bovenal koffiekannen, en de routine waarmee hij nog iedere dag in zijn atelier aan het werk wil, staan hem nooit in de weg om zo vaak als mogelijk naar Rotterdam terug te keren.

Kroketten

Gubbels, ter plaatse vooral bekend door zijn muurschildering (‘De kroketten in het restaurant’) in Hotel New York, wordt in zijn geboortestad met meerdere exposities en evenementen geëerd. Behalve een duo-tentoonstelling met Elenbaas maakte Verhalenhuis Belvédère ook een boekje waarin Gubbels herinneringen ophaalt aan zijn Rotterdamse jaren. Tegelijkertijd zijn in gelimiteerde oplagen zijn litho’s ‘De Hef’ en ‘De brand van Rotterdam’ uitgegeven. In De Bijenkorf en grandcafé Dudok hangt werk van zijn hand. In oktober en november staan er tentoonstellingen op de agenda in zijn ‘huisgalerie’ Christian Ouwens (Eendrachtsweg 20) en Walgenbach Arts & Books (Gouwstraat 15). Van Klaas Gubbels bezit Rotterdam al een beeld op de Provenierssingel, maar er zijn plannen om de stad in dit feestjaar tot aankoop van een tweede sculptuur over te halen.

Gubbels is op de tentoonstelling in het Verhalenhuis aan Elenbaas gekoppeld omdat de twee op de Rechthuislaan lang samenwerkten. Als diens assistent kreeg Gubbels er in de jaren vijftig zelf het lithograferen onder de knie. In Belvédère leren de liefhebbers van zijn oeuvre hem kennen als de nét wat minder bedachtzame, maar even robuuste en gedreven schilder uit de periode vóór zijn iconische koffieketels. De basis van wat een levenslange fascinatie voor het schilderen van juist dat serviesgoed zou worden, was toen al gelegd. Het was op de etaleursafdeling in de Rotterdamse Bijenkorf, waar hij kort werkte, dat Gubbels zijn collega Wim Smit doorlopend met die kannen in de weer zag. „Dát beeld, en het feit dat Wally Elenbaas ook zo’n koffiepot in een werk van ‘m had opgenomen, zullen me onbewust wel op het spoor hebben gezet”, zei Gubbels.

Gubbels & Elenbaas, Wally Elenbaas Museum/Verhalenhuis Belvédère, Rechthuislaan 1, t/m 21 augustus.