Criminele asielzoekers komen vooral uit ‘veilige’ landen

Criminaliteitscijfers De onvolledige presentatie van de criminaliteitscijfers van asielzoekers leidde tot politieke woede. Hoe crimineel zijn asielzoekers nu precies?

Overlastgevende asielzoekers worden opgevangen in een extra begeleiding en toezichtlocatie zoals deze bij het asielzoekerscentrum in Hoogeveen.
Overlastgevende asielzoekers worden opgevangen in een extra begeleiding en toezichtlocatie zoals deze bij het asielzoekerscentrum in Hoogeveen. Kees van de Veen

Er was politieke woede, ambtelijke verwarring en uiteindelijk een aftredende staatssecretaris van Asiel, Mark Harbers (VVD). Vorige week bleek dat ambtenaren op het ministerie van Justitie en Veiligheid wisten dat het presenteren van door asielzoekers gepleegde criminaliteit in een top-10 tot „terechte vragen” kon leiden. Zware, maar minder voorkomende misdrijven als pogingen tot moord, verkrachting en zware mishandeling bleven daardoor buiten beeld. Harbers rekende het zichzelf zwaar aan dat zijn ambtenaren dat wisten, maar het rapport niet aanpasten: hij stapte op.

Maar hoe crimineel zijn asielzoekers nu werkelijk? En zijn ze crimineler dan Nederlandse burgers? Eén ding is belangrijk: criminaliteitscijfers hebben altijd beperkingen. Zo gaat het om geregistreerde verdenkingen ná aangifte door slachtoffers, maar vóórdat een strafrechtelijk onderzoek en veroordeling de schuld van de verdachte hebben vastgesteld. Raadsheer bij de Hoge Raad Ybo Buruma is daarom kritisch op de cijfers, schrijft hij in het Nederlands Juristenblad: „De cijfers zijn gebaseerd op wat politieagenten zonder juridische ordening intikken. In zoverre zeggen de gegevens meer over wat de politie doet dan over wat de verdachte deed.”

In het asielzoekerscentrum in Hoogeveen verblijven vijftig overlastgevende asielzoekers. Lees ook onze reportage: Bij de winkels loopt nu beveiliging

Daarnaast gaan de cijfers over criminaliteit door asielzoekers alleen over mensen die in asielzoekerscentra’s (azc’s) wonen. Dat waren er in 2018 zo’n 36.000. Uitgeprocedeerde asielzoekers die op straat leven en misdrijven plegen, vallen dus buiten de cijfers.

De groep azc-bewoners was in 2018 bij 4.600 incidenten als verdachte betrokken, blijkt uit cijfers van de politie in het rapport dat leidde tot Harbers aftreden. Dat is 0,6 procent van alle in 2018 geregistreerde misdrijven.

Een derde van die incidenten zijn winkeldiefstallen. Ook misdrijven met een relatief kleine impact op de samenleving als zakkenrollerij (250) en eenvoudige mishandeling (250) ‘scoren’ hoog. Zwaardere misdrijven komen minder vaak voor: 47 verdenkingen van aanranding, 4 van verkrachting, 51 van zware mishandeling en 31 van pogingen tot doodslag of moord. Eén asielzoeker pleegde ook daadwerkelijk doodslag, maar werd door de rechter vrijgesproken. Het ging om zelfverdediging, oordeelde de rechter: hij werd door twee mensen aangevallen.

In meer dan de helft van die zaken deed het Openbaar Ministerie (OM) verder onderzoek. Dat zijn 2.610 incidenten, waarvan 1.710 asielzoekers verdacht werden – een deel was dus verdacht van meerdere misdrijven. Bij driekwart van die onderzochte verdenkingen gaat het om diefstal. 130 keer werd een eenvoudige mishandeling, waarbij een slachtoffer niet zwaar gewond raakte, onderzocht. Ongeveer 260 zaken categoriseert het OM als ‘overig’, maar een woordvoerder wil niet toelichten om wat voor incidenten dit gaat. 12 procent van de zaken werd geseponeerd, bijvoorbeeld omdat er te weinig bewijs was.

Hoeveel verdenkingen vorig jaar daadwerkelijk tot een veroordeling door de rechter leidden, willen of kunnen het OM en het ministerie niet zeggen. Volgende maand stuurt Justitie daarover een brief naar de Tweede Kamer.

Verschillen nemen af

Wel is vast te stellen dat asielzoekers vaker verdacht worden van misdrijven dan Nederlandse burgers. De verschillen tussen die groepen nemen af, concludeerde het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum (WODC) vorig jaar. In 2015 werd 2,2 procent van de azc-bewoners verdacht van criminaliteit, tegenover 1,1 procent van de Nederlandse bevolking. In 2010 was het nog 5 procent tegenover 1,7 procent, en in 2005 6,5 procent om 1,9 procent.

De oververtegenwoordiging komt volgens de onderzoekers door de „zwakke sociaal-economische positie” van asielzoekers. Vergeleken met Nederlanders met een vergelijkbare sociaal-economische en demografische achtergrond, plegen ze juist mínder misdrijven.

Er zijn ook grote verschillen tussen asielzoekers, zagen de onderzoekers. De daders van misdrijven zijn vooral asielzoekers uit zogeheten ‘veilige landen’ Algerije en Marokko. Zij maken weinig kans op een verblijfsvergunning en worden vaak uiteindelijk uitgezet. Asielzoekers uit onveiligere landen als Eritrea en Syrië plegen juist minder misdrijven. Die asielzoekers realiseren zich volgens de onderzoekers dat een misdrijf plegen grote gevolgen heeft voor hun kansen om in Nederland te mogen blijven.

De onderzoekers keken ook naar de effecten op criminaliteit in een buurt als er een azc gebouwd wordt. Buurtbewoners vrezen vaak dat hun buurt dan onveiliger wordt, maar dat bleek niet het geval.

Correctie (31 mei 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat 1 asielzoeker daadwerkelijk een moord pleegde. Dat is veranderd in doodslag.