Recensie

Recensie Boeken

Mooie mannen, die zijn Amerika’s kracht

Walt Whitman De grootse dichter van het natuurbeleven is, zo moet je vaststellen uit zijn dagboeken, interessant als hij mensen ontmoet.

    • Jan Donkers

Hoe meeslepend Walt Whitman’s uit 1855 daterende poëziebundel Leaves of Grass ook mag zijn, als ode aan Amerika, zijn natuur, zijn democratie, zijn bevolking, en hoe iconisch het boek ook nog steeds is binnen de klassieke Amerikaans literatuur: de tand des tijds heeft de monumentale bundel geen goed gedaan. Veel holle pathos, die nogal duidelijk aan het licht kwam toen het boek in 2005 door 22 dichters in het Nederlands werd vertaald. Zo werden de regels ‘hoe mooi en perfect zijn de dieren! Hoe mooi en perfect is mijn ziel. Hoe mooi en perfect is de aarde!’ destijds door een van de vertalers, Ilja Leonard Pfeijffer, treffend geparafraseerd als ‘Hoe mooi en perfect is ADO Den Haag en Heerenveen, hoe mooi en perfect zijn de Graafschap en Helmond Sport.’

In de ziekenbarakken

Het heeft uitgeverij Van Oorschot er, terecht, niet van weerhouden om, in het kader van hun lovenswaardige promotie van Amerikaanse klassiekers, de dagboekaantekeningen van Whitman (1819-1892), daterend uit 1882 onder de titel Specimen Days, voor het eerst in vertaling uit te brengen. De overlevering wil dat Whitman deze stapel papieren op een dag impulsief en zonder er verder naar om te zien naar de drukker zond. Maar vertaler René Kurpershoek – en met hem menig Amerikaanse-literatuurkenner – weet wel beter. Er is nauwkeurig redactiewerk aan voorafgegaan. Zoals het boek nu voor ons ligt is het in drie onderdelen te lezen, en daarvan zijn de beschrijvingen van zijn verblijf in de ziekenbarakken, tijdens en na de Amerikaanse Burgeroorlog, verreweg het boeiendst.

Whitman beschrijft de agitatie in Washington, waar hij verbleef, de angst als de Zuidelijken dreigen te winnen (‘Over een paar uur… zullen de Zuidelijke generaals met hun zegevierende horden hier zijn’). Maar veel indrukwekkender zijn de beschrijvingen van zijn rondgangen door de barakken met de geamputeerden, de hopelozen, de stervenden. Hij praat met ze, verzorgt hun wonden, leest ze voor, ziet het als zijn roeping en maakt geen onderscheid tussen soldaten van beide zijden.

Soms krijgt een stervende een gezicht, zoals de jongen van negentien uit Baltimore, ‘klaarblijkelijk zeer intelligent en welopgevoed – bleef mijn hand vasthouden – […] ik had hem zeer lief en kuste hem telkens, en hij mij.’ Als zijn conclusie dat ‘de echte oorlog nooit in de boeken komt te staan’ terecht is, heeft hij met deze aantekeningen althans een poging gedaan die te ontkrachten.

Na zijn beroerte en een dagboekloze afwezigheid van tien jaar, gaan zijn aantekeningen daarna in belangrijke mate over zijn omgeving en de natuur, en een mate van gewichtloos pathos is ook in deze pagina’s niet afwezig. Zijn lofzang op het Amerikaanse landschap, zijn bomen, luchten, rivieren, planten is euforisch, grenzend aan het manische, maar het wil althans deze lezer niet lukken er iets bij te voelen.

Stevig gespierd

De aantekeningen erna ontlenen vooral hun betekenis aan Whitmans beschouwingen over tijdgenoten als de Ierse dichter Thomas Carlyle en ontmoetingen met vakgenoten Ralph Waldo Emerson en Henry Wadsworth Longfellow.

In Whitmans bijna lyrische beschrijvingen zijn mannen ‘recht van lijf en leden, stevig gespierd, met heldere ogen die je recht aankijken’.

Het is wrang dit zoveel jaren later te moeten zeggen, maar de grootse dichter van het natuurbeleven is in deze aantekeningen voornamelijk interessant wanneer hij mensen ontmoet. En dan voornamelijk mannen, want zijn homo-erotische neigingen (die hij in een pas onlangs verschenen boek met gesprekken met schrijver, dichter en uitgever Horace Traubel benoemde als ‘de ene grote factor, compromitterende relatie in mijn leven, ik mag bijna van een tragedie spreken’) worden mooi geïllustreerd in zijn af en toe bijna lyrische beschrijvingen van mannen ‘recht van lijf en leden, stevig gespierd, met heldere ogen die je recht aankijken’. Zij vertegenwoordigen Amerika en zijn kracht en schoonheid in de visie van Whitman, die niet zelden gepaard gaat met een opmerkelijk dédain voor Europa – waar hij overigens nimmer een voet heeft gezet.