Hoe Marcus Aurelius leerde spreken in het openbaar

Redacteur Margot Poll bespreekt zes recent verschenen boeken. Vandaag over tuinen, de zee en avontuurlijk reizen.

1. Penelope Lively: Leven in de tuin


De Britse schrijfster Penelope Lively schrijft met Leven in de tuin het ultieme literaire tuinboek. De 86-jarige Lively maakt onderscheid tussen bestaande tuinen die zij bezocht in binnen- en buitenland en fictieve tuinen die worden opgevoerd in een roman. We lezen over de bestaande tuin van het schrijversechtpaar Leonard en Virginia Woolf. Zij kochten in 1919 het Monk’s House in East Sussex en legden een felgekleurde tuin aan die nu wordt beheerd door National Trust en nog steeds is te bezoeken. Lively prijst de prachtige dahlia’s, de rododendrons en ook al het fruit en groente. Woolf was een echte ‘tuinier’, ze plantte, ze wiedde, ze kende de ‘chocoladebruine aarde’. Tuinieren zit volgens Lively in je bloed en wordt doorgegeven via de vrouwelijke lijn.

Dan dwalen we door de fictieve tuinen in het werk van Elizabeth Bowen of in Rebecca van de Franse schrijfster Daphne du Maurier die de tuin als ‘narratief middel’ inzet om een bepaalde sfeer op te roepen. Klimop is populair bij romanschrijvers; zodra er klimop binnendringt in een verhaal, weet je dat er iets onheilspellends staat te gebeuren. Zo bestaat het bijgeloof dat klimop Londen zal overwoekeren als de mens uit de stad is verdwenen. Klimop is daarentegen dè plek waar roodborstjes hun nestje bouwen – daarom laat Lively de klimop gecontroleerd door haar tuin slingeren.

Penelope Lively: Leven in de tuin. Life of the Garden, vertaald door Nadia Ramer. De Geus, 222 blz. € 20

2. Jan Brokken: Zeedrift


In Zeedrift van Jan Brokken zijn verhalen uit drie zee-bundels samengevoegd. Zeedrift is een mooi woord, schrijft Brokken: ‘Strandvondst is me te nuchter; bij ‘zeedrift’ zie ik een boze zee voor me en schepen die hun lading verliezen.’ Het was op Curaçao dat de schrijver zijn ‘Wet van de zeedrift’ formuleerde: het mooiste afval komt van het verst weg. Ver weg in kilometers. Ver weg in tijd. Zo reist de schrijver naar eilanden – want waar is de zee meer op drift – maar ook naar andere plekken om doorleefde verhalen te vertellen. Hij heeft geen haast, hij ontmoet graag mensen die hem over vroeger kunnen vertellen of die dicht bij een vulkaan durven te varen. Vanaf de zee is alles mooier dan vanaf het land, lijkt de schrijver ons mee te willen geven.

In andere verhalen speelt (het verleden van) zijn moeder een rol. Hij reist naar Soerabaja en naar Leningrad om meer over haar jeugd uit te vinden. Hij heeft ‘wel de foto’s maar niet de bijschriften’. Brokken is een verhalenverteller pur sang: onderlegd, melancholiek, geestig en recht door zee.

Jan Brokken: Zeedrift. Atlas Contact, 428 blz. € 25

3. Mary Shelley: Frankenstein


In de sympathieke, mooi uitgegeven (in linnen gebonden) serie Wereldklassiekers voor Young Adults (YA) waarvoor schrijvers een wereldklassieker opnieuw vertellen, is na Romeo & Julia nu Frankenstein verschenen. Verteller en vertaalster Maria Postema heeft een combinatie gemaakt van de originele editie uit 1818 en die uit 1831. Het leukste van Frankenstein blijft dat de Engelse schrijfster Mary Shelley pas 18 jaar oud was toen zij Frankenstein schreef; zij bracht de zomer door met haar man, zoontje en stiefzusje bij de Engelse dichter Lord Byron. ’s Avonds bij het haardvuur werden spookverhalen verteld. Zoals in de Decamerone van de Italiaanse schrijver Bocaccio elke gast de opdracht kreeg een verhaal te vertellen, zo stelde Byron voor dat iedereen een griezelverhaal zou schrijven. Shelley verzon het verhaal over een ‘bleke student die een zelfgebouwde mens tot leven wekte’.

Zo ontstond het wereldberoemde verhaal over Frankenstein, de wetenschapper die een mens ontwikkelt wat een monster blijkt te zijn. Een ‘smerige bedoening’ noemt hij het project dat de voorbode is van een gevoelig en gruwelijk verhaal, dat volgens Postema tweehonderd jaar na verschijning nog steeds van belang is. Want, zo stelt zij, het is een roman over verantwoordelijkheid. Het monster is van nature niet slecht, is zelfs lief en meelevend voor de familie De Lacey, zolang zij hem niet kunnen zien. Maar nergens vindt hij aansluiting, geen liefde of genegenheid en zo verandert hij in een monster met wraakgevoelens die vooral gemunt zijn op zijn schepper die hem gecreëerd en daarna verschopt heeft.

Mary Shelley: Frankenstein. Opnieuw verteld door Maria Postema. Illustraties sophie pluim. Blossom Books, 192 blz. € 24,99

4. Marcus Aurelius: Evenveel van jou als van mezelf

De uit een aristocratisch gezin afkomstige Marcus Aurelius (121-180) werd toen zijn vader overleden was op 17-jarige leeftijd geadopteerd door keizer Antoninus Pius die geen kinderen had. Zo werd Markus tot zijn opvolger gekozen. Ter voorbereiding op zijn keizerschap kreeg Marcus de advocaat en redenaar Marcus Cornelius Fronto toegewezen als leermeester. Praktische zaken die een keizer moet weten, maar vooral retorica – leren spreken in het openbaar. De twee waren aan elkaar gewaagd, blijkt uit de 150 brieven die nu voor het eerst samen in vertaling zijn verschenen in Evenveel van jou als van mezelf. Fronto leert hem woorden te ‘beproeven’, wijst hem op slordigheden en geeft hem aan hoe anders woorden kunnen klinken in een speech als de volgorde gewijzigd wordt. Fronto schrijft bijvoorbeeld: ‘In godsnaam schrapt u één woord in uw toespraak en gebruikt u dat alstublieft nooit: ‘vertoog’ in plaats van ‘toespraak’’. Marcus Aurelius antwoordt: ‘Morgen zal ik mijn keuze voor dat woord verdedigen. Herinner me er even aan, oké?’ Die brief is niet bewaard gebleven.

De brieven zijn niet alleen interessant om de ‘grondige scholing in retorica en literatuur’ maar ook om de liefdevolle omgang tussen de leermeester en leerling – zij schrijven hoe hun hart vervuld is van ‘fatale liefde’, smachten naar elkaars komst en ondertekenen steevast met ‘allerheerlijkste ziel van me’ of ‘verrukkelijke man, alle goeds´. Zij adoreren elkaar om hun geletterdheid en hun ‘spontane liefde’ die, zo schrijft Fronto, vooral ‘onbekend en verborgen’ dient te blijven. Wanneer Marcus Aurelius eenmaal keizer is, verwatert de correspondentie en wordt af en toe een brief over de kinderen of over aftakeling (Fronto) geschreven.

Marcus Aurelius: Evenveel van jou als van mezelf. Vert. en toegelicht: Vincent Hunink. Athenaeum, 280 blz. € 17,50

5. David Attenborough: Reizen naar de andere kant van de wereld

De eerste expedities van de Britse bioloog en programmamaker Sir David Attenborough (93) waren een samenwerking tussen de BBC en de Londense Zoo. Er werden niet alleen dieren gefilmd maar ook een paar gevangen voor in de Zoo. In de jaren 1954-1964 werden 42 documentaires van Zoo Quest uitgezonden op de BBC. In Reizen naar de andere kant van de wereld vertelt Attenborough over zijn reizen naar Nieuw-Guinea om de rode Raggi’s paradijsvogels te zien dansen, de rituele visvangst en de visceremonies op de Fiji-eilanden mee te maken en de egels en reptielen in Madagaskar met eigen ogen te zien.

Het dierengeluk straalt van Reizen naar de andere kant van de wereld af, maar even zo veel interesse heeft Attenborough voor de mensen die hij tegenkomt. Bijvoorbeeld voor de sympathieke Ierse hotelhouder Jack Mulholland die jaren geleden in het Australische gehucht Borroloola was neergestreken en in zijn hele carrière slechts drie hotelgasten had gehad.

Het is ruim zestig jaar geleden dat Attenborough de reizen maakte en de beschreven wereld is in politiek en geografisch opzicht veranderd maar Attenborough besloot de verhalen in hun oorspronkelijke staat te houden met hier en daar een kleine aanpassing. De eerste drie Quest-reizen beschreef Attenborough al in De avonturen van een jonge bioloog.

David Attenborough: Reizen naar de andere kant van de wereld. Journeys to the Other Side of the World. Vert Rob de Ridder. Spectrum, 445 blz. € 27,50

6. Rebekka de Wit: Afhankelijkheidsverklaring


De bundel Afhankelijksheidsverklaring bestaat uit essays en anekdotes van schrijver en theatermaker Rebekka de Wit over begrippen en ongemakkelijke situaties. Een buurman die lachend vertelt hoe hij de reisverzekering heeft opgelicht, een oom die wapens vervoert omdat de wereld nu eenmaal corrupt is. Moet je dan je schouders ophalen, zeggen dat het pure fraude is of je voornemen die wereld beter te begrijpen?

Zij breekt een lans voor de acceptatie van naïef mogen zijn (‘We zijn allemaal naïef, laten we ophouden dit elkaar te verwijten’) en wenst iedereen toe ‘afhankelijk’ te zijn want ook al is ‘onafhankelijk zijn’ de norm, in afhankelijkheid ligt verbroedering en solidariteit besloten.

Rebekka de Wit: Afhankelijkheidsverklaring. Atlas Contact, 136 blz. €16,50